|
Opgepoetst | 6-7-2019 Rikilt en Plant Research International brengen juridisch doolhof gengewassen in beeld
"Jullie blijven dus voorlopig in Europa?", vraagt Rikiltonderzoeker dr Gijs Kleter aan dr Wilco Jordi van Plant Research International. Jordi knikt bevestigend. Hij ziet geen reden om naar Amerika uit te wijken.
Jordi en Kleter behoorden tot het team Wageningse specialisten dat in kaart bracht met welke wetten en richtlijnen makers van gengewassen te maken krijgen. De uitkomst van hun zoekwerk: het beroemde verschil tussen het 'risicotolerante' Amerika en het 'technofobe' Europa is piepklein.
"We merkten dat er behoefte was aan een overzicht van de regelgeving omdat onze klanten ons daar attent op maakten", zegt Jordi. "Met gentech kan technisch gezien steeds meer, maar de opdrachtgevers weten niet met wat voor regelgeving ze te maken krijgen. Omdat we op Plant Research wel verstand hebben van planten maar niet van juridische procedures zijn we gaan samenwerken met Rikilt."
Het resultaat van de gezamenlijke inspanningen is het rapport Exploitation and regulation of plants genetically modified to express nutraceuticals and pharmaceuticals. Een verkorte versie daarvan verschijnt in het decembernummer van Nature Biotechnology. DLO, de organisatie waaronder de onderzoeksinstituten Plant Research International en Rikilt vallen, heeft het rapport uit eigen middelen betaald.
De onderzoekers hebben zich beperkt tot de nieuwe generatie gengewassen. "Voor de consument zaten er geen voordelen aan de eerste generatie gengewassen", zegt Jordi. "Producten worden voor de consumente niet aantrekkelijker doordat ze hun eigen bestrijdingsmiddelen aanmaken. Maar een tomaat die extra beschermende stoffen aanmaakt, dat is een ander verhaal. Of een tabaksplant die insuline of een vruchtbaarheidsmedicijn maakt."
Jordi zelf is als wetenschapper op dat gebied actief. Hij werkt aan planten die menselijke antistoffen aanmaken en gelooft daar heilig in. "Stel je voor dat je vaccins zou kunnen aanmaken in bananen. Voor arme landen zou zo'n technologie een uitkomst zijn", zegt Jordi. "Het zou jammer zijn als die er door onduidelijkheid over regels niet komt."
Sluiproutes
"Producenten kunnen niet-levensvatbare delen van gengewassen probleemloos invoeren", zegt Gijs Kleter. "Invoer van bijvoorbeeld olie van gemodificeerd koolzaad is geen probleem. Als fabrikanten die gaan gebruiken voor voedsel, hebben ze weliswaar extra toestemming nodig van de EU. Toepassing in veevoer is echter toegestaan."
In Europa moeten dat soort producten binnenkort wel worden voorzien van een label dat vertelt dat het om gemodificeerd uitgangsmateriaal gaat. In Amerika is zo'n vermelding niet nodig. Sterker, de Amerikanen zijn zelfs fel gekant tegen het verplicht labellen van gemodificeerde producten. Dat verschil van mening zou nog wel eens kunnen uitgroeien tot een twistpunt van formaat, voorspelt Kleter. "Je ziet nu al dat het onderwerp in allerlei bijeenkomsten van Europeanen en Amerikanen tot ruzie leidt."
Het vermarkten van verwerkte genproducten zal so-wie-so makkelijker verlopen dan het vermarkten van het oorspronkelijke product, schatten de onderzoekers in. Voor genproducenten zouden daarom vooral in de supplementenbranche mogelijkheden kunnen liggen.
"Er zijn in de VS en de EU nog geen supplementen op de markt die door gentechnologie zijn gemaakt", zegt Kleter. "Maar wettelijk is het goed mogelijk actieve stoffen uit genplanten, zoals lycopeen, vitamines of flavonoiden in supplementen te stoppen of toe te voegen aan voedingsmiddelen."
Europese richtlijnen op supplementgebied ontbreken, al wil de EU halverwege volgend jaar de dosering van vitamines en mineralen aan banden leggen. In de VS vallen supplementen zelfs onder een speciale wet die fabrikanten ontslaat van allerlei verplichtingen die voedingsproducenten en farmaceuten wel hebben.
Schadeclaims
"Op het eerste gezicht lijken de wetten soms te verschillen", zegt co-auteur ir Esther Kok van Rikilt. "Maar als je dan wat nauwkeuriger kijkt, blijkt dat reuze mee te vallen."
Zo maakt het voor de Amerikaanse wet bijvoorbeeld niet uit of een nieuw gewas via veredeling tot stand is gekomen of door genetische modificatie. In Europa is dat anders. Daar moeten de makers van gentechplanten de veiligheid van hun creaties uitgebreid laten onderzoeken. In de VS zijn die onderzoeken vrijwillig. Toch is er nog geen enkele Amerikaanse genplant die niet is onderzocht. In de praktijk maken life science bedrijven dus geen gebruik van hun vrijheid. "De bedrijven zien het onderzoek als een verzekering", vermoedt Kleter. "Zo sluiten ze uit dat het later alsnog fout gaat."
Maar mochten genproducten onverhoopt toch schadelijke gevolgen hebben, dan kun je als producent misschien maar beter in Europa zitten. "Onder de Amerikaanse wet zijn producenten onbeperkt aansprakelijk. Genplanten waarbij iets verkeerd is gegaan, kunnen bedrijven in theorie miljarden kosten aan claims. Europa discussieert nog over de aansprakelijkheid van genbedrijven."
Westland
Het klinkt op het eerste gezicht misschien paradoxaal, maar de onderzoekers adviseren ontwikkelaars van genproducten zich juist daarom om zich te richten op de moeilijke Europese markt. "Een product dat door de Europese molens komt, komt ook door de Amerikaanse", zegt Kleter. "Zo vergroot je als producent je markt."
Bij gentechnologie is de maatschappelijke, en dus ook politieke acceptatie het grootste als het om medicijnen gaat. Misschien dat we daarom in Nederland op dat gebied de eerste grootschalige toepassingen van gentechnologie kunnen verwachten. Als dat gebeurt, zal dat plaatsvinden in de Westlandse kassen, vermoedt Kleter. "Je kunt planten die medicijnen aanmaken niet in de open lucht verbouwen. Dat moet echt onder gecontroleerde omstandigheden. In het Westland vind je al ondernemers die dat technisch zouden kunnen."
Weekblad voor Wageningen UR, 20 december 2001.
|