Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 29-9-2018

Dierziekte sneller opsporen dankzij moleculaire diagnose

'Dankzij moleculaire diagnostiek weten we nu sneller of een bedrijf is besmet met een gevaarlijke dierziekte', zegt Piet van Rijn van het Wageningse Centraal Veterinair Instituut (CVI). 'We kunnen eerder ingrijpen, maar ook een bedrijf sneller vrij verklaren nadat een boer of dierenarts verdachte gevallen heeft geconstateerd.'

Voor de komst van moleculaire diagnostische methoden was het identificeren van een virus vaak een tijdrovend en arbeidsintensief karwei. Meestal moesten onderzoekers eerst het virus vermeerderen in cellen of een bebroed kippenei, en daarna met omslachtige methoden het kuiken bestuderen.

'Daar gingen vaak weken overheen', zegt Van Rijn. 'Nu kun je de uitslag in zes, zeven uur hebben.' De nieuwe diagnostiek is gebaseerd op de PCR (Polymerase Chain Reaction). Daarbij kijken onderzoekers naar een specifiek stukje genetisch materiaal, dat bijvoorbeeld kenmerkend is voor alle soorten of een specifiek serotype van het blauwtongvirus.

Tijdens de MKZ-uitbraak van 2001 domineerden nog andere diagnosemethoden. Sinds de uitbraak van vogelpest, twee jaar geleden, is moleculaire diagnostiek leidend geworden. Van Rijn en zijn medewerkers hoeven dankzij de PCR-techniek niet meer ieder type van een virus in handen te hebben om een test te maken.

"Als ergens ter wereld een lab het genetisch materiaal van een ziektewekker heeft opgehelderd, dan kunnen we op basis van die informatie voorspellen of een test ook dit virus aantoont. Daardoor zijn we voorbereid op de komst van een exotisch virus.'

Van Rijn verwacht dat de ontwikkelingen in de moleculaire diagnostiek leiden tot kleine, handzame apparatuur, waarmee dierenartsen op een boerderij een ziekte beter kunnen aantonen, zonder tussenkomst van een laboratorium.

Een stap vooruit, maar toch heeft Van Rijn er zijn bedenkingen bij. 'Bij gevreesde dierziekten als varkenspest en mond-en-klauwzeer zijn de consequenties van een verkeerde test enorm. Dat vraagt volledige betrouwbaarheid van zo'n test en van de betrokkenen. Houden veehouders en dierenartsen een positieve test - en bij uitschakeling van het lab is dat in principe mogelijk - onder de pet, dan leidt dat tot uitstel van adequate controlemaatregelen, en krijgt de dierziekte meer kans zich te verspreiden. Met alle gevolgen van dien.'

Kennis On Line, januari 2010.

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.