Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 18-9-2019

Martijn Katan gekozen tot KNAW-lid

Prof. Martijn Katan is toegelaten tot de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, het selecte gezelschap van de tweehonderd beste wetenschappers van Nederland. Andere Wageningse kopstukken als Maarten Koornneef, Pierre de Wit en Johan Bouma gingen hem voor. Op dit moment is Katan de enige voedingswetenschapper in de KNAW. "Dat komt omdat de voedingswetenschap in de reuk staat van kwakzalverij", vermoedt de hoogleraar. "Daar kan ik me wel iets bij voorstellen."

Martijn Katan kan er zeker van zijn dat hij zijn verkiezing heeft verdiend door zijn wetenschappelijke prestaties, en niet omdat voeding toevallig in de mode is. Voedingsgoeroes en voedingsdeskundigen mogen zich dan wel in een warme mediabelangstelling verheugen, binnen de KNAW staat de voedingswetenschap niet hoog aangeschreven.

"Ze halen er hun neus voor op", zegt Katan. "Ze vinden voedingswetenschap te soft. Bij voedingswetenschap denken ze aan goeroes die vertellen dat je chronische vermoeidheid kunt genezen met een holbewonerdieet, of dat je door grapefruits te eten afvalt of dat je chronische pijn kunt verminderen door je dieet aan te passen. Vaak hebben die theorien wel enige grond, maar het is nooit bekend of het echt zo is, of het echt werkt. Soms groeit zo'n bijgeloof uit tot een hype, en verdienen goeroes kapitalen met hun boeken. Eventjes. En daarna hoor je er nooit meer iets van."

Goudklomp
Het nadeel van die a priori veroordeling van de softe wetenschap voedingswetenschap is dat daardoor kansen blijven liggen. "Al in de jaren vijftig waren er epidemiologische studies die roken in verband brachten met de longkankerepidemie", geeft Katan als voorbeeld. "In de Nederlandse Gezondheidsraad waren het vooral de artsen die zich tegen dat idee verzetten. Die stonden wantrouwend tegen dit soort onderzoek. En je zult zien, zeiden de artsen, dat de tabaksindustrie zich tegen die aantijgingen zal verzetten..."

In het geval tabak was de scepsis van de harde wetenschappen ongegrond, weten we nu. "Ik vergelijk mijn vak wel eens met het zoeken van goud in modder", zegt Katan. "Vaak denk je dat je iets hebt gevonden. Maar als je er goed naar kijkt, is het meestal een dood stuk hout of een steen. Ikzelf heb veel onderzoek gedaan naar de genetische verschillen tussen mensen en hoe ze reageren op voeding. Daar is weinig uitgekomen. Maar goed, als je goud vindt heb je meestal ook meteen een grote goudklomp te pakken."

Daarmee bedoelt Katan dat voedingswetenschappelijke doorbraken een direct positief gevolg op de gezondheid hebben. Dat kun je niet zeggen van het ophelderen van een chromosoom of het ontdekken van een nieuw subatomair deeltje. Hoe spitsvondig zulke doorbraken ook zijn, directe invloed op het leven van alledag hebben ze niet. De ontdekking van de biologische effecten van de 'goede' onverzadigde vetten en de 'slechte' vetten, zoals de transvetzuren, waaraan Katan zijn rotsblokje heeft bijgedragen, had dat wel.

"De belangrijkste factor van de verlenging van de levensverwachting, die we de laatste tientallen jaren hebben gezien, was het terugdringen van hart-en vaatziekten", zegt Katan. "Toen we nog op vijftig-, zestig- of zeventigjarige leeftijd stierven, waren hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak. Dat zijn ze nu nog, maar ze vellen ons op steeds hogere leeftijd. Dat komt door de medische vooruitgang, maar ook omdat we minder slechte vetten eten."

Regenboog
Katans huidige onderzoeksprojecten zijn erop gericht die leeftijd verder naar boven te verleggen. Ze hebben betrekking op de vitamine foliumzuur, dat de kans op hart- en vaatziekten vermindert, en vetzuren in vis, die het hart regelmatiger laten slaan. Ook onderzoekt hij een stof in koffiebonen die het 'slechte' cholesterol verhoogt.

Het terugdringen van hart- en vaatziekten wordt zichtbaar in toenemende aantal mensen dat sterft aan kanker. Borstkanker is bijvoorbeeld de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen van middelbare leeftijd. Bij mannen is prostaatkanker als doodsoorzaak in opkomst. Niet verwonderlijk jagen steeds meer onderzoekers op voedingcomponenten die de kans op kanker verminderen.

"Voeding die de kans op kanker vermindert is de pot aan het einde van de regenboog", zegt Katan. "Als we zoiets vinden, heeft dat enorme gevolgen voor onze gezondheid, maar ik weet van collega's dat die regenboog de laatste jaren alleen maar langer is geworden. Vaak dachten ze dat ze een goudklomp hadden gevonden, maar die bleek even vaak een grote teleurstelling."

Vitamine E bleek bijvoorbeeld een grote teleurstelling. Proeven met caroteen, een plantaardige stof die het lichaam zou moeten beschermen tegen kanker, werden om ethische redenen afgebroken, toen bleek dat rokers er juist vaker kanker door ontwikkelden. Praktische alle grootschalige proeven met antioxidanten, stoffen die het DNA en cellen zouden moeten beschermen, zijn teleurstellend verlopen.

"Dit onderzoek is nu eenmaal moeilijk", zegt Katan. "Er zijn zoveel factoren waar je mee rekening moet houden. Ik zeg altijd dat je om in dit vak goed te zijn een beetje ADHD moet hebben. Als je het op de klassiek-wetenschappelijke manier aanpakt, en je dertig jaar afzondert om een detail op te helderen, red je het niet. Daarvoor moet je van teveel verschillende dingen verstand hebben. Je moet weten wat er in voedsel zit, hoe cellen werken, hoe organismen werken, verstand hebben van genetica en epidemiologie. Maar tegelijkertijd moet je ervoor beducht zijn dat je niet eindigt als de houthakker die het bos in rent, en elke boom op zijn weg een klap verkoopt, zonder dat er aan het einde van de dag een boom tegen de vlakte gaat.

Dwaalsporen
De voedingswetenschap is daarom vooral een kwetsbaar wetenschap, zegt Katan. De kans op missers, dwaalsporen en een verkeerde interpretatie van de onderzoeksuitkomsten is groot.

"Daarom moet voedingsonderzoek eigenlijk met overheidsgeld worden gefinancierd. Als het met geld van bedrijven gebeurt, dan is de kans dat het bedrijfsbelang de onderzoeksuitkomsten beinvloedt groter dan bij fundamentele wetenschappen. Als je een chromosoom opheldert en fouten maakt, zal iemand anders je binnen een paar jaar tot de orde roepen. Bij voeding is dat minder eenvoudig. Daarvoor is de materie te grillig, te plooibaar."

Vreemd om te horen uit de mond van iemand die voor het Wageningen Centre for Food Sciences (WCFS) werkt, geeft Katan als eerste toe. "Maar in het WCFS is de overheid de grootste geldschieter. WCFS doet geen onderzoek voor individuele bedrijven, maar langetermijnonderzoek waar alle aangesloten ondernemingen baat bij hebben. Het is een compromis, maar het werkt."

Weekblad voor Wageningen UR, 22 mei 2003.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.