Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 20-4-2020

Misschien kan vette vis depressies niet helpen voorkomen

De vetzuren in vis helpen zo ongeveer tegen alles, als je de wetenschapspagina's mag geloven. Ze helpen zelfs depressies voorkomen. Maar tijdens een Wagenings symposium springen er haarscheurtjes in het imago van vette vis. Of valt dat wel mee?

Depressie is een emerging disease, waarschuwt de WHO. Nu al staat depressie op de vierde plaats in de top tien van de economisch meest schadelijke ziektes. In Nederland veroorzaakt depressie op jaarbasis meer dan twee miljard euro schade. Dat is ongeveer evenveel als het ministerie van LNV in een jaar uitgeeft. En over vijftien jaar, verwachten statistici, staat depressie in de ranglijst van de economisch meest schadelijke ziekten op de tweede plaats, pal onder aids.

Daarom zijn wetenschappers naarstig op zoek naar een strategie om depressie via voeding te verzachten. Epidemiologische studies zoals die van dr. George Mamalakis van de University of Crete in Heraklion, doen vermoeden dat een hoge inname van vetten uit vis beschermt tegen depressies.

Mamalakis ontdekte dat Kretenzers met veel visvetzuren in hun vetreserves tientallen procenten minder kans op depressie hebben. 'Het is natuurlijk nog maar de vraag of zo'n statistisch verband ook klinisch relevant is, en of het zin heeft mensen met een depressie meer vetzuren uit vis te geven', zegt Mamalakis tijdens het symposium N-3 Fatty Acids and Mental Health.

Volgens de theorie gebruiken hersencellen visvetzuren voor hun membranen. Naarmate er meer van die omega-3-vetzuren in hersencellen zitten, zouden ze beter functioneren.

De werkelijkheid trekt zich echter weinig van de theorie aan, ontdekte de biologisch psycholoog prof. Peter Rogers van Bristol University. 'Er is een aantal buitengewoon positieve studies onder manisch-depressieve patienten. De proefpersonen gingen met sprongen vooruit toen ze visolie kregen. Toen ik dat las was ik vol vertrouwen over wat we met visolie zouden kunnen bereiken. Maar nu ben ik stukken voorzichtiger.'

Rogers deed een onderzoek onder tweehonderd mensen met een milde depressie. Twaalf weken lang gaf hij ze dagelijks anderhalve gram visvetzuren. Dat is beduidend meer dan de gemiddelde Brit consumeert. Zonder resultaat.

Een soortgelijke teleurstelling moest ir. Ondine van de Rest van de afdeling Humane voeding van Wageningen Universiteit verwerken. Een half jaar lang gaf de promovenda driehonderd gezonde 65-plussers een kleine twee gram visvetzuren per dag. De ouderen gingen zich daardoor niet beter voelen.

'Het lijkt er niet op dat je met visoliesupplementen bij gezonde ouderen depressie kunt voorkomen', concludeert Van de Rest.

Dat is slecht nieuws. Naarmate mensen ouder worden stijgt de kans dat ze een depressie krijgen. De vergrijzing is een belangrijke driver van de toename van het aantal depressies.

Al met al suggereren de studies die op 12 en 13 juni tijdens het symposium aan de orde komen niet dat een dieet met meer visolie helpt tegen depressie, vreest prof. Daan Kromhout van de afdeling Humane voeding. [Link]

'Maar het zou natuurlijk kunnen dat de studies die hier worden gepresenteerd niet lang genoeg duren', zegt hij. 'Op dit moment loopt de Alpha-Omega Trial waarbij we mensen drie en een half jaar lang extra visvetzuren geven. Die trial is eigenlijk bedoeld om het effect op hart- en bloedvaten te onderzoeken, maar we kijken ook naar mentale effecten. Als die studie in 2010 is afgerond weten we misschien meer.'

Resource, 14 juni 2007.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.