Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 11-10-2019

Werkende moeders veroorzaakten babysterfte Beveland

In de negentiende eeuw stond de provincie Zeeland bekend om zijn hoge zuigelingensterfte. De Wageningse promovendus dr Otto Hoogerhuis heeft anderhalve eeuw later de oorzaak achterhaald. Hij ontdekte dat werkende moeders geen tijd hadden om hun kinderen borstvoeding te geven.

Medici hebben in de negentiende eeuw gediscussieerd over de oorzaken van de kindersterfte in Zeeland. Malaria was een oorzaak, dachten sommigen - een inzicht waarbij historici nu trouwens vraagtekens bij zetten, omdat ze vermoeden dat de artsen destijds moeite hadden malaria van andere ziekten te onderscheiden.

De Middelburgse geneesheer Jan Cornelis de Man meldde in 1853 dat vooral de situatie in Noord- en Zuid-Beveland schrijnend was. Reden voor de historicus dr Otto Hoogerhuis om in de archieven informatie over dat gebied bij elkaar te zoeken, en aan de hand van dat materiaal de oorzaken van de sterfte te achterhalen.

Halverwege de negentiende eeuw was de sterfte op zijn hoogtepunt, laten de statistieken zien. De piek lag in de zomer en nazomer. Sommige artsen uit die tijd weten de sterfte aan het te vroeg stoppen met borstvoeding.

Moeders moesten werken op het land, schreven ze, en besteedden hun kinderen uit aan verzorgers. Die voedden de kinderen met pap.

Die theorie zou wel eens kunnen kloppen, ontdekte Hoogerhuis. Omdat vrouwen minder kans hebben om zwanger te worden als ze borstvoeding geven, kon hij aan de hand van de geboortecijfers zien in welke maanden vrouwen minder borstvoeding gaven. Het dieptepunt viel precies samen in de zomerperiode dat de sterfte toenam.

Een andere aanwijzing voor de juistheid van de borstvoedingtheorie kwam uit een analyse van de doodsoorzaken achter in de negentiende eeuw die Hoogerhuis samen wist te stellen. Daaruit bleek dat de zuigelingen vooral overleden aan ziekten van de spijsverteringsorganen, zoals diaree en dysenterie. De kinderen kregen kennelijk voeding waar ze niet tegen bestand waren.

De meeste slachtoffers vielen trouwens in de gezinnen van de landarbeiders.

Hoogerhuis kon ook aantonen dat de vrouwen op de sterfte van hun kinderen reageerden door opnieuw zwanger te worden. De vruchtbaarheid lag in het gebied daardoor ongekend hoog. Een vrouw in het dorp Wolphaartsdijk, onder de rook van Goes, bracht gemiddeld twaalf kinderen ter wereld.

Hoogerhuis werkt in het dagelijks leven als provinciaal archiefinspecteur in de provincie Zeeland, en is jarenlang met het onderwerp bezig geweest. Toch is de exercitie nog steeds niet helemaal af, zegt hij. "Je zoekt in archieven en je bouwt databases op zodat je kunt meten", zegt hij. "Je laat er berekeningen op los en je kijkt wat er uitkomt. Maar is dat dan ook wat er werkelijk is gebeurd? Ik durf het niet te zeggen."

Dr Otto Hoogerhuis promoveerde op 24 oktober aan Wageningen Universiteit bij prof. Ad van der Woude, emeritus hoogleraar in de Agrarische geschiedenis, en prof. Frans van Poppel van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Weekblad voor Wageningen UR, 20 november 2003.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.