|
Opgepoetst | 10-1-2020 Hoe effectief zijn supplementen tegen geheugenverlies?
Volgens advertenties in de kranten en het internet zijn er legio voedingssupplementen die ouderen tot op hoge leeftijd bij de pinken houden. Vitamines als foliumzuur en B12, mineralen als selenium en aminozuren beschermen de mentale vermogens als de jaren klimmen, beweren ze. De wetenschappelijke literatuur is er niet duidelijk over, zegt een Wageningse aio. Er zijn net zoveel studies met een positief resultaat als studies met een teleurstellend resultaat.
Ir Marleen Manders vond in databanken in totaal 1086 publicaties over supplementen en hun remmende effect op de mentale achteruitgang door veroudering. Toen de onderzoeker die op basis van methodologische criteria selecteerde, konden uiteindelijk maar 21 studies haar goedkeuring wegdragen.
'Ik wilde humane studies, geen onderzoek naar proefdieren', zegt Manders. 'En ik wilde bovendien onderzoeken met placebogroepen waarbij de onderzoekers niet wisten wie een supplement kreeg en wie een placebo.'
Toen ze na die selectie de studies op een rijtje had gezet, ontstond er geen duidelijk beeld.
Om te beginnen zijn er niet zoveel studies waarin onderzoekers een enkele voedingsstof hebben onderzocht. 'Er zijn een paar studies waarin onderzoekers met bijvoorbeeld extreem veel vitamine E of vitamine B1 een positief effect hebben gevonden, maar het gaat dan vaak om een enkele studie', zegt de Manders. 'Dat zegt niet zoveel. En in dat ene geval waarin een voedingsstof twee keer is onderzocht, zie je dat de studies elkaar tegenspreken.'
Er is eigenlijk maar een voedingsstof waarvan het effect op de cognitieve vaardigheden van ouderen vaker is getest. Dat is het aminozuur acetyl-l-carnitine, dat de energiecentrales van de cel, de mitochondria, beter moet laten werken. Manders vond zeven studies, waarvan drie zeiden dat het aminozuur de mentale vaardigheden van ouderen verbeterde en vier niet. De positieve studies waren overigens betaald door een producent van het aminozuur.
'Ik geloof niet zo in het toedienen van een stof', zegt de onderzoeker. 'Er zijn verschillende manieren waarop voedingsstoffen kunnen inwerken op de hersenen. Als er een effectief supplement bestaat, dan denk ik dat die zoveel mogelijk van die voedingsstoffen moet bevatten.'
Manders vond vier studies waarin ouderen een multivitamine hadden gekregen en onderzoekers hun cognitieve vaardigheden hadden gemeten. Twee onderzoeken vonden een positief effect, maar een daarvan bleek tot overmaat van ramp later niet te deugen. De onderzoeker, die overigens zelf supplementen verkocht en zijn eigen preparaat had bestudeerd, is onlangs beschuldigd van wetenschappelijke fraude.
'Je kunt op basis van de huidige literatuur dus geen conclusies trekken', zegt Manders. 'De ene keer werken supplementen wel, de andere keer niet. Waarschijnlijk hangt het af van de voedingstatus van de proefpersonen. Krijgen die te weinig nutrienten binnen, dan heb je kans dat supplementen werken.'
Manders' analyse verscheen in The Journals of Gerontology: Series A. Het literatuuronderzoek is een onderdeel van haar promotieproject.
Weekblad voor Wageningen UR, 18 november 2004.
|