Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 31-8-2019

De twee gezichten van Plasminogen Activator Inhibitor-type 1

Een gen dat de kans op hartaanvallen verhoogt, verkleint tegelijkertijd de kans op beroerte. Die paradoxale ontdekking deed de Wageningse aio ir Tiny Hoekstra tijdens haar promotieonderzoek onder 650 ouderen. Het gen dat Hoekstra bestudeerde codeert voor het eiwit Plasminogen Activator Inhibitor-type 1.

Hoekstra's studiedeelnemers hadden in de vroege jaren negentig meegewerkt aan een ander Wagenings onderzoek, waarbij bloed was afgenomen. Aan de hand daarvan kon Hoekstra bepalen hoeveel van het eiwit Plasminogen Activator Inhibitor-type 1 de studiedeelnemers aanmaakten. Dat eiwit, verwachtten Hoekstra en haar begeleider prof. Evert Schouten van de afdeling Humane voeding en epidemiologie van Wageningen Universiteit, zou wel eens een belangrijke rol bij het ontstaan van hartinfarcten kunnen spelen.

"Het ontstaan van een hartinfarct is een behoorlijk ingewikkeld proces", zegt Hoekstra. "Het begint met een kleine beschadiging aan de binnenkant van een bloedvat. Als het lichaam probeert de vaatwand te herstellen dringen witte bloedcellen de vaatwand binnen en ontstaat een verdikking. Het bloedvat wordt nauwer. Tegelijkertijd klonteren bloedplaatjes samen rond de beschadiging."

Een hartinfarct ontstaat als een bloedstolsel een vernauwde kransslagader afsluit, waardoor een deel van het hart niet langer wordt voorzien van zuurstof. Het eiwit dat Hoekstra onderzocht, Plasminogen Activator Inhibitor-type 1, vergemakkelijkt het ontstaan van die bloedstolsels.

Hoekstra de ontdekte dat de concentratie van het eiwit in de bloedmonsters varieerde in de tijd. 's Ochtends vroeg, als de meeste hartaanvallen plaatsvinden, was de concentratie van Plasminogen Activator Inhibitor-type 1 maximaal. Die ontdekking verklaart misschien niet alleen waarom er 's ochtends zoveel meer hartaanvallen plaatsvinden, maar ook waarom medicijnen die bloedstolsels moeten oplossen 's ochtends minder goed werken dan 's middags en 's avonds.

Het beeld werd complexer toen de onderzoekers ook gingen kijken naar de genen die met de productie van het stollingseiwit te maken hebben. "Het gen dat de aanmaak van Plasminogen Activator Inhibitor-type 1 reguleert, kent twee varianten", zegt Hoekstra. "Je vindt ze allebei ongeveer even vaak."

Bij mensen met de ene genetische variant bleef de ochtendpiek van het bloedstollende eiwit achterwege, bij mensen met het andere gen niet, ontdekte Hoekstra. "Dat heeft zijn weerslag op de kans op een hartinfarct', zegt Hoekstra. "Heb je het piekvariant, dan heb je ongeveer twintig procent meer kans op een hartinfarct dan als je de andere variant hebt."

In de hersenen werkt datzelfde gen echter precies de tegenovergestelde kant op. Mensen met het piekgen hebben juist weer dertig procent minder kans op een infarct in de hersenen, een beroerte.

"Dat kunnen we nog niet verklaren", zegt Hoekstra. "We vermoeden dat het gen iets doet met de plaques in bloedvaten." Plaques zijn kalkachtige afzettingen in vernauwde bloedvaten. Soms breken ze af en ontstaan aan de binnenkant van de bloedvaten beschadigingen waardoor het proces van vaatvernauwing verhevigt. De Wageningers vermoeden dat de piekvariant van het gen voor Plasminogen Activator Inhibitor-type 1 de plaques in de hersenen stabieler maakt zodat ze minder makkelijk afscheuren.

'Slecht' wil Hoekstra de piekvariant dus niet noemen. "Als je alles tegen elkaar afweegt, ben je met de piekvariant misschien beter af."

[Meer]

Weekblad voor Wageningen UR, 6 februari 2003.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.