|
Opgepoetst | 7-10-2020 De overschatte hormoonfactor in de menopauze
Volgens sommige schattingen zijn er op dit moment in Nederland meer dan een miljoen vrouwen in de overgang. Veel van hen merken aan den lijve dat hun lichaam stopt met de aanmaak van hormonen als estradiol en progesteron. Het enige waarmee de reguliere medische wetenschap deze vrouwen kan helpen, zijn de niet van risico's ontblote synthetische hormonen. Een grote wetenschappelijke fraude ontnam onderzoekers het zicht op alternatieven.
Een paar jaar geleden publiceerde het Britse magazine Top Sante een onderzoek onder haar lezers. Het magazine, gericht op vrouwen die de 40 zijn gepasseerd en actief bezig zijn met hun gezondheid, concludeerde dat de overweldigende meerderheid van de lezeressen ontevreden was over haar lichaam.[1]
Als de gemiddelde lezeres haar lichaam een rapportcijfer moest geven, dan was dat een magere vier. Het lichaam dat ze op 20-jarige leeftijd hadden, was volgens de lezeressen goed voor een zeven.
Vooral over de vetophopingen op het middel en de heupen waren de vrouwen niet te spreken. Zeventig procent van de ondervraagde lezeressen deed aan een dieet, veertig procent was zelfs continu aan het lijnen en dertig procent slikte afslanksupplementen. Als één van de belangrijkste oorzaken van de teloorgang van hun lichaam wezen de vrouwen de overgang aan.
Gevangenisstraf
Poehlman toonde aan dat post-menopauzale vrouwen minder vet verbranden en dus dikker worden. Hij toonde ook aan dat behandeling met synthetische hormonen vrouwen slanker maakte, en beschermde tegen hartaanvallen.
Dat makers van hormoonpreparaten blij waren met Poehlmans resultaten ligt voor de hand. Toch betaalden niet zij, maar de grote wetenschapsfondsen van de Amerikaanse overheid het werk van de succesvolle onderzoeker. In totaal soupeerde Poehlman voor twee miljoen dollar aan wetenschappelijke subsidies.
In de zomer van 2006 veroordeelde een Amerikaanse rechter Poehlman tot een jaar en een dag gevangenisstraf in een spraakmakende rechtszaak.[2] Een oplettende assistent van Poehlman, Walter DeNino, had gemerkt dat Poehlman knoeide met de gegevens die hij voor hem verzamelde. Toen DeNino contact zocht met een collega die ook voor Poehlman had gewerkt, hoorde hij dat Poehlman ook bij hem had geknoeid met onderzoeksgegevens.
In een onderzoek dat enkele jaren duurde kwam daarna beetje bij beetje aan het licht dat Poehlmans carrière was gebaseerd op wetenschappelijke fraude. En dat gold ook voor de theorie dat de terugval in de aanmaak van vrouwelijke hormonen vrouwen in de overgang onherroepelijk dik en ongezond maakt.
Recent onderzoek wijst soms zelfs in een tegenovergestelde richting. Als jonge, pre-menopauzale vrouwen op dieet gaan en daarbij wat meer gaan bewegen, dan bestaan de kilo's die ze verliezen volgens een studie van het academisch ziekenhuis in het Duitse Freiburg voor 21 procent niet uit vet, maar bijvoorbeeld uit spiermassa. Bij post-menopauzale vrouwen die dezelfde behandeling ondergaan bestaat daarentegen praktisch al het gewichtsverlies uit vet.[3]
Hormoontherapie
De affaire Poehlman heeft bijgedragen aan de groeiende twijfel over het nut van het toedienen van estradiol, progesteron of analogen daarvan aan oudere vrouwen. Een grotere factor was de ontdekking dat hormone replacement therapy (HRT) de kans op borstkanker, hartaanvallen en beroertes met tientallen procenten verhoogt en soms bijna verdubbelt.[4]
Een fabrikant als het Amerikaanse Wyeth was volgens persbureaus in 2006 verwikkeld in zo'n vijfduizend rechtszaken, die waren aangespannen door vrouwen die ziek waren geworden nadat ze hormoonpreparaten van Wyeth hadden gebruikt.[5] Bij andere fabrikanten is dat niet anders. In 2007 oordeelde een Amerikaanse rechter dat die zaken geen grond hadden omdat het onmogelijk is om te bewijzen of een hartaanval, beroerte of kanker het gevolg is van een hormoonpreparaat.[6]
De ophef rond hormoonpreparaten heeft er toe geleid dat minder vrouwen dan vroeger besluiten tot HRT. In de leeftijdsgroep die het meest veelvuldig HRT gebruikt, die van vrouwen tussen de vijftig en zeventig jaar, liep het gebruik met 12 procent terug, aldus cijfers van het Los Angeles Biomedical Research Institute.[7] Volgens de onderzoekers ging de vermindering van het gebruik van HRT gelijk op met een daling van het aantal gevallen van borstkanker.
Pseudo-oestrogenen
In de periode die is afgesloten met het proces tegen Poehlman, zochten complementaire behandelaars en onderzoekers die alternatieven in plantaardige verbindingen die de werking van het hormoon estradiol imiteren. Als vrouwen dan zoveel last hebben van het wegvallen van hun aanmaak van estradiol, was de gedachte, dan hebben ze wellicht baat bij natuurlijke verbindingen die de functie van estradiol kunnen overnemen.
Die verbindingen zitten bijvoorbeeld in een kruid als Zilverkaars (Cimicifuga racemosa) of in een voedingsmiddel als soja. Over de werking van die producten zijn de meningen verdeeld. Volgens een recente meta-analyse verzacht Zilverkaars de symptomen van de overgang meetbaar maar bescheiden.[8]
Daar staat tegenover dat wetenschappers niet gerust zijn op de bijwerkingen van het extract. Hoewel in reageerbuisstudies Cimicifuga racemosa borstkankercellen remt en zelfs doodt, suggereren dierstudies dat hetzelfde kruid de verspreiding van borstkankercellen over het lichaam bevordert.[9]
Wat borstkanker betreft kleven er geen bezwaren aan soja. In studies met post-menopauzale vrouwen verhoogt suppletie met voedingsmiddelen met soja-eiwitten bovendien de afbraak van lichaamsvet[10] en soms ook opvliegers en vaginale droogheid[11].
De oude theorie was dat isoflavonen, pseudo-oestrogenen die vast zitten aan het soja-eiwit, die positieve effecten veroorzaken, maar uit de meeste proeven waarin post-menopauzale vrouwen alleen isoflavonen krijgen komen geen of bescheiden resultaten.[12]
Hoewel in sommige trials supplementen met soja-isoflavonen mentale functies in vrouwen verbeteren en de frequentie van opvliegers verminderen, doen isoflavonen weinig met de botmassa, de lichaamssamenstelling of de kans op hartaanvallen. In de meeste studies met positieve onderzoeksresultaten gebruiken de onderzoekers dan ook complete voedingsmiddelen op sojabasis, niet zelden in forse hoeveelheden in de orde van grootte van 50-70 gram soja-eiwit per dag. Een mogelijkheid is dat niet de estradiol-imiterende verbindingen, maar het argininerijke soja-eiwit zelf de positieve effecten veroorzaakt. Argininesuppletie werkt vetverlies in de hand en beschermt slijmvliezen.
Vetafzettingen
In trials waarin vrouwen ook HRT krijgen verbetert een bescheiden fitnessprogramma de lichaamssamenstelling beter dan de hormoonbehandeling zelf. In zo'n onderzoek, gedaan door fysiologen van de University of Arizona, gingen vrouwen drie keer per week naar een fitnesscentrum en trainden daar met een standaardprogramma de belangrijkste spieren van hun lichaam.[14] Hun spiermassa nam daardoor sneller toe en hun vetmassa nam sterker af dan bij vrouwen die HRT kregen en niet trainden.
De vrouwen die HRT kregen en drie keer per week naar het fitnesscentrum gingen, reageerden praktisch hetzelfde als de vrouwen die zonder HRT trainden.
De onvrede van veel post-menopauzale vrouwen over vetafzettingen op hun lichaam hebben waarschijnlijk minder met de overgang te maken dan ze denken, en meer met het verouderingsproces in het algemeen. Spiermassa bepaalt hoeveel vet het lichaam kan verbranden. Hoe groter de spiermassa, hoe groter de verbranding. Dat geldt onverminderd voor vrouwen in en na de overgang.
Bij zowel mannen als vrouwen vermindert de spiermassa na het dertigste levensjaar. Tot voor kort dachten onderzoekers dat die afbraak van spiermassa het gevolg was van verminderde hormoonniveau's in het lichaam. Na de overgang neemt de kwantiteit en de kwaliteit van de spiermassa van vrouwen af door de dalende estradiolspiegel, was de gedachte. Nu geloven onderzoekers dat lichaamsbeweging de afbraak van spieren kan tegengaan, en dat estradiol minder belangrijk voor spieren en vet is dan ze vroeger hebben gedacht. Vooral krachttraining gaat de afbraak van spierweefsel tegen en houdt de vetverbranding door het lichaam op peil.
Een voedingsfactor die post-menopauzale vrouwen kan helpen om slank te blijven, is de inname van eiwit. Hoe hoger de inname van eiwit van een goede kwaliteit (uit vis, schelpdieren, eieren, zuivel, gevogelte, rood vlees en soja), hoe meer spiermassa hebben vrouwen als ze ouder worden - en hoe meer vet verbranden ze. Canadese onderzoekers rapporteerden het positieve effect van een eiwitrijker dieet in een studie onder gezonde vrouwen die niet lichamelijk actief waren.[15]
Tot voor kort dachten onderzoekers dat voedingseiwitten een passieve rol in het lichaam speelden. Factoren als hormonen bepaalden of het lichaam eiwitten gebruikte voor de aanwas van spierweefsel. Dat idee was te simpel. Nu weten we dat spieren ook direct reageren op eiwitten, en groeien als ze aminozuren binnen krijgen, ook zonder tussenkomst van hormonen. Leucinerijke eiwitten, zoals die in zuivel, prikkelen in spiercellen groeibevorderende mechanismen, terwijl argininerijke eiwitten, zoals in soja, stamcellen in spierweefsels stimuleren om zich tot een spiercel te ontwikkelen.
Door de opkomst van de vleesvervangers komen er steeds meer producten op de markt met minder goede eiwitten. Eiwitten uit soja zijn net zo goed als die in dierlijke producten, maar de eiwitten uit mais, lupine en raapzaad niet. De Canadezen zagen dat terug in hun studie. De vrouwen in hun studie aten gemiddeld 98 gram eiwit per dag. Daarvan was 56 gram hoogwaardig, en 42 gram niet. Alleen de hoogwaardige eiwitten bleken de spiermassa te vergroten.
De combinatie van fitnesstraining en een wat hogere eiwitinname van meer dan 1 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht per dag versterken elkaars positieve effect op de lichaamssamenstelling, aldus studies. Dat geldt ook voor oudere mannen en vrouwen.[16] Het versterkende effect wordt sterker als de eiwitrijke maaltijden anderhalf uur voor of vlak na een trainingssessie zijn gepland.
Non-hormonaal
Het is niet duidelijk hoe hot flushes of opvliegers ontstaan. Onderzoekers vermoeden dat het wegvallen van estradiol delen in de hersenen ontregelt die de lichaamstemperatuur reguleren.
Italiaanse onderzoekers publiceerden enkele jaren geleden een studie waarin ze vrouwen die veel last hadden van opvliegers elke dag een supplement gaven met 240 en 160 milligram van de visvetzuren EPA en DHA.[17] De helft van de vrouwen slikte ook een supplement met plantaardige pseudo-oestrogenen, maar dat hadden weinig effect. In de 24 weken dat de proef duurde halveerde het aantal opvliegers bijna.
Als de proef langer had geduurd was de afname misschien nog groter geweest, vermoedden de Italianen. Ze denken dat de vetzuren tijd nodig hebben om te incorporeren in de celmembranen van de hypothalamus. Als die cellen door de visvetzuren beter gaan functioneren verminderen de opvliegers. Hersencellen maken zelf, ook na de overgang, kleine hoeveelheden estradiol aan. Suppletie met visvetzuren maakt de cellen in de hypothalamus gevoeliger voor prikkels van andere signaalstoffen dan het weggevallen estradiol, waardoor de opvliegers geleidelijk verminderen in aantal en ernst. Recent Amerikaans onderzoek lijkt de Italiaanse studie te bevestigen.[18]
Onderschat
Menopauze-onderzoekers hebben andere mechanismen dan de hormonale stelselmatig onderschat, en onderschatten daarmee schromelijk de mogelijkheden van het lichaam zelf. Dat paradigma maakt nu plaats voor een andere manier van denken over de menopauze.
Een genuanceerder, en naar het zich nu al laat aanzien, ook een vruchtbaarder manier.
Referenties 1. BBC, 1 August 2006. 2. New York Times, October 22, 2006. 3. Deibert P, Konig D, Vitolins MZ, Landmann U, Frey I, Zahradnik HP, Berg A. Effect of a weight loss intervention on anthropometric measures and metabolic risk factors in pre- versus postmenopausal women. Nutr J. 2007 Oct 25;6:31. 4. Nelson HD, Humphrey LL, Nygren P, Teutsch SM, Allan JD. Postmenopausal hormone replacement therapy: scientific review. JAMA. 2002 Aug 21;288(7):872-81.
5. AP, December 15 2006. 6. AP, January 31 2007. 7. BBC, 15 December 2006. 8. Shams T, Setia MS, Hemmings R, McCusker J, Sewitch M, Ciampi A. Efficacy of black cohosh-containing preparations on menopausal symptoms: a meta-analysis. Altern Ther Health Med. 2010 Jan-Feb;16(1):36-44. 9. Davis VL, Jayo MJ, Ho A, Kotlarczyk MP, Hardy ML, Foster WG, Hughes CL. Black cohosh increases metastatic mammary cancer in transgenic mice expressing c-erbB2. Cancer Res. 2008 Oct 15;68(20):8377-83. 10. Sites CK, Cooper BC, Toth MJ, Gastaldelli A, Arabshahi A, Barnes S. Effect of a daily supplement of soy protein on body composition and insulin secretion in postmenopausal women. Fertil Steril. 2007 Dec;88(6):1609-17. 11. Carmignani LO, Pedro AO, Costa-Paiva LH, Pinto-Neto AM. The effect of dietary soy supplementation compared to estrogen and placebo on menopausal symptoms: a randomized controlled trial. Maturitas. 2010 Nov;67(3):262-9. 12. Nahas EA, Nahas-Neto J, Orsatti FL, Carvalho EP, Oliveira ML, Dias R. Efficacy and safety of a soy isoflavone extract in postmenopausal women: a randomized, double-blind, and placebo-controlled study. Maturitas. 2007 Nov 20;58(3):249-58. 13. Leite RD, Prestes J, Pereira GB, Shiguemoto GE, Perez SE. Menopause: highlighting the effects of resistance training. Int J Sports Med. 2010 Nov;31(11):761-7. 14. Teixeira PJ, Going SB, Houtkooper LB, Metcalfe LL, Blew RM, Flint-Wagner HG, Cussler EC, Sardinha LB, Lohman TG. Resistance training in postmenopausal women with and without hormone therapy. Med Sci Sports Exerc. 2003 Apr;35(4):555-62. 15. Lord C, Chaput JP, Aubertin-Leheudre M, Labonte M, Dionne IJ. Dietary animal protein intake: association with muscle mass index in older women. J Nutr Health Aging. 2007 Sep-Oct;11(5):383-7. 16. Campbell WW, Leidy HJ. Dietary protein and resistance training effects on muscle and body composition in older persons. J Am Coll Nutr. 2007 Dec;26(6):696S-703S. 17. Campagnoli C, Abba C, Ambroggio S, Peris C, Perona M, Sanseverino P. Polyunsaturated fatty acids (PUFAs) might reduce hot flushes: an indication from two controlled trials on soy isoflavones alone and with a PUFA supplement. Maturitas. 2005 Jun 16;51(2):127-34. 18. Freeman MP, Hibbeln JR, Silver M, Hirschberg AM, Wang B, Yule AM, Petrillo LF, Pascuillo E, Economou NI, Joffe H, Cohen LS. Omega-3 fatty acids for major depressive disorder associated with the menopausal transition: a preliminary open trial. Menopause. 2010 Oct 27. [Epub ahead of print].
Supplement, januari 2011.
|