Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 27-11-2019

Veredeling kan 'gekke schapenziekte' terugdringen

Het succes dat onderzoekers tot nu hebben geboekt, toen ze schapen fokten met meer weerstand tegen de 'gekke schapenziekte' scrapie, was maar gedeeltelijk. Dat vertelde prof. Steve Bishop van het Engelse Roslin Institute tijdens een lezing voor Wageningse dierwetenschappers. Bishop vertelde over de vier projecten waarin hij en zijn medewerkers proberen om zalmen, varkens en schapen te fokken die verminderd vatbaar zijn voor diverse infectieziekten.

Scrapie is een ziekte die al tweehonderd jaar voorkomt onder schapen. De symptomen zijn vergelijkbaar met die van BSE. De verwekker van de ziekte is een verkeerd gevouwen eiwit dat, nadat het dier het eiwit heeft gegeten, de verkeerde vouwen doorgeeft aan de eiwitten in het hersenweefsel van het dier.

Onder de microscoop is dan vaak te zien dat er gaten in het hersenweefsel ontstaan. Getroffen dieren verliezen de controle over hun ledematen en krijsen zonder dat daar aanleiding voor lijkt te zijn.

In het scrapieproject kijken onderzoekers in schapen naar het gen voor het prioneiwit PrP dat alle schapen hebben. Het gen komt voor in verschillende varianten. Schapen die sommige varianten hebben zijn verhoogd vatbaar voor scrapie, andere juist niet. In programma's proberen fokkers nu varieteiten te ontwikkelen met het gen dat het minst vatbaar voor scrapie maakt. In het laboratorium zijn dieren met dat gen trouwens ook minder vatbaar voor BSE.

"Dieren met het juiste gen kunnen nog steeds scrapie krijgen, weten we sinds kort", zei Bishop. "Ze zijn niet resistent, maar worden na besmetting wel minder snel ziek. But that's good too."

Het project is in een gevorderd stadium.

Op Roslin werken onderzoekers ook aan type zalm dat niet meer vatbaar is voor de virusziekte IPN die huishoudt in kwekerijen aan de Noord Europese kusten. Als de zalmen uit de kweekvijvers worden uitgezet, en hun immuunsysteem door het transport tijdelijk niet goed functioneert, slaat het virus toe. Twintig procent van de dieren sterven daardoor.

"We doen nu proeven met een groot aantal families waarvan we de genen met arrays in kaart hebben gebracht", zei Bishop. "We zetten ze uit in kwekerijen waarvan we weten dat ze besmet zijn. Duikers halen de dode dieren uit het water zodat we weten welke genen dieren kwetsbaar maken."

De economische kosten van dierziekten zijn hoog, zei Bishop. "In ontwikkelde landen sterft bijna 1 op de 5 landbouwdieren door een ziekte. In de derde wereld is dat meer. Daar wordt meer dan 1 op de 3 dieren door een infectie geveld."

Bishop heeft niet de illusie dat veredeling 'de' oplossing voor BSE, IPN en andere ziekten is. "Hygiene is belangrijk, net als vaccins en medicijnen. Dat blijft zo. En er zal ook een groep ziekten zijn waartegen geen enkele genetische combinatie bestand is. Maar de kosten zijn zo hoog dat je dit instrument beslist moet gebruiken. Als het werkt."

Weekblad voor Wageningen UR, 13 mei 2004.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.