Deze website gebruikt geen cookies. We verzamelen geen gegevens over onze bezoekers.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 6-12-2018

Verwarring over gezonde voeding

De ene keer lezen we in de krant dat koffie de kans op diabetes verhoogt. De andere keer is het precies andersom. De ene keer vertellen de wetenschapsbijlagen dat koffie de bloeddruk verhoogt, maar een paar maanden later lezen we dat dat reuze meevalt. Daar komt dan weer bij dat koffie de kans verhoogt om op hoge leeftijd de controle over de urineblaas te verliezen. Of was het nou andersom?

De media bedelven ons onder een overdaad aan dikwijls tegenstrijdige informatie over gezondheid en voeding. Tot overmaat van ramp gaan dezelfde media met diezelfde overdaad aan gegevens aan de haal. Ze verwerken die in pakkende artikelen en programma's die meer dan eens een onjuiste strekking hebben. Prof. Frans Kok, hoogleraar van de afdeling Humane voeding van Wageningen Universiteit en voorzitter van de nieuwe Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen, maakt zich zorgen.

'Het publiek blijft in verwarring achter', zegt Kok. 'Soms hoor je dingen over vetten, suikers, alcohol en koffie die pertinent onjuist zijn. Gaan mensen die informatie toepassen, dan kunnen ze in medische problemen komen. Een ander risico is dat mensen afstompen. Ze horen zoveel tegenstrijdige informatie dat ze het vertrouwen in de voedingswetenschap verliezen. Ze krijgen zoveel ruis dat ze de echte boodschappen er niet meer uit kunnen filteren.'

Die situatie moet veranderen, vinden Kok en de Academie. Daarom belegde de organisatie op woensdag 17 november een Voedingsforum in een conferentieoord in het Brabantse Vught. Zo'n zestig onderzoekers, sleutelfiguren uit het bedrijfsleven, voorlichters en journalisten discussieerden er over de manier waarop de media berichten over voeding - en hoe die berichtgeving kan verbeteren.

Boetekleed
In de wandelgangen van het Voedingsforum, waar in Wageningen en Maastricht opgeleide wetenschappers domineren, zijn journalisten de gebeten hond. Hun stukjes deugen niet. Vaak niet, tenminste. Die gaan over een nieuwe ontdekking of vondst en laten de context weg.

Door de nadruk op de ontdekking van bijvoorbeeld residuen bestrijdingsmiddelen op groenten en fruit, of PCB's in zalm, krijgt de lezer een onevenwichtig beeld en het idee dat hij groenten, fruit of vis moet vermijden. De stukjes melden niet dat de risico's van die ongewenste stoffen gering zijn, en dat wetenschappers vinden dat consumenten vooral vette vis en groenten en fruit blijven eten. Sterker: ze zouden er juist meer van moeten eten.

Toch weigert Simon Rozendaal, wetenschapsjournalist van het weekblad Elsevier het boetekleed aan te trekken. 'Als ik zo in de zaal kijk, dan zie ik allemaal hoogleraren', zegt hij, doelend op de aanwezigheid van kopstukken als Frans Kok, Wim Saris, Daan Kromhout en Evert Schouten. 'De ene is nog geleerder dan de andere. Maar hoe geleerd u ook bent, u weet gewoon niet hoe het zit met voeding en gezondheid.'

Dat kan ook niet anders, vindt Rozendaal. Over voeding weten we nog weinig, en over gezondheid ook niet, en wie het verband tussen die twee onderzoekt weet helemaal niks. De ruis in de media is niet het gevolg van journalisten die broddelwerk afleveren, maar van een voedingswetenschap die nog in zijn kinderschoenen staat. 'Het is de ene keer zus en de andere keer zo.'

Communiceren
Paulus Verschuren, directeur External Relations van Unilever, is het oneens met Rozendaal. 'Natuurlijk weten we nog niet alles over voeding en gezondheid', zegt hij. 'Dat is maar goed ook. Anders had het geen zin om onderzoek te doen naar manieren om voedingsmiddelen nog gezonder te maken. Het is jammer dat wij daarbij zoveel last ondervinden van journalisten, die onjuiste stukjes schrijven met van die schreeuwende koppen daarboven.'

'Als journalist ben je aangewezen op een wetenschapper als bron', weerspreekt Rozendaal. 'Een journalist zuigt zijn stukjes toch niet uit zijn duim? Alles wat in die stukjes staat komt uiteindelijk uit de mond van wetenschappers. Ik begrijp ook wel dat die wetenschappers het heerlijk vinden om met autoriteit te spreken. Maar misschien moeten ze eens gaan nadenken over hoe ze hun onderzoek het beste gaan communiceren.'

Het probleem met wetenschappers die in de media al te hard van stapel lopen is tweeledig, zegt Rozendaal. 'Wetenschappers die contact met ons zoeken hebben wat gevonden en zijn daarover enthousiast. Ze interpreteren alles in het licht van hun eigen ontdekking en vergeten de rest. Dat is begrijpelijk, maar het zorgt voor vertekening.'

In de tweede plaats werkt het nu eenmaal om in de kolommen van een krant een grote mond op te zetten, heeft Rozendaal gemerkt. 'Denk maar aan al die gekte rond de gekkekoeienziekte. De halve veestapel is afgemaakt, maar achteraf moeten we constateren dat er in Nederland niemand de ziekte van Creutzfeldt-Jakob heeft gekregen door het eten van vlees. Maar de onderzoekers die het hardst riepen van allemaal hebben nu een eigen lab.'

Ellende
Wetenschappers zouden minder snel de publiciteit moeten zoeken, concludeert Rozendaal. 'Als ik denk aan wat mijn arme moeder allemaal voor ellende heeft moeten doorstaan omdat wetenschappers zo goed wistenwat goed voor haar was... Ze moest zoutarm gaan eten, want dat was goed voor haar bloeddruk. Het was verschrikkelijk smerig, en later hoorde ze dat alleen een groep mensen met een bepaalde genetische aanleg voor zout gevoelig was. Ze moest vetarm gaan eten, want vetten waren slecht voor het cholesterol. Dat bleek later ook onzin te zijn, want maar een paar soorten vetten zijn uitgesproken slecht. Transvetten in kant-enklare producten en margarines zijn slecht, weten we nu, maar vetten in olijfolie doen geen kwaad.'

Als onderzoekers met de media in contact treden zouden ze moeten aangeven hoe zeker ze van hun uitspraken zijn, vindt Rozendaal. 'Jullie zouden vlaggetjes bij jullie uitspraken moeten zetten. 'Dit weten we zeker.' 'Dit weten we bijna zeker.' 'Dit zou waar kunnen zijn, maar misschien ook niet.' Als jullie zo zouden werken, dan zou dat een stuk schelen.'

Wim Meij, verslaggever van het Algemeen Dagblad, gelooft evenmin dat de media verantwoordelijk zijn voor de verwarring over gezonde voeding. Maar Meij legt de verantwoordelijkheid niet alleen bij de wetenschappers.

'De bedrijven dragen net zo hard aan de ruis over gezondheid en voeding bij. Unilever bijvoorbeeld is rijk geworden van de onterechte angst voor vet, en heeft allerlei margarines op de markt gebracht met weinig vetten. En nu weten we dan dat de vetten die Unilever uit die producten heeft gehaald helemaal niet zo slecht waren. 'Let Op Vet', weten we nu, was een onjuiste aanbeveling. Transvetten zijn slecht. En die zitten weer wel in de margarines van Unilever.'

Naar het tweede deel van dit artikel >>>

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.