|
Opgepoetst | 28-9-2020 Krachttraining na kanker | Hoog-intensieve beweging versnelt herstel
Mensen die zijn behandeld voor kanker reageren positief op een aangepast maar intensief bewegingsprogramma. Recente studies maken duidelijk dat krachttraining het herstel na kanker versnelt. De positieve effecten van intensieve beweging zijn bovendien niet alleen lichamelijk, maar ook psychologisch.
Nog maar tien jaar geleden drukten oncologen kankerpatienten en kankeroverlevers op het hart dat ze het vooral rustig aan moesten doen, en moesten accepteren dat ze zeker lichamelijk niet meer alles konden wat ze konden voor hun ziekte. Die situatie is veranderd.
Epidemiologische studies, waarin grote groepen kankeroverlevers jarenlang zijn gevolgd, hebben aangetoond dat lichaamsbeweging de overlevingskansen van kankeroverlevers dramatisch kan verhogen. Die studies keken vooral naar matig-intensieve bewegingsvormen als wandelen, fietsen, het huishouden doen en tuinieren.
Hoe meer uren een kankeroverlever dagelijks beweegt, concludeerden vrijwel alle studies, hoe meer verbeteren zijn of haar overlevingskansen.
Over dat bewegingsonderzoek schreef Supplement in het juninummer van 2012. [Link]
Dit artikel behandelt een ander aspect van het onderzoek naar de effecten van lichaamsbeweging bij kanker. Het gaat over hoogintensieve bewegingsvormen, in de vorm van trainingen die onderzoekers hebben ontworpen voor kankeroverlevers, en waarbij de focus ligt op krachttraining met gewichten, machines en elastische banden waarmee bewegingen mogelijk zijn die slechts enkele tientallen seconden kunnen duren.
Deze trainingen bestaan uit meerdere series van zulke hoogintensieve bewegingen. Ze zijn niet wezenlijk anders dan de fitnesstrainingen die sportscholen en bewegingscentra aanbieden.
Nut van krachttraining
Een groot deel van die groep is minder gezond dan mensen die nooit kanker hebben gekregen. Dertig procent van de kankeroverlevers kampt bijvoorbeeld met chronische vermoeidheid, en veel overlevers hebben daarnaast te maken met een afname van de spierkracht en het uithoudingsvermogen, botontkalking en keur van psychologische aandoeningen.
Vooral door de chronische vermoeidheid kunnen veel ankeroverlevers pas na langere tijd weer aan het werk, en zijn dan dikwijls niet in staat weer een volledige arbeidsweek op zich te nemen.
Op dit moment voert het VU University Medical Center onderzoek uit dat moet aantonen of een bewegingsprogramma met een nadruk op krachttraining voor kankerpatienten die chemotherapie ondergaan, of kankeroverlevers die chemotherapie hebben ondergaan, een positief verschil kan maken.[1] Zijn de resultaten van dat onderzoek positief, dan zullen ziekenhuizen de programma's in hun integrale zorgpakket voor kankerpatienten en -overlevers opnemen.
Het zal enkele jaren duren totdat de uitkomsten van die studie binnen zijn, maar voor complementaire behandelaars en overlevers die daarop niet willen wachten biedt de bestaande literatuur al volop handvaten.
Volgens overzichtsstudies maakt intensieve training kankeroverlevers sterker en fitter, en verbetert training hun kwaliteit van leven.[2] Bovendien is krachttraining, ook in deze groep, veilig.[3]
Een reden die artsen lange tijd ervan heeft weerhouden om krachttraining te omarmen was bijvoorbeeld de angst dat krachttraining lymphoedeem, een verschijnsel dat onder meer bij veel borstkankeroverlevers optreedt, zou kunnen verergeren. Dat is volgens recent onderzoek niet het geval.[4]
Een ander punt van zorg is dat chemokuren met anthracyclines soms hart en bloedvaten kunnen beschadigen. Kankeroverlevers die zijn behandeld met anthracyclines, en waarbij cardiovasculaire bijwerkingen zijn opgetreden, zouden pas na een medische keuring aan intensieve bewegingsprogramma's mogen deelnemen.
Kracht
Een vertweevoudiging van de lichaamskracht klinkt dramatisch, maar betekent niet dat krachttraining het lichaam van mensen een extreem uiterlijk geeft zoals we dat kennen uit de bodybuilding.
Onderzoekers van de University of Pennsylvania publiceerden bijvoorbeeld in 2005 een studie waarin borstkankeroverlevers een jaar lang aan krachttraining lieten doen.[5] Twee keer per week trainden de vrouwen gedurende een uur hun belangrijkste spiergroepen met gewichten waarmee ze nog net tien herhalingen konden maken.
Toen het jaar voorbij was, was het lichaamsgewicht van de vrouwen nauwelijks veranderd. Wel waren de vrouwen 1.4 kilogram lichaamsvet kwijtgeraakt en hadden ze ongeveer evenveel spiermassa gewonnen. Zulke veranderingen in de lichaamssamenstelling zijn vanuit een medische optiek gunstig, maar te bescheiden om in het oog te springen.
Hoewel het uiterlijk van het lichaam van kankeroverlevers door krachttraining slechts subtiele veranderingen ondergaat, hebben die, samen met de forse toename van de spierkracht, al binnen enkele weken een sterk positief effect op de manier waarop de kankeroverlevers hun lichaam beleven.
Volgens onderzoekers van de University of Medicine and Dentistry of New Jersey, die het effect van krachttraining en conditietraining op borstkankeroverlevers met elkaar vergeleken, heeft conditietraining zo'n effect niet.[6]
Uit hun studie is zelfs af te leiden dat de combinatie van veelvuldige conditietraining het positieve effect van krachttraining op het lichaamsbeeld kan verminderen. Een verklaring daarvoor is misschien dat intensieve conditietraining de fysieke effecten van krachttraining vermindert.
Lichaamsbeeld
Als gevolg daarvan vinden borstkankeroverlevers zichzelf minder mooi en minder gezond, en functioneren ze sociaal en seksueel minder goed dan mensen zonder kanker. Onderzoekers van Pennsylvania School of Medicine die borstkankeroverlevers twee keer per week uur lieten krachttrainen zagen dat daardoor niet alleen het lichaamsbeeld van de vrouwen verbeterde, maar ook hun sociaal en seksueel functioneren.[7]
Vermoeidheid
In 2008 publiceerden onderzoekers van Maxima Medical Centre in het Nederlandse Veldhoven een kleine studie in de British Journal of Cancer die illustreert hoe snel krachttraining op dat gebied verbetering teweeg kan brengen.[8] Die studie kreeg trouwens een prijs van de Vereniging van Sportgeneeskunde, die het onderzoek beschouwde als de beste studie van de afgelopen drie jaar.
In het onderzoek trainde een diverse groep van een kleine vijftig kankeroverlevers, die zojuist hun behandeling hadden afgesloten, twee keer per week met gewichten. De proefpersonen deden basisoefeningen als de vertical-row, de leg-press, de bench-press, de pull-over, de crunch en de lunge. Ze voerden elke oefening twee keer uit.
In de eerste twaalf weken van het experiment trainden de overlevers met een belasting waarmee ze nog maar net tien herhalingen konden maken, en probeerden ze de oefening uit te voeren met een zo hoog mogelijk gewicht. In de laatste zes weken hielden de overlevers het gewicht constant, en streefden ze naar het maken van steeds meer herhalingen.
Voordat de krachttraining begon, en nog eens nadat die was afgelopen, deden de proefpersonen een korte cardiotraining van acht minuten.
De intensieve trainingen verminderden in enkele weken de vermoeidheid tot een niveau dat een groep overlevers die niet met gewichten trainden pas een jaar bereikten. Toen de proefpersonen stopten met trainen was het effect een jaar later nog redelijk intact. Datzelfde was trouwens het geval met de spierkracht die de overlevers hadden opgebouwd. Ongetwijfeld waren de resultaten nog beter geweest als de overlevers waren blijven trainen.
Aan het werk
Zo achterhaalden de onderzoekers dat de overlevers die hadden gerevalideerd met krachttraining gemiddeld vijf uur per week minder werkten dan voordat ze kanker kregen. Overlevers die niet met gewichten hadden getraind werkten gemiddeld elf uur per week minder.
Bijna tachtig procent van de kankeroverlevers die hadden gerevalideerd met krachttraining werkte weer evenveel uren als voordat ze ziek werden. Bij de overlevers die niet hadden getraind was dat bij slechts vijfenzestig procent het geval.
'In kankeroverlevers heeft hoog-intensieve lichaamsbeweging niet alleen een positief effect op de fitheid', concluderen de onderzoekers. 'Revalideren met krachttraining heeft ook belangrijke economische voordelen.'
Motivitering
Uit praktisch alle studies blijkt dat veel kankeroverlevers moeite hebben een krachttrainingsprogramma vol te houden. In een onderzoek van bewegingswetenschappers van de University of Western Australia maakte bijvoorbeeld veertig procent van de kankeroverlevers een programma met zowel krachttraining als intensieve conditietraining van twaalf weken niet af.[10]
In dat onderzoek trainden de proefpersonen nota bene onder begeleiding van coaches, die de overlevers indien nodig motiveerden. Hoopgevend in die studie was weer wel dat naarmate de weken verstreken de proefpersonen die volhielden steeds beter gemotiveerd raakten om te blijven sporten, en steeds minder aanmoediging van buitenaf nodig hadden. De onderzoekers pleiten dan ook om kankeroverlevers in de eerste weken van hun trainingsprogramma te laten begeleiden door experts die weten hoe ze moeten motiveren.
Motivering is niet alleen belangrijk omdat het kankeroverlevers een programma laat afmaken. Motivering maakt ook dat overlevers minder trainingen verzuimen. Verzuim vermindert de effectiviteit van bewegingsprogramma's.
In een onderzoek van Oregon Health and Science University, waarin oudere vrouwen die waren behandeld voor borstkanker een jaar lang aan krachttraining deden, werd dat pijnlijk duidelijk.[11]
Het onderzoek was bedoeld om vooral de spierkracht in de benen te vergroten, in de hoop dat het risico op valpartijen daardoor zou verminderen. Zestig procent van de ouderen die te val komt heeft daarna een half jaar of langer hulp nodig, en er zijn aanwijzingen dat spierkracht de kans op een valpartij vermindert.
In de studie bleek echter dat er maar een zeer beperkte toename was van de spierkracht was in vrouwen die meer dan de helft van de trainingen verzuimden. In die groep nam de maximaalkracht in het onderlichaam toe met slechts drie procent. Dat is te weinig om effect te sorteren. In de vrouwen die minder dan de helft van de training verzuimden nam de maximaalkracht toe met vijfentwintig procent.
Al in de eerste overzichtartikelen over intensieve beweging voor kankeroverlevers benadrukken de auteurs het belang van het scheppen van de juiste atmosfeer, en het creeren van stimulerende programma's waarin overlevers meer doen alleen hun spieren gebruiken.[11]
Bewegen moet aangenaam zijn, en trainers moeten overlevers kunnen uitleggen wat het nut van de oefeningen is. Trainers moeten overlevers vaardigheden bijbrengen, zodat overlevers leren hoe ze zelf met training hun lichaam kunnen verbeteren, en zelf wijzigingen in hun programma kunnen aanbrengen. Bovendien moeten trainers een zowel fysiek als psychologisch uitdagende omgeving scheppen.
Al met al geen geringe opgave, maar wel noodzakelijk, schreef de Canadese bewegingswetenschapper Kerry Courneya een decennium geleden in een overzichtartikel over beweging voor borstkankeroverlevers.[11]
'Het langdurig blijven bewegen is voor de meeste gezonde mensen al geen sinecure. Laat staan voor mensen die kanker hebben overleefd.'
Referenties
Supplement, september 2012.
|