Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 6-7-2019

Maatschappelijke gentechdiscussie kwam te laat

In het gentechnologiedebat heeft de geschiedenis zich herhaald, vindt voorzitter van de maatschappelijke discussie Jan Terlouw. De discussie kwam te laat. Daarbij hebben zowel de overheid, de media als de wetenschap boter op hun hoofd.

"In de jaren tachtig hadden we de Brede Maatschappelijke Discussie over kernenergie", herinnert Terlouw zich. "Toen zaten voor- en tegenstanders te praten in zaaltjes achteraf. Wat er uitkwam was een onbevredigend compromis. Het was eigenlijk te laat om nog te discussieren. De kerncentrales stonden er al. We hadden vijfentwintig jaar eerder moeten debatteren."

Nu was het niet veel anders, vindt Terlouw. "Veel deelnemers aan de discussie vroegen zich af hun mening er nog wel toe deed. Heeft het nog veel zin om te debatteren als er al velden met gengewassen zijn ingezaaid die groter zijn dan Nederland?"

Omdat de overheid heeft verzuimd de bevolking in een vroeg stadium te informeren, is het vertrouwen in gentechnologie gering. Meer dan zestig procent van de bevolking is bezorgd over gentechnologie, ontdekte de Universiteit van Twente. Die ondervroeg 1300 Nederlanders in opdracht van de commissie.

"De introductie van gentechnologie lukt niet als het publiek er geen vertrouwen in heeft", becommentarieert commissielid prof. Frans Kok. "Daar hadden de beleidmakers eerder bij stil moeten staan. Nu ontbreekt het vertrouwen."

Een tijdige maatschappelijk discussie had er misschien toe geleid dat de problemen die nu spelen rond gentechnologie waren voorkomen, omdat ze in het debat naar voren komen, en politici en wetenschappers zich erover moeten buigen.

De problemen die de commissie ziet, liggen vooral op het gebied van natuur en milieu. Toch zijn de meeste Nederlanders tegen gentechnologie omdat ze bang zijn dat gentechproducten schadelijk zijn voor hun gezondheid. "Voor die vrees hebben we geen enkele rechtvaardiging gevonden", zegt Terlouw. "Voor zover we hebben kunnen nagaan, is de kans dat er iets mis gaat bij gentechvoedsel niet groter of kleiner dan bij andere nieuwe voedingsmiddelen." Dat de Nederlanders niet stil staan bij de ecologische risico's van gentechnologie komt door een gebrek aan informatie, denkt de voorzitter.

Terlouw wil het uitblijven van een breed maatschappelijk debat niet toeschrijven aan een hoofdschuldige. "De journalistiek had er meer aandacht aan kunnen schenken. De wetenschapsjournalistiek in Nederland is niet goed ontwikkeld. Ook de overheid had burgers bij de discussie moeten betrekken en voorzien van informatie. Hoe dat precies moet, dat weten we niet. We adviseren de overheid daarvoor naar nieuwe vormen te zoeken, waarmee je geinteresseerde burgers in een vroeger stadium kunt benaderen."

Verder zouden de universiteiten als Wageningen, waar toch veel gentechnologisch onderzoek wordt verricht, meer openheid van zaken moeten geven. "Wetenschappers willen alles onderzoeken, hun grenzen verleggen", vindt Terlouw. "Dat is prima en dat moet zo blijven. Maar als wetenschappers iets ontwikkelen wat zulke grote implicaties met zich meebrengt als gentechnologie, dan hebben ze de plicht om het publiek daarover te informeren. De universiteiten moeten niet vergeten dat het fundamenteel onderzoek wordt betaald door de overheid, en dat hun onderzoek daarom publiek bezit is. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor Wageningen."

Ook commissielid prof. Frans Kok onderstreept dat Wageningen meer naar buiten moet treden. "Wageningen speelt een sleutelrol in de ontwikkeling van gentechnologie. Daarover moeten we eerder en vaker de dialoog aangaan met de samenleving."

Kok ziet informatie niet als een Haarlemmerolie, waarmee bedrijven en de overheid de aversie jegens gentechnologie kunnen verhelpen. "Zo werkt het niet, hebben we gemerkt. Tegenstanders van gentechnologie worden niet positiever als ze meer informatie krijgen. Soms worden ze zelfs negatiever. Ze worden wel preciezer. Ze kunnen beter aangeven waarover ze zich precies zorgen maken en onder welke condities ze de techniek zouden accepteren."

Slechts een kleine groep Nederlanders is principieel tegen gentechnologie. Als er geen gevaren aan kleven en de toepassing nuttig is, dan hebben de meeste Nederlanders geen problemen met gentechnologie. Het probleem is echter dat het vertrouwen van Nederlanders in de overheid en bedrijven de laatste jaren een deuk heeft opgelopen.

Om het vertrouwen van het publiek in gentechnologie te winnen, moeten wetenschappers onafhankelijk van de overheid onderzoek doen naar de veiligheid van gentechgewassen. Dat zou het beste kunnen gebeuren binnen de Nederlandse Voedselautoriteit, vindt de commissie.

Meer over de conclusies van de commissie Terlouw vind je hier.

Weekblad voor Wageningen UR, 10 januari 2002.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.