Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 18-3-2019

Synbiotica voor bodybuilders

Havermout of bruinbrood in plaats van witbrood. Geen candybars of frisdrank als tussendoortje, maar fruit, zoals bananen en appels. Veel bonen en groenten bij de warme maaltijd. Vaste lezers van Sport & Fitness weten dat zo'n eetpatroon gezond is. Maar ze weten nog niet dat je er ook makkelijker spieren mee kunt opbouwen en vetlagen kunt afbreken.

In onze darmen leven bacterien die helpen om ons slank te houden, denkt onderzoeker Nathalie Delzenne van de universiteit van Leuven. Delzenne publiceerde tientallen studies over de effecten van onverteerbare suikerketens die in de darm de groei van die bacterien bevorderen.

Prebiotica, heten die suikerketens in het jargon van de voedingswetenschappers: moleculen van aan elkaar geplakte suikers die de spijsvertering niet van elkaar los kan peuteren, maar wel door bacterien worden gebruikt. 'Gefermenteerd', zeggen microbiologen liever.

Fruit, groenten, bonen en volle graanproducten bevatten veel van die suikerketens. Die zorgen er weer voor dat goedaardige bacterien meer eetlustremmende eiwitjes aanmaken. Bij proefdieren tenminste. 'We onderzoeken nu of die effecten ook bij mensen optreden', zegt Delzenne in het vakblad Food Engineering & Ingredients. 'We denken dat die er zijn, maar we hebben nog geen hard bewijs.'

Het onderzoek van Delzenne en haar collega's krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht. De gedachte dat suikerketens, waar het lichaam zelfs niets mee kan, toch een effect hebben is nog jong.

Voedingswetenschappers noemen onverteerbare de onverteerbare suikerketens vezels. Vijftig jaar geleden bestempelden golden vezels nog als 'balaststoffen'. Je had ze niet nodig, was het idee, behalve dan dat ze de darmen hielpen functioneren.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw bleek echter dat vezels wel degelijk nuttig waren, en beschermden tegen een keur van welvaartsziekten. Mensen die veel vezels aten, hadden vaker een gezonde cholesterolspiegel, een lager vetpercentage en kregen minder vaak diabetes of hart- en vaatziekten. Op dit moment circuleren er twee grote theorieen, die elkaar trouwens niet uitsluiten, die vertellen waarom.

Laag-glycemisch
De ene theorie verklaart de gezondheidsbevorderende werking van vezels uit hun matigende invloed op de bloedsuiker- en insulinespiegel. Omdat vezels het tempo waarin het lichaam suikers uit voeding opneemt vertragen, verlagen ze de insulinespiegel. Dat is gunstig voor de lichaamssamenstelling, zeggen dierstudies.

Ratten die laag-glycemisch voer krijgen en zoveel mogen eten als ze willen hebben tientallen procenten minder vetmassa en enkele procenten meer spiermassa dan ratten die een dieet krijgen dat meer op dat van de gemiddelde westerling lijkt.

In humane studies waarin onderzoekers dikke proefpersonen voor langere tijd fors laten afvallen komt grofweg veertig procent van het verloren gewicht op het conto van afgebroken vetvrije massa. Een paar maanden geleden lieten Oostenrijkse onderzoekers zien dat ze dat percentage konden terugdringen tot dertig procent als ze hun afslankers een laag-glycemisch dieet gaven.

SCFA's
De andere theorie zoekt de verklaring voor de positieve effecten van een vezelrijk voedingspatroon dus in de goedaardige bacterien. De eerste versies van de bacterietheorie keken vooral naar kwaadaardige micro-organismen die zich in de spijsverteringskanalen ophouden, en door het immuunsysteem in de darmen continu worden bevochten. Dat kost energie. Verminder je het aantal kwaadaardige organismen, dan heeft het lichaam meer energie over om spierweefsel op te bouwen.

Goedaardige bacterien helpen kwaadaardige organismen onder de duim te houden, is het idee. Dat kan bijvoorbeeld door goedaardige bacterien via de voeding in te nemen, in de vorm van yoghurt, of producten als Yakult en Mona Vifit. Onderzoekers noemen die goedaardige bacterien 'probiotica'.

Een andere manier om het aantal probiotica te laten toenemen, is een verhoogde inname van prebiotica, die ervoor zorgen dat goedaardige bacterien meer voedingsbodem hebben en dus harder groeien. Op dit moment ligt in het onderzoek de nadruk op synbiotica: de combinatie van goedaardige bacterien en fermenteerbare vezels.

De aandacht voor die theorie vermindert. Op dit momenten kijken onderzoekers liever naar moleculen die door goedaardige bacterien worden afgegeven, zoals short chain fatty acids of SCFA's. SCFA's moeten bijvoorbeeld de effecten verklaren die Australische onderzoekers vonden in een proef waarbij menselijke proefpersonen voedingsmiddelen kregen met veel onverteerbaar zetmeel. Nog niet helemaal rijpe bananen bevatten verhoudingsgewijs veel onverteerbaar zetmeel, net als afgekoelde pasta's of amylosemais.

De onderzoekers gaven hun proefpersonen maaltijden met verschillende hoeveelheden onverteerbaar zetmeel: de koolhydraten in de maaltijden waren voor nul, drie of vijf procent onverteerbaar. Naarmate dat percentage hoger was, verbrandden de proefpersonen na de maaltijd meer vet.

Na een maaltijd waarvan drie procent van de koolhydraten onverteerbaar was, verdrievoudigde de verbranding van vet ten opzichte van na de maaltijden zonder onverteerbare koolhydraten. Na een maaltijd waarvan vijf procent van de koolhydraten onverteerbaar was, vertienvoudigde de vetverbranding. En jazeker, dat vet kwam vooral uit de vetreserves.

De effecten zijn het werk van SCFA's, denken de onderzoekers. SCFA's remmen de vorming van glucose en vetten door het lichaam en dwingen het lichaam om zijn vetreserves aan te spreken voor zijn energiehuishouding.

Houdt het lichaam dan meer energie over om te gebruiken voor de aanmaak van nieuw spiereiwit? Zijn goedaardige bacterien anabool?

Anabole bacterie
Het antwoord op die vraag luidt misschien 'ja'. Dat blijkt uit het in Nederland uitgevoerde onderzoek van de moleculair bioloog Sergey Konstantinov, die een microbiologische groeibevorderaar heeft ontdekt in de ingewanden van varkens. [Link] Toen hij de bacterie in forse hoeveelheden door het voer van zieke biggen mengde, gebeurde er iets wat bijna te mooi lijkt om waar te zijn.

De bacterie hielp de jonge dieren niet alleen om de ziekte onder de knie te krijgen, maar liet ze ook harder groeien. 'De vraag is natuurlijk of dit organisme ook gezonde biggen harder laat groeien', zegt Konstantinov. 'En of het ook werkt bij andere dieren dan varkens. De Europese Unie en voedingsgigant Nutreco, die allebei mijn onderzoek hebben betaald, willen dat graag weten. Daarom hebben we een vervolgstudie opgezet.'

De uitkomst weten we pas over een paar jaar. Dan weten we zeker of Lactobacillus sobrius, zoals Konstantinov zijn bacterie heeft genoemd, spieropbouwende eigenschappen bezit. Tot dan zullen we het moeten doen met groenten, volle granen en fruit.

Sport & Fitness, september 2005.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.