Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 5-4-2019

Visolie
De rooskleurige vooruitzichten van een functioneel ingrediënt

Niet gehinderd door welke economische crisis dan ook zal tot 2010 de Europese markt voor de kostbare onverzadigde vetzuren groeien met zo'n acht procent per jaar. Dat voorspelt de Britse marktverkenner Frost & Sullivan in het rapport The European Omega-3 and Omega-6 PUFA Ingredients Market.

Het is te vaak gebeurd dat voedingswetenschappers een hoge dunk hadden van component van voedingsmiddelen, maar later moesten melden dat de gezondheidseffecten van die component op de gezondheid tegenvielen, of in hoge doseringen zelfs averechts uitpakten. Soms gebeurde dat zelfs nadat de industrie al producten op de markt had gebracht waarin die componenten waren verwerkt.

De Wageningse voedingsonderzoeker prof. Martijn Katan pleegt zijn vak daarom te vergelijken met 'het zoeken van goud in de modder', liet hij zich eens ontvallen. 'Vaak denk je dat je iets hebt gevonden. Maar als je er goed naar kijkt is het meestal een stuk dood hout of een steen. Maar als je goud vindt, dan heb je ook meteen een grote goudklomp te pakken.'

Foliumzuur was zo'n klomp goud, aldus Katan. Een B-vitamine die een sleutelrol vervult bij de deling van cellen, en in hoge doseringen de kans reduceert dat zwangere vrouwen een baby met spina bifida op de wereld zetten.

Zijn omega-3-vetzuren een klomp goud? De Amerikaanse voedingswetenschapper dr Alice Lichtenstein, die zich toelegt op het verband tussen voeding en hartkwalen, is geneigd die vraag met een welgemeend 'ja' te beantwoorden.

'I know we got burned with vitamin E', bekent de aan Tufts University hoogleraar. 'And fiber was another one, and I think that soy protein was another. But this seems to be more constant. All the results seem to be going in about the same direction. The link is very consistent and strong.'

Gezondheidseffecten
Dat de vetzuren in vis hart en bloedvaten beschermen, is al bekend sinds de jaren zeventig, toen Deense onderzoekers ontdekten dat eskimo's op Groenland ondanks hun aanzienlijke consumptie van vet minder vaak hartaanvallen kregen dan de Denen in Europa. De enige zinnige verklaring die de onderzoekers konden bedenken, was dat de vetzuren uit vis op het Eskimomenu kennelijk een andere uitwerking had dan de vetten in de melk en het vlees van de Denen.

Sindsdien hebben onderzoekers ontdekt dat visolie de concentratie van het ongezonde VLDL-cholesterol in de bloedvaten verlaagt, en daardoor het dichtslibben van de bloedvaten helpt voorkomen. Daarnaast verkleint visolie waarschijnlijk de kans op dodelijke hartaanvallen, doordat de vetzuren worden opgenomen in de celmembranen van de hartspier. De theorie is dat de cellen daardoor beter reageren op de elektrische prikkels die het hartritme regelen.

De laatste tien jaar hebben onderzoekers steeds meer aanwijzingen voor positieve effecten van visolie gevonden. Volgens studies vermindert een hoge inname van visolie de kans op depressies en de ziekte van Alzheimer, verlicht het de symptomen van manisch-depressiviteit, remt het agressie en hyperactiviteit en versnelt het de aanleg van hersenen bij jonge kinderen.

Kankerpatiënten die extra vetzuren uit vis binnenkrijgen verliezen minder spierweefsel en lichaamsgewicht tijdens hun behandeling. Tenslotte verliezen proefdieren en ook menselijke proefpersonen lichaamsvet als ze extra visvetzuren binnenkrijgen. Een recente studie, betaald door het Noorse in visolie gespecialiseerde Pronova Biocare, wees uit dat de omega-3-vetzuren in spiercellen moleculaire schakelaars activeren, waardoor de mitochondria en peroxisomen van de cel meer vetten gebruiken als brandstof.

Hoewel nog niet al die positieve effecten zijn bevestigd, lijkt de conclusie voor de gezondheidsbewuste consument onontkoombaar: visvetzuren zijn gezond. De gezondheidsbijlagen van de kranten en nieuwssites voeden dat besef. Toch vrezen ingewijden de impact van de aanhoudende stroom berichten over contaminanten in vis en visproducten.

Contaminanten
Geregeld melden voedingsautoriteiten dat ze residuen van bestrijdingsmiddelen, remvloeistof, vlamvertragers of dioxines terugvinden in vis. In de voorzomer van 2002 liet de Britse voedselautoriteit FSA bijvoorbeeld twee batches van visolie-supplementen uit de schappen halen omdat die te veel dioxines bevatten. Het ging om een batch van Superdrug Pure Cod Liver Oil en Holland & Barrett Pure Cod Liver. De concentratie dioxines was zo hoog, dat een gebruiker van de aanbevolen dagelijkse inname zichzelf voorzag van dan het dubbele van de Tolerable Daily Intake.

De FSA ontdekte de twee besmette supplementen tijdens een screening van 33 producten. Tijdens het onderzoek bleek toen, paradoxaal genoeg, dat sinds medio jaren negentig de kwaliteit van de producten vooruit was gegaan.

Eenzelfde conclusie trok ook een team van Britse, Belgische en Roemeense onderzoekers uit de analyse van 22 visolie-supplementen, die in 2004 verscheen in de Journal of Agricultural and Food Chemistry. Volgens beide onderzoeken zijn de visoliën die worden gehaald uit complete vissen - de whole body fish oils - goed van kwaliteit, maar zijn de gemeten niveau's van contaminanten in cod liver oils over de gehele linie hoger.

Ook in deze internationale studie bleek dat de raffinageprocessen, waarmee de sector de visoliën onderwierp sinds de jaren negentig, waren verbeterd. De besmetting met organische industriële verbindingen was tenminste aantoonbaar verminderd. Wel maken de onderzoekers zicht zorgen over de aanwezigheid van PBDE's of vlamvertragers in hun samples. Vlamvertragers zijn een groep contaminanten waarover nog maar sinds kort cijfers beschikbaar zijn, maar waarvan toxicologen aannemen dat ze net zo schadelijk zijn als PCB's.

De consensus is dan ook dat de voordelen van de consumptie van visvetzuren opwegen tegen de nadelen, en voorlichters adviseren consumenten daarom om een paar keer per week vette vis te eten, zoals haring of zalm. De meervoudig onverzadigde vetzuren in plantaardige producten, zoals zonnebloemolie, olijfolie of maïskiemolie, behoren niet tot de omega-3-vetzuren, maar tot de omega-6-vetzuren.

Hoewel onderzoekers nog geen normen hebben durven stellen voor de gewenste dagelijkse inname van omega-3-vetzuren, is het al wel duidelijk dat die in de orde van grootte van enkele honderden milligrammen per dag zullen liggen. Dat zijn hoeveelheden die de consument alleen binnenkrijgt als hij vis, supplementen of functional foods in zijn eetpatroon opneemt, ook al zitten er kleine hoeveelheden omega-3-vetzuren in de membranen van spiervlees en in sommige plantaardige oliën, zoals lijnzaadolie.

Encapsulering
Lang niet alle gezondheidsbewuste consumenten houden echter van de smaak van vis, of, om precies te zijn, van de gezonde visvetzuren die voor die smaak verantwoordelijk zijn. Die consumenten worden op hun wenken bediend door de producenten van voedingssupplementen en met omega-3-vetzuren verrijkte functional foods.

De meeste visolie op de ingrediëntenmarkt wordt nog steeds verwerkt in supplementen. Maar experts verwachten dat de groei in de nabije toekomst hem waarschijnlijk vooral zal zitten in de functional foods. In ontwikkelde landen zijn ze al op de markt, en er zitten er nog meer in de pijplijn.

Deze producten hebben hun bestaan te danken aan de encapsulatietechnologieën, die levensmiddelentechnologen van bedrijven en universiteiten in de aanzwellende nano-hausse hebben ontwikkeld.

'De echte grote trend in de levensmiddelentechnologie van dit moment', noemde het onderzoekshoofd van Kraft Foods Nanotek Research die technologieën onlangs. Nanotek Research investeert in onderzoek aan universiteiten naar procédés die fabrikanten in staat stellen om stoffen, die daar normaliter niet in thuis horen, toe te voegen aan levensmiddelen. Zonder die technologie zouden de stoffen het productieproces niet overleven, de shelf life verkorten of ten koste gaan van de smaak of de textuur van het product.

Veel encapsulatieprocessen zijn ontwikkeld op basis van processen uit de farmacie. Het Amerikaanse BioDelivery Sciences liet zich bijvoorbeeld inspireren door het proces waarmee farmaceuten schimmelremmers insluiten in een moleculair kapseltje van calcium en vetten uit soja, en ontwikkelden daaruit een technologie die visolie omzet in een poeder. Fabrikanten kunnen het vervolgens toevoegen aan levensmiddelen, van pastasauzen tot koekjes.

Er zijn verschillende poeders op de markt, die meestal voor een kwart tot de helft uit visolie bestaan. De kapsels beschermen de olie tegen zuren, verhitting en oxidatie. Zijn er ook anti-oxidanten als vitamine E aan de visolie toegevoegd, dan heeft het geëncapsuleerde visoliepoeder een shelf life die kan oplopen tot twee jaar.

Markt
In Europa is de markt voor humane omega-3-vetzuren als grondstof 161 miljoen euro groot, becijferde Frost & Sullivan in The European Omega-3 and Omega-6 PUFA Ingredients Market. Met een groei van acht procent per jaar is die markt aantrekkelijk voor producenten buiten de EU, aldus Frost & Sullivan-analist Kathy Brownlie. 'At least fifty per cent of the global PUFA manufacturers are currently active in the European market at one or more stages of the supply chain', zegt ze.

Als voorbeeld geeft Brownlie het Canadese ingrediëntenbedrijf Ocean Nutrition, het Amerikaanse Martek of het Chinese Dosic.

Het patroon dat Frost & Sullivan signaleert is dat de niet-Europese producenten van grondstoffen allianties aangaan met Europese distributeurs, en zich richten op de plekken die de leidende producenten van concentraten als Pronova en Croda laten liggen. Eén van die plekken is wat op de lange termijn wellicht het belangrijkste segment van de markt zal worden: dat van de plantaardige omega-3-vetzuren. Op dat segment richten zich bijvoorbeeld Martek, dat omega-3-vetzuren uit algen haalt, of Dosic, dat is gespecialiseerd in plantaardige oliën uit lijnzaad of teunisbloem.

Hoewel hun marktaandeel op dit moment nog niet in de schaduw kan staan van dat van de marine oliën, bieden de omega-3-vetzuren uit algen op termijn het meeste perspectief. Ze bevatten meer DHA, het krachtigste vetzuur in visolie, dan marine olie, en zijn gegarandeerd vrij van dioxines of PCB's. Fabrikanten die ze gebruiken ontzien bovendien de door overbevissing bedreigde oceanen.

Hoewel het marktaandeel algenolie groeit, is de hoge prijs nog steeds een struikelblok. Gentechnologie biedt wellicht een uitkomst, blijkt uit experimenten waarbij onderzoekers een alg als Crypthecodinium cohnii in een bioreactor omega-3-vetzuren lieten produceren.

Plantwetenschappers van de University of Hamburg en BASF hebben bovendien al genetisch gemodificeerde planten ontwikkeld die volwaardige omega-3-vetzuren aanmaken. De belangrijkste Europese producenten van functionele ingrediënten zijn echter bang om hun vingers aan GMO's te branden. Europese kopers van gezondheidsproducten, hebben ze uit ervaring geleerd, staan sceptisch tegenover gentechnologie.

Sad but true. Uitgerekend de consument die hecht aan zijn gezondheid, en bovendien bereid is om voor gezonder levensmiddelen meer te betalen, is van mening is dat gentechnologie zijn gezondheid schaadt.

[begin kader]
Producten
Functional foods met visolie liggen wereldwijd al in de schappen. Geëncapsuleerde visolie is bijvoorbeeld verwerkt in de drinkyoghurt Livewell Body Balancing Omega 3 Laban Drink van Sadafco die in Saoedische winkels ligt. Australische consumenten kennen het gepasteuriseerde sinaasappelsap van Golden Circle, Premium Chilled Orange, Omega 3 and Folate.

In Spanje verkopen winkels al sinds 1998 de met omega-3-vetzuren verrijkte melk van Puleva, en Britse zwangere vrouwen kunnen hun baby alvast van extra omega-3-vetzuren voorzien met Good Health Loaf for Woman van Warburton. Samen met zuivel is brood overigens het meest in trek bij de ontwerpers van functional foods met extra omega-3-vetzuren.

Het meest fantasievolle functionele voedingsmiddel met omega-3-vetzuren is Soft Serve Ice Cream van het Amerikaanse Nature's Mighty Bites, die het lactosevrije product als een volledige maaltijdvervanger presenteert.
[einde kader]

[begin kader]
Plantaardig omega-3-vetzuur onder vuur
Tot voor kort gooide het plantaardige vetzuur alpha-linolenic acid of kortweg ALA, hoge ogen op de ingrediëntenmarkt. ALA is in vrij hoge concentraties aanwezig in lijnzaad en laat zich bovendien vrij gemakkelijk verwerken. Toch geloven industry experts dat ALA deukjes in het imago heeft opgelopen.

ALA is een vrij kort molecuul, dat het lichaam echter kan omzetten in de langere omega-3-vetzuren als EPA en DHA, de vetzuren in de marine visolie. De toegevoegde waarde van ALA zelf voor de gezondheid is beperkt. Dat komt misschien omdat de mate waarin het lichaam ALA kan omzetten in EPA en DHA beperkt is, en vooral die laatstgenoemde omega-3-vetzuren biologisch actief zijn.

Serieuzer is dat zowel reageerbuisstudies als epidemiologische studies suggereren dat mannen die veel ALA binnenkrijgen meer kans hebben op prostaatkanker. Volgens een recente Nederlandse overzichtsstudie hebben mannen die veel ALA consumeren ongeveer zestig procent meer kans op prostaatkanker dan mannen met weinig ALA in hun dieet. EPA en DHA verkleinen in de meeste studies de kans op prostaatkanker.
[einde kader]

Referenties
Lipids 39, 1177-1185 (December 2004); J. Agric. Food Chem. 2004, 52, 1780-8; J Nutr. 2004 Apr;134(4):919-22. .

Food Engineering & Ingredients, vol. 30, nr. 2, april 2005.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.