Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 25-9-2020

Van runners' high tot alternatieve pijntherapie | Beweging remt pijn

Het menselijk lichaam maakt zijn eigen pijnstillers. Deze 'endogene opiaten', zoals sommige biologen ze noemen, komen vrij bij lichaamsbeweging, pijn en stress en werken volgens sommige onderzoekers zo goed dat sporters eraan verslaafd kunnen raken. Medici hebben een andere toepassing van lichaamseigen pijnstillers ontdekt. Ze verlichten het leven van patienten die leven met pijn.

In de herfst van 2008 brengen de wetenschapsbijlagen van alle kranten het nieuws. Duitse onderzoekers leveren eindelijk het harde bewijs van een theorie die al meer dan dertig jaar door de populaire cultuur, de duursport en de wetenschap spookt.

De onderzoekers lieten tien hardlopers twee uur rennen, en bekeken daarna hun hersenen met een PET-scan. Van tevoren hadden de sporters een morfineachtige stof gekregen, die zich aan receptoren in de hersenen had vastgemaakt. Receptoren zijn eiwitten, waaraan hormonen en legio medicijnen zich moeten vastmaken om effect te hebben. De stof was gelabeld, zodat de PET-scan hem kon zien.

Nadat de sporters hadden hardgelopen, zagen de onderzoekers hoe de verbinding zich losmaakte van de receptoren. Dat kan alleen als hij wordt verdrongen door een andere verbinding, die zich kan vastmaken aan dezelfde receptoren. Die verbinding moest zijn aangemaakt door het lichaam van de sporters zelf, en zou net zo'n effect moeten hebben als morfine, één van de krachtigste pijnstillers die de artsen gebruiken.[1]

De Duitse wetenschappelijke wapenfeiten leverden het eerste bewijs voor het bestaan van een fenomeen dat buiten de wetenschap praktisch elke enthousiaste duursporter kent: het runners' high.

De term runners' high ontstond in de jaren zeventig, enkele jaren nadat biologen de endorfines hadden ontdekt. Endorfines zijn eiwitten die het lichaam zelf aanmaakt, en die een pijnstillende werking hebben. Ze hechten aan dezelfde receptoren als de morfineachtige pijnstillers die medici gebruiken, of sterk verslavende drugs zoals opium en heroine.

In 1978 vertelt de promovendus Michael Sachs, verbonden aan Florida State University, op een congres van sportwetenschappers dat hij heeft ontdekt hoe gedreven hardlopers ontwenningsverschijnselen vertonen als ze 24 tot 36 uur niet hebben gelopen. De sporters zijn ongenaakbaar, kribbig en voelen zich gespannen en ongezond. Ze worden pas weer normaal als ze gelopen hebben.

De verschijnselen lijken op die van de ontwenningsverschijnselen die gebruikers van opiaten rapporten.[2] Sachs legt een verband met de endorfines, die een paar jaar eerder zijn ontdekt en waarover de media uitvoerig hebben bericht.

Runners' high
In zijn proefschrift, dat in 1980 verschijnt, introduceert Sachs de term runners' high. Tijdens het hardlopen, ontdekte Sachs, ervaren lopers een andere staat van bewustzijn. Ze worden opgetogen en raken soms zelfs in extase, en hebben soms het gevoel dat ze de werkelijkheid op een andere, hogere manier ervaren.

Het verschijnsel is complex. Sachs tekent uit de monden van hardlopers een kleine dertig verschillende kenmerken van het runners' high op.[3] De oorzaak van het fenomeen, aldus Sachs, zijn de opiaten die het lichaam door de inspanning aanmaakt. Dezelfde opiaten die hardlopen verslavend kunnen maken.

Niet alle onderzoekers denken het runners' high bestaat. In JAMA, het invloedrijke wetenchappelijk periodiek van de American Medical Association, schrijft scepticus en hardloper David Levin dat het verhoogde bewustzijn van hardlopers volgens hem een fabeltje is. Maar dat het lichaam van hardlopers zijn eigen pijnstillers aanmaakt, daaraan twijfelt Levin niet.[4]

'Na vijf kilometer hardlopen wil ik vurig dat deze beproeving voorbij is', vertelt Levin. 'Maar toch blijf ik rennen totdat ik 16 tot 24 kilometer heb afgelegd. Soms loop ik ook wel 42 kilometer. Dat ik daartoe in staat ben, komt niet alleen omdat ik een zekere conditie heb opgebouwd en mijn spieren dat aankunnen, maar ook omdat mijn lichaam zijn eigen pijnstillers aanmaakt.'

Lichaamseigen opiaten
Terwijl sportwetenschappers en psychologen kissebissen over het wel of niet bestaan van het runners' high, doen fundamentele onderzoekers dierproeven. Ze laten ratten rondlopen in een molentje, en dienen ze daarna een serie steeds krachtiger elektrische schokjes toe. Ze stoppen daarmee wanneer de rat gaat piepen - een teken van pijn. Hoe langer de ratten lopen, hoe langer duurt het voordat ze gaan piepen. Lichaamsbeweging maakt minder gevoelig voor pijn, concluderen de onderzoekers.[5] Het pijnstillend effect is in sommige studies tot vijf uur na de loopsessie nog meetbaar.

Mensen reageren niet wezenlijk anders dan ratten. In studies laten fysiologen, biopsychologen en sportwetenschappers duurlopers een lange afstand afleggen, en dienen de proefpersonen twintig minuten daarna pijnprikkels toe. De lopers blijken minder gevoelig voor de pijn van een knellende band om hun bovenarm, en voor koude en warme temperaturen.

Krijgen de sporters injecties met een medicijn als naloxon, dat artsen inzetten om de gevolgen van een overdosis opiaten tegen te gaan, dan verdwijnt het pijnremmende effect van lopen als sneeuw voor de zon.

Naloxonmoleculen verdringen opiaatmoleculen van hun receptoren, maar hebben geen pijnstillende werking. De lopers hebben door naloxon niet alleen meer pijntjes, maar beleven ook minder plezier aan het lopen. De euforie blijft uit en de sporters ervaren hun loopsessie als moeizaam.[6] Dat maakt volgens onderzoekers aannemelijk dat de pijnstillende werking van beweging wordt veroorzaakt door een verhoogde aanmaak van een opiaat.

Het lichaamseigen opiaat dat wetenschappers bij hun proeven op dieren of mensen meten is meestal beta-endorfine: een eiwit van 31 aminozuren dat wordt afgescheiden door de hypofyse als die ook het stresshormoon ACTH afscheidt. Dat beta-endorfine en ACTH gelijktijdig vrijkomen is niet toevallig. Beide verbindingen zijn stukjes van een groter molecuul, pro-opiomelanocortin, dat bij pijn, inspanning en stress door enzymen in stukken wordt geknipt en aan de bloedbaan wordt vrijgegeven.

Inmiddels zijn er naast endorfines nog andere soorten endogene opiaatachtige pijnstillers ontdekt. In de jaren zeventig ontdekten biologen al de enkefalines, later kwamen daar bijvoorbeeld nog de dynorfines en de endomorfines bij.

Allemaal maken ze zich vast aan dezelfde receptoren waaraan opiaten zich vastmaken, maar elk lichaamseigen opiaat heeft weer een voorkeur voor andere receptortypes of is op een andere plek in het lichaam actief. Tot op de dag van vandaag meten onderzoekers echter meestal beta-endorfine. Die stof is in het bloed goed aan te tonen, en is daarbij ook nog betrekkelijk stabiel.

In de jaren die volgen leert fundamenteel onderzoek dat de endogene opiaten meer functies hebben dan alleen het remmen van pijnprikkels. Sommige verbindingen beschermen bijvoorbeeld de hartspier bij zware inspanning tegen een hartaanval. Beta-endorfine speelt een sleutelrol in de antidepressieve effecten van lichaamsbeweging. Volgens een neurologische theorie ontstaan depressies doordat de hippocampus, een orgaan in de hersenen, door wat voor reden te klein is geworden. Antidepressiva werken omdat ze de hippocampus weer laten groeien, en volgens dierstudies doet lichaamsbeweging precies hetzelfde. Dat gebeurt echter niet als je de werking van beta-endorfine door een morfineremmer als naloxon blokkeert.[7]

Overigens blijkt de vrees dat hardlopers verslaafd raken aan hun eigen opiaten, met alle gevolgen van dien, later ongegrond. Als sporters meer lopen dan goed voor ze is, en overtraind raken, neemt de afgifte van de lichaamseigen pijnstillers snel af. Een hoge afgifte van endogene pijnstillers is een teken van gezondheid.

Pijntherapie
Complementaire gezondheidswerkers en artsen realiseren zich op de valreep van de jaren negentig dat bewegingsprogramma's patienten met pijn kunnen helpen. Een groep die zich in de bijzondere aandacht van de medische onderzoekers mag verheugen is bijvoorbeeld die van de zwangere vrouwen. Bevallingen zijn, om het eufemistisch uit te drukken, niet vrij van pijn. Tegelijkertijd zijn artsen lange tijd huiverig geweest voor het gebruik van pijnstillers tijdens de bevalling, uit angst het kind te schaden. Volgens een experiment van Italiaanse gynaecologen voelen vrouwen tijdens de bevalling minder pijn als ze tijdens hun zwangerschap geregeld eventjes op de fiets hebben gezeten. De onderzoekers schrijven dat toe aan een verhoogde spiegel van het beta-endorfine in de vrouwen.[8]

Sportwetenschappers van de Keulse Deutsche Sporthochschule gaan nog een stapje verder, en laten zwangere vrouwen nog twintig minuten fietsen als de weeen zijn begonnen. Een onorthodoxe aanpak, maar volgens de Duitsers wel degelijk effectief. Als je hun publicatie mag geloven, bevallen de vrouwen met minder pijn, zonder dat hun kinderen schade van de bewegingssessie ondervinden.[9]

In de medische literatuur zijn inmiddels honderden studies verschenen waarin bewegingsprogramma's de pijn van patienten verminderen. Kortdurende inspanningen op een pittig niveau verminderen bijvoorbeeld de pijn van patienten met lage rugklachten.[10] Mensen met osteopenie en osteoporose hebben minder pijn als ze vaker gaan bewegen.[11]

En hoe bizar het ook klinkt, mensen die fantoompijn hebben in een ledemaat dat er niet meer is, hebben baat bij een mentaal bewegingsprogramma. 'Fantoombeweging', noemen de onderzoekers het. In die studies draait het om mensen die door een ongeluk geen benen meer hebben, maar toch pijn in hun niet meer bestaande benen ervaren. Onderzoekers verhelpen die door de patienten te laten inbeelden dat ze hardlopen. Het gevolg is dat de pijn vermindert-– althans in een recent onderzoek van de Turkse Hacettepe University.[12]

Een in de wetenschap nog onontgonnen terrein is het inzetten van beweging bij de aanpak van verslaving aan opiaten. In dierstudies blijkt dat een verhoogde aanmaak van lichaamseigen opiaten het lichaam ongevoeliger maakt voor exogeen toegediende opiaten. Waarschijnlijk verdringen de natuurlijke verbindingen de beduidend krachtiger lichaamsvreemde stoffen van de receptoren.

Dat biedt wellicht mogelijkheden voor hulpverleners in de verslavingszorg.[13] In experimenten waarin proefdieren zichzelf morfine kunnen toedienen vermindert het lopen in een molentje in ieder geval de behoefte aan het verslavende middel.[14]

Tegenvallende resultaten
De theorie van de endogene opiaten staat in de jaren negentig zo sterk, dat onderzoekers zich afvragen of endorfines, enkefalines en dynorfines de werking van complementaire therapieen kan verklaren.

Geheel nieuw is die gedachte niet. Je vindt al in de eerste verslagen van een verminderde pijngevoel bij proefdieren die rondrennen in een molentje het idee dat endorfines kunnen verklaren waarom bijvoorbeeld accupunctuur in veel gevallen verrassend effectief is in pijnbestrijding. Het zou voor spieren niet zoveel uitmaken of ze op de juiste plaats met een naald worden gestoken, of door fysieke inspanning worden uitgeput.

Hetzelfde zou kunnen gelden voor behandelingen als manuele therapie, balneotherapie en hypnose. Ook die behandelingen zouden kunnen leiden tot verhoogde concentraties van lichaamseigen pijnstillers. Inderdaad hebben onderzoekers vaak gevonden dat complementaire behandelingen de aanmaak van lichaamseigen opiaten verhogen - maar ook heel vaak niet.

Metastudies concluderen daarom dat endogene pijnstillers ongetwijfeld bijdragen aan de effectiviteit van veel complementaire methoden, maar dat opiaten de werking van die behandelingen niet volledig kunnen verklaren.[15]

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hetzelfde geldt voor beweging. Tegenover de studies die aantonen dat patienten minder last hebben van pijn staan ook onderzoeken met teleurstellende uitkomsten. Metastudies, waarin wetenschappers gegevens uit eerdere onderzoekers bij elkaar vegen en nog eens analyseren, komen niet altijd tot de conclusie dat beweging net zo'n belangrijke bijdrage levert aan pijnbestrijding als de onderzoeken op duursporters en proefdieren in de jaren tachtig suggereerden.

Een Cochranereview uit 2005 oordeelde bijvoorbeeld dat beweging bij de bestrijding van lage rugpijn nauwelijks effectief was.[16] Een andere metastudie concludeerde dat beweging weliswaar de gezondheid van fibromyalgiapatienten ten goede komt, maar niet helpt tegen pijn.[17] Ook een Nederlandse Cochranereview naar de effecten van beweging op jongeren met artritis kwam tot zo'n slotsom.[18]

Een verklaring voor de tegenvallende metastudies in het kamp van de harde wetenschappers is dat de verwachtingen overspannen zijn geweest. We ervaren nu eenmaal niet voor niets pijn. Die eigenschap stelt ons in staat om schade aan ons lichaam te voorkomen. In een recent overzichtsartikel over lichaamseigen opiaten concluderen onderzoekers Rod Dishman en Patrick O'Connor van de University of Georgia dat het onwaarschijnlijk is als ons lichaam was geevolueerd om stoffen aan te maken die pijn net zo efficient kunnen bestrijden als - zeg maar morfine.[19]

Leren van sporters
Een andere verklaring is dat alleen lichaamsbeweging met een zekere intensiteit pijn remt. Duurinspanningen remmen pijn als het lichaam bijvoorbeeld overschakelt op de verbranding van vet. Korterdurende inspanningen remmen pas pijn bij een hoog zuurstofgebruik. Niet alle patienten zullen dergelijke inspanningsniveaus halen.

Bovendien is het de volledige bewegingservaring die de aanmaak van opiaten stimuleert. Het gaat niet alleen de beweging, maar ook om de context.

Voor beweging geldt wat Henry Beecher, de ontdekker van het placebo-effect, in de jaren vijftig rapporteerde over oorlog. Soldaten die in oorlogssituaties schotwonden oplopen, rapporteren minder pijn en hebben minder pijnmedicatie nodig dan burgers die in vredestijd exact dezelfde verwondingen oplopen, toonde Beecher aan.[20] De stress van soldaten in een oorlogssituatie remt de pijn. Voor de hardlopers uit de jaren tachtig waren dat factoren als de blootstelling aan buitentemperaturen, of de aangename spanning die aan het lopen vooraf gaat. Hoe meer sporters zich zorgen maken of ze wel goed zullen presteren, hoe hoger is hun aanmaal van opiaten.

Misschien kunnen de ontwerpers van de bewegingsprogramma's nog meer leren van sporters dan ze beseffen.

Referenties
1. Cereb Cortex. 2008 Nov;18(11):2523-31.
2. Annual Conference North American Society for the Psychology of Sport and Physical Activity, Tallahassee, Florida, May 24, l978.
3. Michael L. Sachs. On the trail of the runners' high. Florida State University, 1980.
4. JAMA. 1982 249(1):21.
5. Life Sci. 1982 Mar 8;30(10):833-40.
6. Pain. 1984 May;19(1):13-25.
7. FASEB J. 2008 Jul;22(7):2253-62.
8. Am J Obstet Gynecol. 1989 Mar;160(3):707-12.
9. Z Geburtshilfe Neonatol. 2005 Aug;209(4):144-50.
10. Occup Med. 1988 Jan-Mar;3(1):137-45.
11. Clin Rehabil. 2009 Aug 28. [Epub ahead of print].
12. J Rehabil Med. 2009 Jun;41(7):582-4.
13. Psychopharmacology (Berl). 2003 Aug;168(4):426-34.
14. Pathophysiology. 2009 Jun;16(1):3-7.
15. Complementary Therapies in Medicine 1998 Mar;6(1):36-41.
16. Cochrane Database Syst Rev. 2005 Jul 20;(3):CD000335.
17. Arthritis Rheum. 2009 Feb 15;61(2):216-24.
18. Eur J Phys Rehabil Med. 2008 Sep;44(3):287-97.
19. Mental Health and Physical Activity 2009 2(1):4-9.
20. J Am Med Assoc. 1956 Aug 25;161(17):1609-13.

Supplement, november 2009.









Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.