|
Opgepoetst | 31-7-2024 De bijwerkingen van myostatineremmers
Als je enige voeling hebt met wat er in het anabolenmilieu gebeurt, dan heb je gehoord over nieuwe dopingmiddelen die volgens sommige gebruikers de spiergroei versnellen en verder geen bijwerkingen hebben. Recente studies geven de gebruikers gedeeltelijk gelijk. Dat myostatineremmers spiergroei stimuleren, dat klopt. Maar dat ze geen bijwerkingen hebben? Dat klopt niet.
Myostatine heet ook wel Growth and Differentiation Factor 8 (GDF8). Het is een eiwit dat spiercellen aanmaken en de groei van spiercellen afremt. Mensen, zoogdieren, reptielen en vissen maken allemaal myostatine aan als een rem op de spiergroei.
Een van de redenen dat wetenschappers toch allerlei middelen hebben ontwikkeld die myostatine moeten uitschakelen is de vergrijzing. Mensen worden steeds ouder. Hartaanvallen en infarcten komen dankzij de medische wetenschap steeds minder vaak voor en elk jaar genezen meer mensen van kanker. Het gevolg van die positieve ontwikkeling is dat er steeds meer mensen zo oud worden dat ze door spiermassaverlies nauwelijks meer voor zichzelf kunnen zorgen. Lopen, wassen en aankleden is niet meer mogelijk.
Een medicijn dat deze ouderen zonder bijwerkingen aan meer spieren en meer spierkracht kan helpen wordt gegarandeerd een kaskraker. De markt voor zo'n medicijn wordt groter dan die van erectiemedicijnen, verwachten experts. En dus werken binnen universiteiten, onderzoeksinstituten en farmaceutische ondernemingen wereldwijd duizenden onderzoekers aan zulke middelen.
Myostatineremmers zijn in dat segment misschien wel het interessantste, want volgens de leerboeken zijn ze alleen actief in spierweefsel. De kans dat myostatineremmers bijwerkingen veroorzaken is daardoor kleiner. Zeggen de leerboeken.
Gebruik door mensen
Die virussen dringen binnen in de spiercellen en injecteren de spiercelen met stukjes genetisch materiaal die de spiercellen dwingen om het eiwit follistatine aan te maken. Follistatine schakelt myostatine uit.
Gentherapie is nog experimenteel. Het zal nog wel even duren voordat gentherapeutische middelen op de markt komen. Dat geldt niet voor LY2495655, de myostatineremmer waarmee Eli Lilly experimenteert. LY2495655 is een antilichaam, dat artsen wekelijks via een injectie moeten toedienen. Het antilichaam maakt zich vast aan myostatinemoleculen en schakelt ze uit.
Een paar maanden geleden publiceerden onderzoekers Eli Lilly nog een studie waarin een groep verzwakte 75-plussers een half jaar lang injecties met het nieuwe middel kregen. De proefpersonen bouwen spiermassa op en werden sterker. Hun explosieve kracht nam toe.
Zwarte markt
Die myostatineremmers bevatten stoffen als Follistatine-344 en Human Myostatin Propeptide. Het zijn eiwitten die allemaal op ongeveer dezelfde manier werken als het antilichaam waarmee Eli Lilly experimenteert. Ze maken zich vast aan het myostatinemolecuul en schakelen het op die manier uit. De ervaringen met dat soort preparaten zijn wisselend, maar er zijn gebruikers die rapporteren dat ze in ieder geval met Follistatin-344 extra spieren hebben opgebouwd.
Farmacologische myostatineremmers zijn nog steeds prijzig. Dat zorgt ervoor dat nog niet veel sporters met deze middelen aan het rommelen zijn. En dat is waarschijnlijk maar goed ook, zo concluderen wij uit enkele recente dierstudies. Want die suggereren dat myostatine wel degelijk bijwerkingen heeft.
Kwetsbare gewrichten
Minder uithoudingsvermogen
Het uithoudingsvermogen van de dieren was daardoor verminderd. Kennelijk hebben spiercellen myostatine ook nodig om hun mitochondria goed te laten functioneren. Mitochondria zijn de moleculaire energiecentrales van cellen.
Minder uithoudingsvermogen
In muizen die geen myostatine konden aanmaken vonden de onderzoekers in grote lijnen hetzelfde als wat cardiologen veel te vaak vinden bij bodybuilders die anabolen hebben gebruikt. De hartspier van de muizen was vergroeid op zo'n manier dat de linkerventrikel niet meer in staat was om voldoende zuurstofrijk bloed het lichaam in te pompen. Cardiologen spreken dan van hartfalen.
De hartcellen konden door het uitschakelen van myostatine niet meer op een normale manier omgaan met koolhydraten, ontdekten de Duitsers. De cellen bouwden steeds grotere glycogeenreserves op, waardoor ze te groot en te stijf werden om nog goed te kunnen functioneren.
Net als de aanhechtingen en de mitochondria van de spiercellen heeft het hart myostatine nodig, concluderen de Duitsers. Die conclusie komt niet als een donderslag bij heldere hemel. Het hart is ook een spier en dus maken hartcellen myostatine aan. Je kunt op basis van deze dierstudie speculeren dat farmacologische bodybuilders, die door hun training en anabole middelen toch al een verhoogd risico op hartfalen hebben, door het gebruik van myostatineremmers hun kans op hartfalen nog verder verhogen.
Minder uithoudingsvermogen
Slot
Muscle & Fitness, maart 2016.
|