|
Opgepoetst | 5-6-2019 Profiel | Commissie Dietetiek
Aantal leden 10 Wageningse dietetisten
Taakveld De Wageningse dietisten leveren in acht vakken een bijdrage aan het onderwijs in de voedingswetenschappen en, op een praktisch maar basaal niveau, aan het Wageningse voedingsonderzoek. De commissie coordineert hun activiteiten.
Toekomst De inbreng van dietisten in Wageningen UR groeit voorzichtig mee met de koerswijzigingen van Wageningen Universiteit in de richting van de life sciences. Daardoor gebeurt er meer onderzoek naar hoogwaardige voeding, waarvoor soms inbreng van dietisten nodig is. Nog niet zo lang geleden heeft ook het Wageningse onderzoeksinstituut Rikilt twee dietisten aangetrokken.
Daarnaast komen er steeds meer Wageningse voedingsingenieurs te werken in ziekenhuizen en laboratoria van de voedingsindustrie. De vakken waaraan de dietisten meewerken bereiden de studenten op zulke banen voor.
Uitdaging Dietisten kunnen de kwaliteit van onderzoek alleen verbeteren als ze er tijdig bij betrokken zijn. Soms gebeurt dat niet, omdat de commissie geen overzicht heeft van alle onderzoeken in de voorbereidingsfase, en omdat niet alle onderzoekers de commissie kennen.
Relatie met Wageningen UR De leden van de commissie zijn, meestal parttime en op basis van een tijdelijk contract, in dienst bij Wageningen Universiteit of een Wagenings onderzoeksinstituut.
Studenten Voeding en gezondheid krijgen in het derde jaar het practicum 'Voeding in de praktijk', en moeten dan zelf een voedingsmiddel ontwerpen. De nieuwe voedingsmiddelen weerspiegelen de tijdgeest, zegt dr. Jeanne de Vries van de sectie Humane voeding en epidemiologie. "In de jaren tachtig waren alternatieve voedingsmiddelen populair. Muesli's bijvoorbeeld. Nu komen de studenten met verrijkte cake, appelsap met extra vitamines of gezonde chips."
Het practicum is een van de acht vakken waarin Wageningse dietisten, verenigd in de Commissie Dietetiek, studenten praktische basiskennis en vaardigheden aanleren. In het nieuwe 'Klinische voeding' draait alles bijvoorbeeld om speciale voeding voor zieken: supplementen, sondevoeding en dieetvoeding. En in 'Kennis van levensmiddelen' krijgen eerstejaars te horen hoe ze de etiketten op voedingsmiddelen moeten lezen, wat voedingsmiddelen volgens de wet mogen bevatten en hoeveel de inhoud van voedingsmiddelen kan afwijken van wat er op het etiket staat.
Die elementaire kennis is niet alleen nodig om studenten voor te bereiden op hun latere functies, maar is ook een vereiste om goed onderzoek te doen. Daarom rekent de Commissie Dietetiek het ook tot haar taak om aio- en postdoc-onderzoekers op praktisch niveau te begeleiden.
"Stel dat je een onderzoek doet naar cholesterol, en daarvoor eieren aan mensen te eten geeft", illustreert De Vries. "Dan kun je geen eieren uit verschillende partijen gebruiken. Daarvoor kan de hoeveelheid cholesterol te veel verschillen. We hebben wel eens verschillen van vijftig procent aangetroffen. Onderzoekers onderschatten de variabiliteit van levensmiddelen. Daarom is het een goede zaak als ze ons bij hun werk inschakelen."
Dat gebeurt lang niet altijd. Waarschijnlijk omdat nog steeds veel Wageningse onderzoekers gewoon niet weten dat er in Wageningen dietisten zijn.
Behalve onderzoekers behoeden voor uitglijders, doen dietisten ook het klassieke handen- en voetenwerk dat voor onderzoek noodzakelijk is. Ze 'berekenen' bijvoorbeeld de maaltijden van proefpersonen tijdens experimenten. Bij die proeven moeten de maaltijden van de verschillende groepen zoveel mogelijk dezelfde voedingswaarde hebben, ook als ze andere levensmiddelen bevatten. Dat vraagt veel praktische kennis van voeding.
Weekblad voor Wageningen UR, 13 september 2001.
|