Deze website gebruikt geen cookies. We verzamelen geen gegevens over onze bezoekers.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 9-10-2020

De toekomst van de zorg | Grimmige bezuinigingen scheppen kansen voor de complementaire geneeskunde

De gezondheidszorg verkeert in diepe crisis. Ongekend drastische ingrepen staan op stapel. Patiënten en maatschappelijke organisaties houden hun hart vast. Maar voor de complementaire gezondheidszorg betekent de crisis nieuwe kansen. Ook al zijn dat kansen met een voorbehoud.

De gezondheidszorg wordt duurder en patiënten zullen in de toekomst beduidend meer zelf moeten betalen. Oud-PvdA-minister Willem Vermeend en oud-D66-minister Roger van Boxtel publiceerden in juli 2010 het boek 'Uitdagingen voor een gezonde zorg', waarin ze voorstellen de eigen bijdrage van patiënten te verhogen.[1]

Op het moment dat dit stukje werd geschreven was die bijdrage 165 euro, maar Vermeend en Van Boxtel verwijzen naar berekeningen van het Centraal Planbureau, die uitgaan van een eigen bijdrage van een kleine achthonderd euro per jaar. Daardoor zouden patiënten zich beter realiseren dat zorg geld kost, en stappen ze minder snel naar een dokter, ziekenhuis of apotheek. Nu doen ze dat te makkelijk, en drijven daardoor de gezondheidszorg onnodig op kosten. De vervijfvoudiging van de eigen bijdrage zou volgens berekeningen leiden tot een besparing van vier miljard euro.

Twintig, dertig jaar geleden kwamen dit soort geluiden uitsluitend uit het rechtse uiteinde van het politieke spectrum. Gratis toegang tot een goede gezondheidszorg was een recht waar niemand aan wilde tornen. Dat nu centrumlinkse politici als Vermeend en Van Boxtel ervoor pleiten om patiënten meer te laten betalen laat zien dat die situatie is veranderd.

Te duur
De gezondheidszorg is te duur geworden. In 1980 ging nog 8 procent van het huishoudgeld van de BV Nederland op aan collectieve zorguitgaven, in 2009 was dat al 19 procent. Nu besteedt de Nederlandse overheid jaarlijks 75 miljard euro aan zorg. In de voorbije jaren is dat bedrag jaarlijks met meer dan een procent toegenomen, maar het ziet ernaar uit dat die groei zal oplopen tot 4-5 procent per jaar. Het is niet duidelijk waardoor die groei versnelt.

Een mogelijkheid is dat de medische technologie steeds kostbaarder wordt, of dat er steeds meer mensen een beroep doen op de zorg. Een andere mogelijkheid is dat zorgorganisaties door schaalvergroting en overmanagement minder efficiënt zijn geworden.

De econoom Flip de Kam berekende in zijn column voor NRC Handelsblad dat als de gezondheidszorg ongehinderd doorgroeit die in 2040 31 procent van de overheidsbestedingen zal opslokken.[2] Dat betekent dat Den Haag dan geen geld over heeft voor het onderhoud van dijken, het betalen van politie en justitie, de landbouw en het milieu.

De Kam noemt de zorg dan ook `een koekoeksjong´ dat andere overheidstaken één voor één het nest zal uitwerken en tegelijkertijd de verhouding tussen de generaties op scherp zet. De helft van de bestedingen in de zorg zullen op het conto komen van mannen en vrouwen die ouder zijn dan 65.

Het moet dus anders met de zorg. Dat vond het vorige kabinet al, en dat vindt de huidige regering ook. Het kabinet Rutten heeft stapsgewijze maar dramatische bezuinigingen aangekondigd. In 2015 moet Den Haag jaarlijks 11 miljard minder uitgeven aan de gezondheidszorg. Uiteindelijk moet het zorgbudget afnemen tot 43 miljard euro.

Minder, maar ook anders
Het zorgstelsel gaat dus de schop. Het wordt minder, maar ook anders. Hoe de zorg er over 5-10 jaar uitziet is niet bekend, maar de contouren zijn beschreven in de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2010.[3] Dat is geschreven door de Tilburgse econoom Johan Polder en de socioloog Fons van der Lucht van RIVM.

Sinds 1993 verschijnt er elke 4 jaar in opdracht van het Ministerie van VWS een Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV). De rapporten beschrijven de gezondheid van de Nederlanders en de trends daarin. VWS gebruikt de rapporten als basis voor het beleid. Voor wie wil weten in welke richting Den Haag de gezondheidszorg wil veranderen is de VTV dus 'het' document.

Gezonde Nederlanders
Volgens de VTV 2010 gaat het goed en niet goed met de gezondheid van de Nederlanders. Goed, omdat we nog steeds ouder worden. Niet goed, omdat in steeds meer landen de levensverwachting die van ons overtreft.

Nog niet zo lang geleden was Nederland één van de gezondste landen ter wereld, maar sinds kort zakken we elk jaar weer een beetje op de ladder. We behoren nog wel tot de kopgroep van de meest gezonde landen ter wereld.

In 1970 konden Nederlandse vrouwen van 65 bijvoorbeeld rekenen op nog eens 17 levensjaren. Nu zijn dat er 21, en 2050 zijn dat er volgens prognoses 25. Mannen die in 1970 hun tachtigste verjaardag vierden konden volgens de statistieken rekenen op nog eens 6 levensjaren. Nu zijn dat er 7, en in 2050 zijn dat er 9.

Als sinds de negentiende eeuw kunnen Nederlanders elk jaar een beetje ouder worden, maar beleidsmakers gingen er tot voor kort van uit dat de toename van de leeftijdsverwachting uiteindelijk zou stilvallen. Ze veronderstelden dat de gemiddelde mens zo'n jaar of tachtig konden worden, en niet ouder.

Hoewel die veronderstelling was gebaseerd op studies, is hij al vroeg in de 21ste eeuw onjuist gebleken. Toen begon de leeftijdsverwachting elk jaar juist versneld toe te nemen. Nu vermoeden demografen dat maar liefst de helft van de kinderen die rond 2000 zijn geboren hun honderdste verjaardag zullen vieren.

Er is geen consensus onder wetenschappers wat dat snelle toename mogelijk maakt, maar het meest waarschijnlijk is dat de leeftijdverwachting toeneemt omdat de zorg verder verbetert. Een grote factor is volgens de VTV het terugdringen van hart- en vaatziekten als doodsoorzaak. Artsen zijn kwistiger geworden met het voorschrijven van cholesterol- en bloeddrukverlagers, en voorkomen zo hartaanvallen. Tegelijkertijd zijn cardiologen bedrevener geworden in levensreddende ingrepen als dotteren en bypassoperaties.

Nog steeds schrijven artsen 31 procent van de sterfgevallen in Nederland toe aan hart- en vaatziekten toe, maar dat percentage daalt gestaag. In opkomst is kanker. Volgens de samenstellers van VTV 2010 veroorzaakt kanker nu net iets meer sterfgevallen dan hart- en vaatziekten.

Zieke Nederlanders
Hoewel Nederlanders steeds langer leven zijn ze steeds vaker ziek. Dat komt niet alleen doordat ze ouder worden, en oudere mensen verhoudingsgewijs meer zorg nodig hebben dan jongere. Er is nog iets anders aan de hand.

In 1955 was de gemiddelde Nederlander vrij van chronische ziekten tot zijn 53ste. Nu is hij dat tot zijn 47ste. Bij vrouwen heeft zich een soortgelijk verschijnsel voorgedaan. Een factor is dat artsen steeds meer ziekten ontdekken, en dus ook op steeds meer Nederlanders het label 'ziek' kunnen plakken. Het aantal Nederlanders met een zeldzame ziekte is inmiddels opgelopen tot een miljoen.

Weer een ander verschijnsel is dat steeds meer Nederlanders niet één maar meerdere chronische ziekten hebben. Zo'n 1.3 miljoen Nederlanders hebben meerdere chronische ziekten tegelijkertijd.

Ongeveer 1 op de 3 Nederlanders heeft een chronische ziekte en 1 op de 10 heeft meerdere chronische ziekten tegelijk. De opmars van multimorbiditeit heeft alles met de vergrijzing te maken: hoe ouder Nederlanders worden, hoe meer kans hebben ze op meerdere chronische ziekten.

Toch blijft het aantal levensjaren dat de gemiddelde Nederlander zonder lichamelijke beperkingen door het leven gestaag toenemen. Door hun medicijnen kunnen ze steeds langer goed functioneren. Dat geldt ook voor de meest voorkomende chronische ziekte in Nederland: diabetes-2.

Leefstijl
De opmars van de chronische ziekten is niet alleen het gevolg van de groei van de medische kennis van ziekten en van onze hogere leeftijdsverwachting. Een belangrijke factor is dat Nederlanders niet erg gezond leven. Ondanks alle voorlichtingscampagnes, prijsmaatregelen, regelgeving en programma's neemt het gebruik van alcohol, tabak en drugs niet of nauwelijks af.

Maar de helft van de Nederlanders beweegt gemiddeld een half uurtje of langer per dag, en voldoet dus niet aan de Nederlandse richtlijn voor gezond bewegen. Bijna de helft van de Nederlanders is te dik en meer dan 1 op de 10 Nederlanders heeft ernstig overgewicht.

Van al die leefstijlfactoren is roken het gevaarlijkste, aldus de VTV 2010. Een roker die stopt krijgt daarvoor gemiddeld 5 gezonde jaren terug. Een gezond gewicht in plaats van overgewicht levert 2 gezonde jaren op, het stoppen met drinken en opheffen van bewegingsarmoede beiden 1 jaar.

De lijst met negatieve leefstijlfactoren is ongetwijfeld nog veel langer. Eenzaamheid zou bijvoorbeeld wel eens een hele sterke kunnen zijn, maar het harde bewijs daarvoor ontbreekt nog. Er zijn nog steeds onderzoekers die ervan overtuigd zijn dat milieuverontreiniging de gezondheid aantast, maar de samenstellers van de VTV kunnen geen overtuigende studies vinden die dat aantonen.

Overgewicht kost, voor zover de statistieken dat laten zien, geen gezonde levensjaren. Dat komt door de effectiviteit van de medicijnen waarmee artsen de symptomen van diabetes-2 bestrijden. Het rapport definieert 'gezonde levensjaren' als jaren waarin mensen lichamelijk zonder beperkingen functioneren. Volgens die definitie kan ook iemand met een chronische ziekte, en zelfs met meerdere chronische ziekten, gezond zijn.

Dat betekent dat ook 'gezonde vergrijzing' de vraag naar gezondheidszorg waarschijnlijk laat toenemen. Veel 'gezonde' ouderen gebruiken toch medicijnen.

Preventie
Uit de bovenstaande alinea's is al af te leiden welke nieuwe richting de Nederlandse gezondheidszorg moet inslaan. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de brief die Ab Klink, de toenmalige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, op 29 maart 2010 aan de leden van de Tweede Kamer stuurde toen de VTV 2010 uitkwam.

'De VTV stelt dat een verdere verbetering in de gezondheid mogelijk is wanneer anders wordt aangekeken tegen de oorzaak van ziekte en gezondheid en het beleid zich richt op de sociale en fysieke leefomgeving', schrijft Klink. 'De nadruk van deze VTV ligt op de maatschappelijke baten van gezondheid. De VTV gaat expliciet in op de verschuiving van aandacht voor ziekten naar een leven met beperkingen.'

Preventie, het voorkomen van ziekten, moet dus belangrijker worden. Mensen moeten meer prikkels en hulp krijgen om gezond te blijven, zeker nu het aantal mensen dat werkt afneemt. Gezonde jongeren presteren beter op school, gezonde volwassenen werken vaker en zijn productiever. Zeker nu de beroepsbevolking krimpt moeten er zoveel mogelijk gezonde mensen komen.

'Gezond' betekent ook hier niet meer 'de afwezigheid van ziekte', maar het ontbreken van lichamelijke beperkingen. Meer dan driekwart van de Nederlanders met een chronische ziekte heeft geen lichamelijke beperkingen, en kan dus werken.

Ook het aan het werk houden en krijgen van die groep is belangrijk in het toekomstige beleid. Ook dat valt trouwens onder het kopje van 'preventie'. Het gaat weliswaar om mensen die al een ziekte hebben, maar 'zorggerelateerde preventie' moet voorkomen dat de ziekte ernstiger wordt.

De voorganger van Klink was al tot die conclusie gekomen in de preventienota van 2006, die 'Kiezen voor gezond leven' heette. Nederlanders moesten minder gaan roken, minder drinken, afvallen en voorkomen dat ze diabetes of depressief worden. Die opsomming was niet uit de lucht gegrepen.

Er zijn studies die de effectiviteit aantonen van programma's die de leefstijl in die richting willen veranderen. Die studies tonen bijvoorbeeld aan dat stoppen met roken vaker slaagt als de rokers ook medicijnen gebruiken. Uiteindelijk lukt het 1 op de 5 rokers de sigaret voorgoed af te zweren.

Nieuwe benaderingen
Tot dusver hebben voornemens van beleidsmakers om via preventie de bevolking gezonder te maken niet het beoogde resultaat gehad. Toen beleidsmakers stelden dat het aantal diabetespatiënten tussen 2005 en 2025 met maximaal 15 procent mocht toenemen, concludeerden statistieken een paar jaar later dat het aantal waarschijnlijk zou verdubbelen.

Nota's verkondigden dat het aantal rokers zou moeten zakken tot 20 procent van de bevolking, maar het blijft al jarenlang zweven vlak onder de 30 procent.

Er is behoefte aan nieuwe preventieve benaderingen, aan innovaties. Er moeten meer mogelijkheden komen op mensen met een verhoogd risico gezond te houden. 'Er kan veel gezondheid worden gewonnen door het aanbod uit te breiden en de vraag te vergroten door interventies op te nemen in het basispakket van de zorgverzekering', aldus de VTV.

De samenstellers voegen daar in één adem aan toe dat opname in het basispakket alleen zin heeft als er ook daadwerkelijk een 'passend en toereikend aanbod' is. Vervolgens moeten huisartsen van de nieuwe interventies op de hoogte zijn. Zij zijn immers de belangrijkste verwijzers, die mensen attent kunnen maken op preventieve behandelingen of programma's.

De VTV zegt weinig over hoe die nieuwe benaderingen eruit moeten zien, maar het rapport zegt wel dat de rijksoverheid zich niet gaat bezighouden met het opzetten ervan. De nationale overheid is er voor het aangeven van doelen. Aanbieders van nieuwe preventieve interventies moeten hun zaken regelen op bijvoorbeeld gemeentelijk niveau, en ervoor zorgen dat inkopers van zorgverzekeraars en huisartsen brood en heil zien in hun aanpak.

Kansen
Het lijkt erop dat er hier kansen liggen voor ondernemende complementaire zorgverleners. Complementaire zorg kost maar een fractie van de reguliere zorg, en complementaire zorgconcepten hebben betrekking op het zo gezond mogelijk maken van 'de hele mens'. Wat dat betreft biedt de complementaire zorg precies wat Den Haag van de gezondheidszorg verlangt.

Een mogelijk probleem is dat zorgaanbieders moeten kunnen aantonen dat hun benadering werkt. Onderzoek is duur en tijdrovend en dat geldt dubbel en dwars voor onderzoek naar maatregelen of behandelingen die de gezondheid moeten verbeteren.

Vaak kijken studies alleen of het gedrag verandert, en niet of de gezondheid verbetert. Het aantonen dat een behandeling werkt is dus geen sinecure, maar als die hobbel eenmaal is genomen, zijn de perspectieven gunstig.

Complementaire zorg biedt immers niet alleen wat de rijksoverheid wil, maar ook wat steeds meer patiënten willen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek dat Zorgverzekeraar VGZ heeft laten uitvoeren.[4]

Volgens de enquête ziet zestig procent van de Nederlanders graag dat behandelaars meer tijd voor hen uittrekken. Nederlanders zijn vooral tevreden over zorg als hun behandelaar vriendelijk is en de moeite neemt om tekst en uitleg te geven. Een bijna even grote groep ziet graag meer aandacht voor preventie. Dat zijn allemaal dingen waar patiënten in de reguliere zorg met een lampje moeten zoeken.

Maar in de complementaire zorg niet.

Referenties

1. Vermeend W, Van Boxtel G. Uitdagingen voor een gezonde zorg. Uitgeverij Lebowski, Amsterdam augustus 2010.

2. NRC, 2 mei 2009.

3. Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV): Van Gezond Naar Beter. RIVM-rapportnummer: 270061005. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven, 2010.

4. Persbericht. Zorgverzekeraar VGZ, 16 september 2010.

Supplement, februari 2011.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.