Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 26-7-2019

Wetenschap als ambtenarij

Over de bureaucratie van het Zesde Kaderprogramma is niet iedereen te spreken. De eis om consortia te vormen, maakt dat meedoen aan het kaderprogramma voor veel individuele wetenschappers of groepen niet meer mogelijk is.

De papierwinkel is zo groot geworden, dat alleen ingevoerde managers er nog de weg in kunnen vinden. "Toen het tijd werd om voorstellen te maken hebben Willem Wolters en wij het even aangezien", zegt prof. Ruud Huirne van de kenniseenheid Maatschappij van Wageningen UR. "Toen er niks gebeurde, zijn we er op in gesprongen."

Daardoor zijn er nu drie voorstellen waarin personen binnen Maatschappij een consortium om zich heen vormen. "Over de grenzen van de kenniseenheid heen, natuurlijk", zegt Huirne. "We werken samen met de beta's."

Huirne is positief maar erkent dat het voor individuele groepen bijna ondoenlijk is te participeren in het kaderprogramma zonder rugdekking op het niveau van de kenniseenheid. "Voor ons is het in ieder geval te bureaucratisch geworden", zegt prof. Tiny van Boekel van de leerstoelgroep Productontwerpen en Kwaliteitskunde van Wageningen Universiteit. "We doen mee, maar alleen via de kenniseenheid. Je moet de bureaucratisering van dit programma wel in perspectief zien. Ook de vorige EU-kaderprogramma's brachten bergen papier met zich mee."

Ook prof. Martien Cohen Stuart van de leerstoelgroep Fysische Chemie en Kolloidkunde van Wageningen Universiteit doet zelf niets met het kaderprogramma. "Ik heb met Europese projecten teveel bureaucratie gezien, en te weinig inhoud, om er nog energie voor over te hebben. Voor mijn groep zie ik het programma niet als een bedreiging, maar ook niet als kans. Ze bekijken het maar."

Cohen Stuart en Van Boekel krijgen bijval uit onverwachte hoek: prof. Frans Kok, trekker van het Centrum voor Humane Nutrigenomics. "Natuurlijk zijn wij blij met het Zesde Kader", zegt Kok. "Maar door de nadruk op grote bureaucratische eenheden loop je het risico dat je alleen nog kijkt naar de grootste gemene deler van wetenschap. De kleine excentrieke groepen met de wilde ideeen sla je over, terwijl die juist het baanbrekende werk doen."

Amerikaanse en Japanse wetenschappers zijn daarom bijzonder in hun nopjes met het Zesde Kaderprogramma. Het verkleint de kansen voor hun concurrenten om tot belangrijke doorbraken te komen. Kok: "Naast een subsidiesysteem als het Zesde Kaderprogramma zou je eigenlijk nog een ander systeem moeten hebben met vergelijkbare financiele middelen, maar dan gericht op die excentrieke wetenschappers."

[Wageningen UR heeft goede kansen in Zesde Kaderprogramma]

Weekblad voor Wageningen UR, 11 april 2002.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.