|
Opgepoetst | 1-11-2019 Zantedeschia zonder zachtrot in aantocht
De belangrijkste ziekte die kwekers van de aronskelkachtige Zantedeschia het leven zuur maakt, is zachtrot. De Wageningse plantenwetenschapper en promovendus Ronald Snijder vond het begin van een oplossing. Hij ontdekte dat het in principe mogelijk is om resistente varianten te kweken.
De verwekker van zachtrot is de bacterie Erwinia carotovora, die in hardnekkigheid niet onderdoet voor zijn familieleden die bij aardappels de ziekten natrot en zwartbenigheid veroorzaken. Tegen het organisme is niet zoveel te doen, maar Snijder, werkzaam bij het Wageningse onderzoeksinstituut Plant Research International, ontdekte dat kwekers al werken met varianten die een verhoogde weerstand hebben tegen erwinia. Een veredelingsprogramma kan daarom een resistente zantedeschia opleveren.
"Snijder liep wel tegen het probleem op dat kwekers niet alle varianten met elkaar kunnen kruisen", zegt promotor prof. Piet Stam van de leerstoelgroep Plantenveredeling van Wageningen Universiteit. "Bij het maken van nieuwe zantendeschia's moet je er rekening mee houden met dat het genoom van de plant moet passen bij het erfelijk materiaal van de bladgroenkorrels. Meestal erven planten het erfelijk materiaal van die korrels van hun moeder, maar Snijder ontdekte dat dat bij de zantedeschia's ook van de vader kan komen."
Passen het genoom van de celkern en het erfelijk materiaal in het bladgroen niet bij elkaar, dan kwijnt de plant weg en is de weerstand tegen ziekten ver te zoeken.
Toen Snijder varianten met meer weerstand met elkaar ging kruisen, ontdekte hij dat sommige hybriden zo'n verkeerde combinatie van erfelijk materiaal hadden. Hij ontdekte echter ook dat de bladgroenkorrels van een tamelijk resistente soort, de Zantedeschia rehmannii, prima pasten bij de genomen van de andere varianten. Met die kennis is de weg vrij voor het kweken van een zachtrotvrije zantedeschia.
Ronald Snijder promoveert op 13 februari bij prof. Piet Stam, hoogleraar in de plantenveredeling.
Weekblad voor Wageningen UR, 12 februari 2004.
|