Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 5-8-2019

Manipulatie van gen voor patatine maakt alle aardappels even groot

Aardappeltelers zijn al jaren op zoek naar een aardappelplant waarvan alle aardappels even groot zijn. Die plant heeft John Verhees niet gevonden. Maar hij vond wel een methode waarmee veredelaars hem kunnen vinden.

Aardappels van enkele millimeters, zo klein dat er dertig op een petrischaaltje passen. Promovendus John Verhees maakte de microaardappels van genetische veranderde aardappelcellen, waarin hij stukjes genetisch materiaal van een vuurvliegje had geplakt. Daardoor straalden de minuscule aardappels een beetje licht uit zodra er in de cellen een specifiek gen actief werd.

"Onderzoekers die wilden weten wat genen doen, moesten altijd de plant vermalen en dan op zoek gaan naar de eiwitten die actieve genen aanmaakten", zegt Verhees. "Maar zo kon je nooit weten wat er in een levende plant gebeurde. Met deze methode kun je het aan- en uitschakelen van genen in levende planten meten. We hoefden alleen maar de afgifte van licht te registreren met een gevoelige camera."

Verhees concentreerde zich op vier genen, die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van aardappels. Twee daarvan regelden de celdeling, een de opslag van zetmeel en een de opslag van het aardappeleiwit patatine. Telers die aardappelrassen maken waarvan alle aardappels even groot moeten zijn, zouden zich op dat laatstgenoemde gen moeten concentreren, ontdekte Verhees.

Naarmate het gen voor patatine harder werkte, groeiden de aardappels harder. "Als je dus rassen gaat kweken waarbij alle aardappels even groot zijn, weet je nu waar je op moet letten. Je moet zoeken naar aardappels waarbij het patatine-gen altijd even hard werkt."

Verhees keek ook naar de vorming van uitlopers op zijn micropiepers. Daarbij stuitte hij op een verrassing. "Soms sloegen eerst de genen aan die de aardappels eiwit en zetmeel lieten opslaan, en pas daarna werden de celdelinggenen actief. Maar soms was het ook precies andersom. Er zat geen systeem in. Je zou verwachten dat die genen door hetzelfde systeem worden gereguleerd. Maar dat is dus niet zo."

John Verhees promoveerde op 19 juni aan Wageningen Universiteit bij prof. Linus van der Plas, hoogleraar in de Plantenfysiologie.

Weekblad voor Wageningen UR, 20 juni 2002.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.