Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 4-8-2019

Tilapia lust afval van koffie-industrie

Midden-Amerikaanse viskwekers kunnen spotgoedkoop afval van de koffieindustrie aan hun vissen geven, ontdekte een Wageningse promovendus. Vooral in kleinschalige kweekvijvers gedijen tilapia's er goed op. "Het ecosysteem van de vijver werkt ongeveer als de pens van koeien", zegt promotor prof. Johan Verreth.

In Zuid- en Midden-Amerika produceert de koffie-industrie grote hoeveelheden koffiepulp: vruchtvlees dat om de koffiebonen zit, schillen en stengels. De Costaricaanse Juan Ulloa Rojas onderzocht of tilapiakwekers dat materiaal, dat voor twaalf procent uit eiwitten bestaat, door hun visvoer konden mengen.

"Onderzoekers hebben wel eens geprobeerd om koffiepulp aan andere dieren te geven", zegt de Wageningse viswetenschapper Johan Verreth. "Maar dat liep toen op niks uit. De pulp bevat veel stoffen die de opname van voedingsstoffen remmen, zoals cafeine, tannine en hoge concentraties polyfenolen. Maar Rojas ontdekte dat tilapia's daar minder last van hadden." Tenminste, zolang hun voer uit niet meer dan tien procent pulp bestond. Daarboven remde de pulp de groei. Als het voer voor een kwart uit pulp bestond, hielden de vissen zelfs op met groeien.

Rojas probeerde daar iets aan te veranderen door bacterien de pulp te laten voorverteren. Dat mislukte. "In het lab was die stap geen probleem", zegt Verreth. "Het opschalen van dat proces, zodat Rojas genoeg voorverteerd voer voor zijn proeven in handen kreeg, mislukte echter."

Wel ontdekte Rojas dat kwekers in kleinschalige visvijvers het voer zelfs tot twintig procent uit de pulp konden laten bestaan. "In zulke vijvers leven allerlei andere organismen", verklaart Verreth. "Je moet het zien als een kleinschalig ecosysteem. Waarschijnlijk zorgen die organismen ervoor dat de voedingsstoffen beschikbaar komen voor de vissen, ongeveer zoals bacterien in de pens van de koe helpen bij het verteren van gras."

De kweek van tilapia heeft sinds de late jaren tachtig internationaal een hoge vlucht genomen. "Eerst waren het vooral de kleine kwekers die met deze vis gingen werken", zegt Verreth. "Maar de laatste vijf jaar zie je dat ook grote bedrijven de tilapia ontdekken." Omdat die ondernemingen vissen kweken in een industriele omgeving, die weinig lijkt op de ecosysteempjes van de kleine kwekers, hebben zij belang bij vervolgonderzoek naar de bacteriele bewerking van de pulp.

De leerstoelgroep Visteelt en Visserij van Wageningen Universiteit werkt al sinds 1986 samen met Rojas' Universidad Nacional. "Dat was toen in Midden-Amerika de enige universiteit die onderzoek deed naar visteelt", zegt Verreth. "Het niveau was toen nog vrij laag. Van de vijftig onderzoekers hadden er maar drie een PhD. Nu is eenderde gepromoveerd en verschijnen publicaties van de groep in de belangrijke vakbladen."

Dat komt onder meer door samenwerking met Wageningen Universiteit, al promoveerden de meeste Costaricanen uiteindelijk aan Noord-Amerikaanse universiteiten.

Juan Ulloa Rojas promoveerde op 11 juni aan Wageningen Universiteit bij prof. Bram Huisman en prof. Johan Verreth, beiden hoogleraar in de visteelt en visserij.

Weekblad voor Wageningen UR, 20 juni 2002.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.