Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 15-3-2019

Met soja-eiwit is niks mis

Een lichtgevende gistcel, die wetenschappers in staat stelt om de hormonale effecten van stoffen in voeding te meten, heeft de afschrikwekkende verhalen over soja-eiwit een stuk minder waarschijnlijk gemaakt. Hoewel er zeker in de sport nog legio voedingsdeskundigen zijn die niets van soja willen weten, begint het er toch op te lijken dat er niks mis is met het eiwit uit de sojaboon.

Vrouwelijke hormonen. Dat is, in twee woorden samengevat, de reden waarom verrassend veel sportdietisten huiverig zijn voor soja-eiwit. In soja zitten van nature verbindingen die chemisch gezien lijken op oestrogene hormonen. Wie veel soja eet, vrezen de dietisten, krijgt misschien last van die stoffen. Fervente soja-eters zouden meer vetlagen opbouwen, onvruchtbaar worden of misschien zelfs borsten krijgen.

Vooral in de krachtsport en de bodybuilding, waar een term als 'oestrogeen' een sterkere lading heeft, is de sojavrees merkbaar. Een op bodybuilders gerichte Amerikaanse website noemt soja-eiwit zelfs 'mietjes-eiwit'.

Toch gaat de opmars van soja-eiwit langzaam maar zeker door, zeker sinds eind jaren negentig vast is komen te staan dat soja de cholesterolspiegel verbetert. Steeds meer supplementenmerken voegen een lijn met soja-eiwit aan hun assortiment toe, bedoeld voor veganistische sporters of sporters met een melkallergie. Het onderzoek naar soja-eiwit gaan ondertussen door, en steeds duidelijker wordt dat soja-eiwit voor sporters net zo interessant is als eiwitten uit melk, eieren of vlees.

Minder spierafbraak
Een paar jaar geleden ontdekten Japanse onderzoekers bijvoorbeeld dat soja-eiwit spieren beschermt tegen spierafbraak tijdens en na fysieke inspanning. Eerst gaven de Japanners ratten een dieet dat voor twintig procent uit eiwitten bestond. Bij de ene groep bestond dat eiwit uit een soja-isolaat, bij de andere uit melkeiwit.

Na een paar weken lieten de onderzoekers de dieren in een molentje lopen, en onderzochten pal na die trainingssessie de spieren van de dieren. De verschillen tussen de spieren van de sojagroep en die van de melkeiwitgroep waren opmerkelijk.

De spieren van de ratten die waren gevoed met het soja-isolaat waren minder beschadigd, bleek toen de Japanners op zoek gingen naar kapotte stukjes van het spiereiwit myosine heavy chain. De hoeveelheid stukjes kapot spiereiwit was bij de sojaratten bijna net zo hoog als bij ratten in een controlegroep die zich niet hadden ingespannen.

Ter vergelijking: de afbraak van het spiereiwit was bij de ratten die melkeiwitten hadden gekregen een factor tien omhoog gegaan.

Hetzelfde beeld ontstond toen de onderzoekers de concentratie van het enzym creatine-kinase bepaalden. Hoe hoger die is, hoe groter is de schade die spieren hebben opgelopen. Bij de sojaratten was de concentratie lager dan bij de ratten die melkeiwit hadden gekregen.

Een dieet met soja-eiwit, concluderen de Japanners, werkt kennelijk anti-katabool. Hoe soja-eiwit dat effect veroorzaakt weten de onderzoekers niet. Misschien zijn het de fyto-oestrogenen, speculeren ze.

Biologische waarde
Het onderzoek van de Japanners verklaart misschien waarom proefdieren zo goed groeien van soja, terwijl de biologische waarde niet overdreven hoog is. De biologische waarde geeft aan hoe goed de aminozuren waaruit een eiwit bestaat aansluiten bij de behoefte aan aminozuren. Moedermelkeiwit heeft bijvoorbeeld een biologische waarde van honderd, die van koemelkeiwit is 85 en die van soja is 60.

Hoe lager de biologische waarde van een eiwit, hoe meer ervan heb je nodig. Maar als je gaat kijken hoeveel gewicht ratten aanzetten per gram gegeten eiwit, dan is soja-eiwit, ondanks zijn bescheiden biologische waarde, een prima eiwit. De maat voor de bijdrage van soja-eiwit aan het lichaamsgewicht is de protein efficiency ratio of PER. Hoe hoger die is, hoe meer gewicht zet een rat aan van een gram eiwit. De PER van soja-eiwit is 2.3, die van koemelk-eiwit 2.1.

Hormonale factoren
Soja-eiwit heeft dus een niet zo'n hoge biologische waarde, maar toch een bijzonder hoge protein efficiency ratio. Dat spreekt elkaar tegen, en het Japanse onderzoek verklaart misschien die tegenstrijdigheid. Maar zijn de hormonale factoren in soja-eiwit, die de werkinging van het vrouwelijke geslachtshormoon estradiol imiteren, dan niet gevaarlijk?

Volgens een recente Nederlandse studie naar de fyto-oestrogenen in soja is dat niet het geval. Maar voordat we je dat uitleggen, moeten we eerst iets meer vertellen over de werking van estradiol in het lichaam.

Als je een man bent, heeft estradiol kort gezegd goede en slechte effecten. Goed is dat estradiol het cholesterol verbetert, de botten versterkt en je hersencellen stimuleert. Slecht is dat estradiol je vetlagen laat groeien, borsten laat ontstaan en de kans op sommige vormen van kanker verhoogt. Simpel gezegd ontstaan de gewenste effecten als estradiol koppelt aan de beta-variant van de estradiolreceptor, terwijl de ongewenste effecten ontstaan als estradiol koppelt aan de alfa-variant van de estradiolreceptor.

Toxicologen van het Wageningse onderzoeksinstituut Rikilt hebben cellen gemaakt met die verschillende soorten estradiolreceptoren, en daar vervolgens een keur van oestrogene stoffen op los gelaten. Uit die tests bleek dat de pseudo-oestrogenen in soja eigenlijk alleen interacteren met de beta-variant van de estradiolreceptor.

Als soja-eiwit dus al hormonale effecten heeft, dan zullen dat niet de gevreesde vervrouwelijkende effecten zijn. De onderzoekers vonden overigens maar een plantaardig oestrogeen dat koppelt aan de 'foute' alfa-receptor. Dat was 8-prenylnaringenin, een stof in hop. Yep. Dezelfde hop die bierbrouwers gebruiken bij de fabricage van hun schuimende volksdrank. Vandaar wellicht de ontwikkelde epi-pectorales die je bij sommige enthousiaste bierdrinkers aantreft.

Slot
De conclusie van dit verhaal is uiteraard dat krachtsporters zonder problemen een deel van hun eiwitten uit soja kunnen halen, ook al is de biologische waarde van soja-eiwit dan wat minder dan die van eiwitten uit melk.

Er is misschien een groep sporters die beter geen soja-eiwitten in grote hoeveelheden kan innemen: vrouwelijke krachtsporters die kinderen willen of al in verwachting zijn. Er zijn aanwijzingen dat een hoge inname van fyto-oestrogenen voor ongeboren kinderen niet goed is. Vooral jongetjes zouden erdoor in de problemen kunnen komen. Erg sterk zijn die aanwijzingen niet, en er loopt op dit moment een Europees onderzoek dat duidelijkheid moet brengen.

We houden je op de hoogte.

Sport & Fitness, januari 2005.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.