Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 23-9-2020

Orthorexia | Ongezond gezond eten

Het ziet er niet naar uit dat psychiaters orthorexia, de obsessieve hang naar gezonde voeding, zullen erkennen als een eetstoornis. Toch staat buiten kijf dat sommige gezondheidsfanaten zo obsessief met hun voeding bezig zijn dat hun gezondheid in gevaar komt.

In de late jaren negentig introduceerde de kok, natuurgenezer en arts Steven Bratman [Link] een nieuw woord. Bratman verzon de term 'orthorexia' voor een ziekelijke manier om met voeding om te gaan, waarbij mensen niet angstvallig proberen om de kwantiteit van hun voeding zo laag mogelijk te houden, maar wel tot in het extreme proberen die kwaliteit zo hoog mogelijk te maken.

'Orthorexia gaat verder dan gewoon gezond eten', schrijft Bratman in een essay dat in 1997 verschijnt in het oktobernummer van Yoga Journal.[1] 'Orthorexia betekent dat je zo intensief met je voeding bezig bent dat je niet meer genoeg energie hebt voor andere delen van je leven. Je hebt geen toegang meer tot je ware gevoelens, je echte uitdagingen, interesses, verlangens en behoefte. Je denkt alleen nog maar aan eten.'

Bratman wist waarover hij het had. In de jaren zeventig had hij als kok gewerkt in een vegetarische gemeenschap in New York, die in zijn onderhoud voorzag door de teelt van biologische groenten. Bratman kookte voor macrobioten, die stonden op seizoensgebonden groenten en fruit. Hij kookte voor radicale veganisten, voor wie Bratman aparte pannen moest aanschaffen omdat ze niets wilden eten dat was bereid in pannen waarin ooit vlees had gelegen. Hij kookte voor hindoes, die geen uien, knoflook of prei wilden eten omdat die de seksuele libido zouden overstimuleren. In die periode kwam Bratmans in aanraking met tientallen alternatieve vormen van voeding, en leerde hij elke dag wel iets over hoe je met voeding gezondheid kunt verbeteren.

Die kennis gebruikt Bratman, die uiteindelijk arts werd, nog steeds.

'Waar zou ik dat niet doen?', schrijft hij in zijn essay. 'Een semivegetarisch dieet met weinig dierlijk vet en veel groenten vermindert de kans op bijna alle chronische ziekten. Mensen met een slechte gezondheid reageren bijzonder goed op een gerichte verbetering van hun voeding. Maar inmiddels weet ik dat het gebruik van voeding als medicijn geen wondermiddel is. Er kunnen aan voedingstherapie net zulke serieuze bijwerkingen vastzitten als aan medicijnen.'

Bratman merkte die bijwerkingen bij zichzelf. Hij at in zijn koksperiode biologisch en strikt vegetarisch, en bereidde zijn maaltijden zelf, uitsluitend op basis van groenten en fruit die hijzelf een kwartier eerder had geplukt. Hij at in afzondering, zodat hij zich elke hap minstens vijftig keer kon kauwen. En hij voelde zich daardoor superieur aan iedereen die minder gezond at.

Hij greep elke gelegenheid aan om zijn vrienden en kennissen te vertellen over de gevaren van junkfood, geraffineerde suikers en koolhydraten, kleurstoffen, bestrijdingsmiddelen en kunstmest. En als hijzelf een keer zondigde, dan strafte hij zichzelf door een paar dagen te vasten en zijn lichaam te zuiveren. Zijn hele leven stond in het teken van zijn voeding. Omdat hij geen energie meer overhield voor sociale contacten vereenzaamde hij.

Bratmans flirt met zijn extreem gezonde voeding duurde niet lang. Vrienden openden zijn ogen. Een van hen was Bratmans grote voorbeeld, zijn 'voedingsgoeroe', een veganist die zich al aan het afvragen was of het wel ethisch verantwoord was om knollen en bladeren te eten. Want verminkte je daarmee niet een plant? Was het niet veel beter om alleen fruit te eten? Fruit was immers bedoeld om opgegeten te worden.

Bratmans goeroe zou nooit voor zichzelf een antwoord op die vraag formuleren. Hij stopte van de ene dag op de andere met zijn zoektocht naar het perfecte dieet. 'Ik kreeg vannacht in een droom een inzicht', vertelde hij aan Bratman. 'Ik kan beter een pizza eten in het gezelschap van een paar goede vrienden dan dat ik in eenzaamheid mijn biologische spruitjes eet.'

Beter af?
Het voorval maakte diep indruk op Bratman, en hielp hem om zijn extreme leefstijl te verlaten. Hij bleef gezond eten, maar maalde er niet om als hij een keer Franse frietjes at, of een ijsje, of een maaltijd in een restaurant.

Toen hij natuurarts was geworden hielp hij patienten van hun klachten af doordat hij veranderingen in hun dieet aanbracht. Maar hij ontdekte dat het veranderde eetpatroon bij sommige van zijn patienten meer kwaad deed dan goed.

Een vrouw die last had van astma knapte bijvoorbeeld goed op toen Bratman melk, tarwe, soja en mais uit haar voeding elimineerde. Maar daarna elimineerde de vrouw het ene na het andere product omdat ze daar verkeerd op reageerde, totdat er uiteindelijk nog maar twee voedingsmiddelen overbleven die gegarandeerd goed voor haar waren: lamsvlees en - raar maar waar - pure suiker.

Af en toe at ze iets anders, en een complex en rigide eetschema voorkwam dat ze die voedingsmiddelen te vaak at. Uiteindelijk stond haar hele leven in het teken van haar strenge dieet.

'Haar astma is verdwenen', erkent Bratman. 'Maar nu heeft ze bijna altijd hoofdpijn. Ze is vaak misselijk en heeft vreemde stemmingen. Ze moet continu vechten tegen een nauwelijks te bedwingen trek in voor andere mensen onschuldige voedingsmiddelen, zoals tomaten en brood.'

Het leven van de vrouw is ontwricht, stelt Bratman. Goed, ze heeft geen medicijnen meer nodig. Maar is ze beter af dan toen ze nog astma had?

Het stellen van die vraag is hem beantwoorden, maar het geval van Kristie Rutzel laat zien dat het nog erger kan.

Rutzel, een jonge vrouw van 27 jaar, werd in het voorjaar van 2010 een beetje beroemd toen Time over haar schreef.[2] Ze had medische hulp gezocht toen ze in haar orthorexia zo ver ging dat ze bloedarmoede en beginnende botontkalking ontwikkelde. Ze was op haar achttiende het ene na het andere voedingsmiddel gaan schrappen uit haar voeding.

Eerst geraffineerde koolhydraten, toen vlees, toen alles wat al kant-en-klaar was. Uiteindelijk at ze nog zo weinig dat ze met haar 1 meter 61 nog maar 31 kilo woog. Haar arts gaf haar het advies dat ze harder haar best moest om gezonder te eten, en vertelde haar over de risico's van anorexia. Hij begreep niet dat hij met een gezondheidsfanaat van doen had.

Met Rutzel kwam het uiteindelijk nog goed. Ze heeft nu een gezond gewicht en geeft voorlichting op scholen over de gevaren van ziekelijk gezond willen eten. De yoga-instructrice en masseuse Kate Finn had minder geluk. Ze overleed aan ondervoeding.

Op zijn website orthorexia.com geeft Bratman een beschrijving van haar geval. Hij heeft na het uitkomen van zijn essay nog een periode met haar gecorrespondeerd. Finn inspireerde hem toen hij werkte aan zijn boek Health Food Junkies, dat in 2001 zou verschijnen. Finn wist dat ze leed aan orthorexia, maar dat besef kon haar dood niet meer voorkomen. Haar lichaam was te verzwakt, en de greep van haar culinaire gezondheidsdwang was te sterk geworden.

Studies
Bratmans boek was geen commercieel succes, maar zette desondanks wereldwijd wetenschappers aan het denken. De Italiaanse voedingsonderzoeker Lorenzo Donini ontwikkelde na lezing van Health Food Junkies de ORTO-15, een vragenlijst die moet aangeven of iemand lijdt aan orthorexia.[3] Toen Donini zijn instrument uitprobeerde op een groep van studenten, biochemici en medewerkers van een TV-station, bleek dat 7 procent van hen orthorexische trekken vertoonde.[4]

Toen Turkse onderzoekers met de ORTO-15 driehonderd artsen bestudeerden, boekten ze soortgelijke resultaten.[5] Zweedse onderzoekers vonden orthorexische tendensen in fanatieke bezoekers van fitnesscentra.[7]

De Amerikaanse Eating Disorders Coalition, een koepelorganisatie waarbij drie dozijn organisaties op het gebied van eetstoornissen zijn aangesloten, zou dan ook graag zien dat psychiaters orthorexia erkennen als een eetstoornis.

In 2013, als de nieuwe versie zal verschijnen van 'het' standaardwerk in de reguliere psychiatrie, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders V (DSM-V), dan zal orthorexia daar echter niet in staan. Dat blijkt uit voorpublicaties op de website dsm5.org. De reden daarvoor is dat psychiaters zich afvragen of de extreme gevallen zoals Bratman die heeft beschreven wel iets met eetstoornissen hebben te maken. Ze zouden wel eens een uiting kunnen zijn van een andere afwijkingen, vermoeden de psychiaters.

Het is Bratman om het even. 'Ik heb nooit van orthorexia een psychiatrische afwijking willen maken', zegt hij. 'Ik heb alleen willen vertellen dat er mensen zijn bij wie gezond eten een obsessie is geworden. Net zoals er workaholics zijn.'

In Duitsland is Bratmans boodschap overgekomen. Gezondheidswetenschappers van de University of Applied Sciences Hamburg meldden in 2010 dat ze ook onder voedingsstudenten gevallen van orthorexia hadden gevonden.[7]

Het waren er echter niet meer of minder dan in een controlegroep van niet-voedingsstudenten. Hoe verder de voedingsstudenten met hun studie waren gevorderd, hoe gezonder was hun dieet - en hoe kleiner waren hun orthorexiascores.

Het zijn hoopvolle resultaten. Ze suggereren dat er een medicijn is tegen orthorexia, ongeacht of orthorexia nu een eetstoornis is of niet. Dat medicijn is kennis.

Referenties
1. Bratman S. Health Food Junkies. Obsession with dietary perfection can sometimes do more harm than good, says one who has been there. Yoga Journal, Sept/Oct 1997, Issue 136, pp 42-50.
2. Time Feb. 12, 2010.
3. Donini LM, Marsili D, Graziani MP, Imbriale M, Cannella C. Orthorexia nervosa: validation of a diagnosis questionnaire. Eat Weight Disord. 2005 Jun;10(2):e28-32.
4. Donini LM, Marsili D, Graziani MP, Imbriale M, Cannella C. Orthorexia nervosa: a preliminary study with a proposal for diagnosis and an attempt to measure the dimension of the phenomenon. Eat Weight Disord. 2004 Jun;9(2):151-7.
5. Bagci Bosi AT, Camur D, Guler C. Prevalence of orthorexia nervosa in resident medical doctors in the faculty of medicine (Ankara, Turkey). Appetite. 2007 Nov;49(3):661-6.
6. Eriksson L, Baigi A, Marklund B, Lindgren EC. Social physique anxiety and sociocultural attitudes toward appearance impact on orthorexia test in fitness participants. Scand J Med Sci Sports. 2008 Jun;18(3):389-94.
7. Korinth A, Schiess S, Westenhoefer J. Eating behaviour and eating disorders in students of nutrition sciences. Public Health Nutr. 2010 Jan;13(1):32-7.

Supplement, mei 2011.









Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.