Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 12-10-2020

Sporten tijdens chemokuur | Een complementaire kankerbehandeling die werkt

In bijna alle Europese landen, inclusief Nederland, lopen studies naar de effectiviteit van bewegingsprogramma's voor kankerpatiënten die chemokuren, bestralingen of andere intensieve behandelingen ondergaan. De onderzoekers die de literatuur rekenen op positieve uitkomsten. Praktisch alle gepubliceerde studies wijzen allemaal in dezelfde richting. Ze concluderen dat bewegen werkt.

Kankerpatiënten hebben meestal nog meer gezondheidsproblemen dan hun kanker. De diagnose van kanker alleen al veroorzaakt serieuze en langdurige stress, en de doorgaans noodzakelijk agressieve behandeling veroorzaakt jammer genoeg vermoeidheid, pijn en angst en depressie – al zijn die laatste twee wellicht ook een gevolg van het besef een potentieel dodelijke ziekte onder de leden te hebben.

Tegen die achtergrond is het niet verwonderlijk dat de leefstijl van patiënten na de diagnose en tijdens de behandeling ongezonder wordt, zoals Amerikaanse epidemiologen tien jaar geleden ontdekten in de Health, Eating, Activity, and Lifestyle Study.[1] In die studie volgden de onderzoekers twaalfhonderd vrouwen met borstkanker, en ontdekten dat die door hun ziekte gemiddeld twee uur per week minder gingen bewegen. Hoe serieuzer de ziekte, hoe groter was de afname van lichaamsbeweging.

Canadese onderzoekers vonden in 2009 een soortgelijk effect in mannen en vrouwen met darmkanker die een chemokuur ondergingen.[2] Van hen at 42 procent ongezond, en bewoog 74 procent te weinig. Slechts van 17 procent van de patiënten voldeed zowel het dieet als het bewegingspatroon aan de richtlijnen.

Cruciaal
Het is voorstelbaar dat kankerpatiënten tijdens hun behandeling, als de cytostatica en straling in hun lichaam weefsels beschadigen, geen zin hebben om te bewegen. Maar het wordt steeds duidelijker dat juist voor mensen met kanker lichaamsbeweging de overlevingskansen verhoogt en de kans op complicaties verkleint. Dat geldt voor kankeroverlevers, die zijn behandeld voor hun ziekte, maar ook voor patiënten die nog behandeld worden.

Er zijn inmiddels tientallen studies gepubliceerd waaruit blijkt dat beweging tijdens chemokuren en bestraling een positief effect heeft.

'Er zijn nog steeds artsen die geloven dat lichamelijke inspanning schadelijk is voor kankerpatiënten', zei de biostatisticus prof. Kathryn Schmitz van de University of Pennsylvania op 28 mei 2010 in een persbericht van haar universiteit.[3]

'En inderdaad moeten patiënten zeker tijdens hun behandeling hun grenzen bewaken. Maar het staat vast dat matig-intensieve lichaamsbeweging veilig en gezond is voor kankerpatiënten. Zelfs als ze ingrijpende behandelingen ondergaan als het implanteren van stamcellen is beweging gunstig. Artsen die kankerpatiënten ontmoedigen om te bewegen brengen de gezondheid van hun patiënten in gevaar.'

Schmitz werkte mee aan de bewegingsrichtlijnen voor kankerpatiënten die het American College of Sports Medicine in 2010 publiceerde.[3] Het College baseerde zich daarbij op de studies die op dat moment waren gepubliceerd.

Anno 2012 zijn de aanwijzingen voor het positieve effect van beweging alleen maar sterker geworden. In augustus van dit jaar publiceerden onderzoekers van de University of New Mexico de grootste overzichtsstudie naar het effect van beweging tijdens de behandeling van kanker tot nu toe[4], en ook daarin is sprake van een sterk positief effect. In de studie zijn de gegevens van 56 trials samengebracht en opnieuw geanalyseerd. In totaal verwerkten de onderzoekers de gegevens van bijna vijfduizend volwassen kankerpatiënten.

De conclusie van de studie was overduidelijk. Beweging in de vorm van fietsen, krachttraining, yoga of qigong verbetert de kwaliteit van leven, vermindert de vermoeidheid en verbetert het lichamelijk en sociaal functioneren, concludeerde de studie. Bovendien werpt matig-intensieve beweging meer vruchten af dan lichte bewegingsvormen.

Studies
De passages hieronder gaan dieper in op enkele studies naar het effect van beweging tijdens de behandeling van kankerpatiënten.

* Onderzoekers van de University of Texas publiceerden in 2008 waarin ze met een bewegingsprogramma bij vrouwen die werden behandeld voor borstkanker een fenomeen wilden bestrijden dat artsen sarcopenische obesitas noemen.[5]

Chemokuren en de behandeling met anti-oestrogenen breken bij borstkankerpatiënten spieren af en bewerkstelligen tegelijkertijd de groei van de vetmassa. De meeste vrouwen worden tijdens hun chemokuur slechts enkele kilo's zwaarder, maar bij twintig procent loop de gewichtstoename op tot tien tot twintig kilo. Dat is uiteraard ongezond. Overgewicht verhoogt de kans op terugkeer van de ziekte en de kans op ziekten die niet direct met kanker te maken hebben, zoals diabetes en hart- en vaatziekten.

De Texanen lieten de deelnemers aan hun studie drie keer per week minstens een half uur joggen of fietsen, en om de andere dag een krachttrainingprogramma afwerken. Toen de onderzoekers na zes maanden het effect van het programma bepaalden, zagen ze dat de spiermassa van de vrouwen niet was afgenomen. De spiermassa was zelfs met enkele onsjes toegenomen. De toename van de vetmassa was beperkt gebleven tot slechts anderhalve kilo. Bij een groep vrouwen die niet alleen had bewogen, maar ook een dieet had gevolgd was dat zelfs niet meer dan aan halve kilo.

* Minder veeleisend was het bewegingsprogramma dat onderzoekers van Queensland University of Technology in Australië ontwierpen voor vrouwen met eierstokkanker die chemotherapie ondergingen.[6]

De vrouwen waren gemiddeld 60 jaar oud, en moesten vier keer per week een half uur lopen met een redelijk hoog tempo. Het programma verminderde de bijwerkingen van de chemobehandeling. De eetlust van de vrouwen ging minder achteruit, de vrouwen waren minder vaak misselijk, hadden minder last van verstopping, vielen minder af en waren overdag minder slaperig en moe. Fysiek functioneerden de vrouwen beter, en ze maakten zich bovendien minder vaak zorgen.

* Onderzoekers van Taipei Medical University in Taiwan lieten vrouwen met borstkanker tijdens hun chemokuur die keer per week dertig minuten joggen.[7] De vrouwen droegen een hartslagmeter, zodat ze tijdens het lopen hun hartslag tussen de 60 en 80 procent van hun maximale hartslag konden houden. Het programma halveerde de bijwerkingen van de chemokuur.

Patiënten aan het woord
De cijfers in studies zoals die van hierboven, hoe positief en hoopvol ze ook zijn, vertellen niet wat het voor kankerpatiënten kan betekenen om te bewegen. Wat dat betreft zijn de studies van de Deense hoogleraar Lis Adamsen een eye opener.

Adamsen, verbonden aan de University of Copenhagen, experimenteerde met een intensief bewegingsprogramma voor een diverse groep patiënten mensen die werden behandeld voor onder meer darmkanker, borstkanker, eierstokkanker en zaadbalkanker.[8]

Adamsen en haar medewerkers lieten de deelnemers van hun studie drie keer per week anderhalf uur trainden in een fitnesscentrum. De patiënten deden aan cardiotraining en trainden hun belangrijkste spiergroepen op weerstandmachines. Het bijzondere van Adamsens werk is dat daarin de deelnemers zelf aan het woord komen. In Adamsens studies zijn patiënten weer mensen, niet alleen voer voor statistieken.

Ondanks hun chemobehandeling werd driekwart van de patiënten sterker en fitter dan ze waren voordat de behandeling begon. Bijna negentig procent rapporteerde na zes weken minder vermoeidheid en meer energie.[9]

'Ik heb weer het gevoel dat ik leef', citeert Adamsen een 42-jarige deelnemer met darmkanker. 'Mijn lichaam was aan wegkwijnen, maar nu heb ik weer energie. Het is fijn om de grenzen van wat je lichaam kan te verkennen. Als ik hier 's ochtends klaar ben met trainen voel ik me wakker.'

'Voordat ik hiermee begon had ik niet zoveel energie', vertelt een vrouw van 35 jaar met een sarcoom. 'Als mijn voorraad op was sliep ik alleen nog maar. Nu moet ik nog steeds voorzichtig omgaan met mijn energie, maar door de training kan ik meer. Ik hoef 's middags niet meer te slapen. Ik val 's avonds wel eerder in slaap, maar dan slaap ik ook beter.'

Een vrouw van 35 met baarmoederhalskanker waardeert wat Adamsens programma verandert in haar lichaam. 'Ik heb nu meer spieren en mijn lichaam is strakker', zegt ze. 'Ik ben aangekomen, maar ik ben niet dikker geworden.'

Rustig beginnen
'Natuurlijk is het niet de bedoeling dat kankerpatiënten, die nog nooit eerder hebben gesport, intensief gaan bewegen, en bijvoorbeeld gaan trainen voor een marathon of een berg gaan beklimmen', zegt de Amerikaanse fysiotherapeut Andréa Leiserowitz van de Seattle Cancer Care Alliance op de website van het Amerikaanse National Comprehensive Cancer Network.

'Matig-intensieve beweging is daarentegen alleen maar goed. Kankerpatiënten die geregeld bewegen hebben de helft minder last van vermoeidheid dan patiënten die niet bewegen. Hoe eerder patiënten beginnen met bewegen, des te minder medicijnen zullen ze nodig hebben en des te kleiner is hun kans op complicaties of bijwerkingen van hun behandeling.'

De bewegingsprogramma's die Leiserowitz gebruikt, en die naadloos passen binnen de richtlijnen van het American College of Sports Medicine, bestaan meestal uit drie onderdelen.

Het eerste onderdeel is cardiotraining, zoals stevig wandelen, fietsen, cardiofitness, zwemmen of hardlopen. Niet te lange maar intensieve cardiotraining is vooral goed voor hart en bloedvaten. Chemokuren tasten bloedvaten aan, en cardiotraining voorkomt dat. Bovendien houdt krachttraining de conditie op peil, waardoor patiënten fysiek meer aankunnen en beter functioneren.

Een tweede onderdeel is krachttraining. Krachttraining beschermt spiermassa tegen afbraak, en houdt de spierkracht op peil. Ook dat is goed voor het functioneren. Bovendien beschermt spiermassa tegen overgewicht.

Een derde onderdeel is strekken van spieren en gewrichten, zodat die soepel blijven.

Het doel waarnaar kankerpatiënten moeten streven is vijf keer per week minstens een half uur op redelijk intensief niveau actief te zijn, in de vorm van kracht- of cardiotraining.

Dat zal niet voor iedereen meteen mogelijk zijn. In dat geval kunnen patiënten volstaan om een paar minuten te wandelen. Desnoods kunnen ze meerdere keren per dag enkele minuten wandelen. Later, als patiënten voelen dat ze sterker en fitter worden, kunnen ze de duur van hun inspanningen geleidelijk verhogen. Als ze dat een half uur kunnen volhouden, kunnen ze voorzichtig de intensiteit opvoeren. En als ze uiteindelijk in staat zijn een half uur te joggen, dan zijn ze fit genoeg voor krachttraining.

Motivatie
Ondanks de vele positieve effecten van beweging is het niet altijd eenvoudig om kankerpatiënten te motiveren om in beweging te komen en te blijven. Uitval is een serieus probleem, rapporteren bijna alle studies.

Onderzoekers van Columbia University in New York publiceerden in de zomer van 2012 een studie die de omvang van de uitval in kaart brengt.[10] Ook in die studie lieten de onderzoekers een groep kankerpatiënten naast hun reguliere behandeling ook bewegen. De deelnemers moesten er naar streven om vijf dagen per week dertig minuten te wandelen in een hoog tempo.

Tweederde van de patiënten viel in de categorie van de 'volhouders'. Zij liepen in het begin van de studie net zoveel als de onderzoekers adviseerden, maar tien weken was hun gemiddelde hoeveelheid lichaamsbeweging desondanks met twintig procent afgenomen. Ze bewogen dus ongeveer honderdtwintig minuten matig-intensief per week. Volgens overzichtsstudies is die hoeveelheid voor de meeste kankerpatiënten optimaal.

De overige deelnemers, de 'opgevers', begonnen op het niveau waarop de 'volhouders' eindigden. In plaats van de aanbevolen honderdvijftig minuten per week wandelden ze aanvankelijk slechts honderdtwintig minuten. Binnen enkele weken was die hoeveelheid echter nog verder afgenomen tot vijftig minuten. De patiënten konden geen weerstand bieden aan de vermoeidheid waarmee hun behandeling gepaard ging, vertelden ze.

De kracht van de groep
De hierboven genoemde Lis Adamsen ontdekte dat groepsgewijs trainen een krachtig instrument kan zijn om kankerpatiënten te blijven motiveren.[9] De patiënten ervoeren het trainen in een groep zelfs als aangenaam en ontspannend. 'We hebben lol en we lachen', citeerde Adamsn een patiënt. 'Vooral als we onszelf inspannen. Het bewegen doet dan minder pijn. In je eentje lachen doe je niet. Daar heb je een groep voor nodig.'

'Ook als ik hier alleen op een machine zit te krachttrainen, voel ik me niet alleen', vertelde een andere patiënt. 'Er is altijd wel iemand van de groep die naar me toekomt en vraagt hoe het met me gaat.'

In Ademsens onderzoek staat een passage waarin de patiënten L en J met elkaar praten. Die passage brengt misschien wel als beste onder woorden waarom het sporten met lotgenoten zo motiverend kan zijn.

'Het is ook belangrijk dat je je realiseert dat de anderen zich soms net zo slecht als jij voelen', zegt L. 'Dan denk je: als zij 's ochtends naar de sessies komen, dan kan ik dat ook. Je voelt je dan bijna verplicht om op te dagen. Op die manier inspireren we elkaar.'

Vervolgens richtte patiënt L zich tot patiënt J. 'Zoals toen ik jou zag trainen met een infuus in je arm en een katheter in je borst. Toen had je het zwaar.'

'Dat viel wel mee', antwoordde J.


Referenties

1. Irwin ML e.a. Physical activity levels before and after a diagnosis of breast carcinoma: the Health, Eating, Activity, and Lifestyle (HEAL) study. Cancer. 2003 Apr 1;97(7):1746-57.

2. Stephenson LE e.a. Physical activity and diet behaviour in colorectal cancer patients receiving chemotherapy: associations with quality of life. BMC Gastroenterol. 2009 Jul 27;9:60.

3. Schmitz KH e.a. American College of Sports Medicine roundtable on exercise guidelines for cancer survivors. Med Sci Sports Exerc. 2010 Jul;42(7):1409-26.

4. Mishra SI e.a. Exercise interventions on health-related quality of life for people with cancer during active treatment. Cochrane Database Syst Rev. 2012 Aug 15;8:CD008465.

5. Demark-Wahnefried W e.a. Results of a diet/exercise feasibility trial to prevent adverse body composition change in breast cancer patients on adjuvant chemotherapy. Clin Breast Cancer. 2008 Feb;8(1):70-9.

6. Newton MJ e.a. Safety, feasibility and effects of an individualised walking intervention for women undergoing chemotherapy for ovarian cancer: a pilot study. BMC Cancer. 2011 Sep 8;11:389.

7. Yang CY e.a. Effects of a home-based walking program on perceived symptom and mood status in postoperative breast cancer women receiving adjuvant chemotherapy. J Adv Nurs. 2011 Jan;67(1):158-68.

8. Adamsen L e.a. Feasibility, physical capacity, and health benefits of a multidimensional exercise program for cancer patients undergoing chemotherapy. Support Care Cancer. 2003 Nov;11(11):707-16.

9. Adamsen L. Transforming the nature of fatigue through exercise: qualitative findings from a multidimensional exercise programme in cancer patients undergoing chemotherapy. Eur J Cancer Care (Engl). 2004 Sep;13(4):362-70.

10. Shang J e.a. Who will drop out and who will drop in: exercise adherence in a randomized clinical trial among patients receiving active cancer treatment. Cancer Nurs. 2012 Jul-Aug;35(4):312-22.


eSup, november 2012.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.