Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 3-11-2019

De wisselwerking tussen jodium, flavonoiden en schildklierhormonen

In bevolkingsgroepen met een lage inname van jodium kan een hoge inname van flavonoiden misschien de kans op endocrinologische stoornissen verhogen. Flavonoiden kunnen de concentratie schildklierhormoon nog verder verlagen. Wageningse onderzoekers van de leerstoelgroep Fysiologie van mens en dier hebben een stuk van het mechanisme opgehelderd.

Het onderzoek van prof. Daan van der Heide volgde op dat van Franse onderzoekers in West Guinea, die de vaak gevaarlijk lage spiegel van schildklierhormoon bij de plaatselijke bevolking bestudeerden.

De inname van jodide, dat nodig is voor de afgifte van schildklierhormoon, was aan de lage kant. Maar, ontdekten de Fransen, dat was niet het hele verhaal.

"Vooral in het seizoen waarin de gierst werd geoogst, kregen mensen last van een opgezwollen schildklier", zegt Van der Heide. "In de gierst vonden de onderzoekers hoge concentraties van de flavonoiden apigenin en luteolin. Die bleken de concentratie schildklierhormoon te verlagen. Hoe precies, dat was niet duidelijk. Wij hebben geprobeerd om die witte vlek in te vullen."

In het tijdschrift Biofactors publiceerde Van der Heide samen met de Leidse prof. Janny Schroder-Van der Elst de resultaten van dat onderzoek.

"In het bloedplasma zit schildklierhormoon vast aan het eiwit transthyretin", zegt Van der Heide. "Apigenin en luteolin hebben een structuur die lijkt op die van het schildklierhormoon. Daardoor zijn ze in staat om het schildklierhormoon van het transporteiwit te verdringen. Het lichaam scheidt vervolgens het schildklierhormoon via de urine uit."

Van der Heide deed voornamelijk dierproeven, maar weet vrij zeker dat het mechanisme ook speelt bij mensen. "Ik heb het op mezelf uitgeprobeerd", zegt hij. "Ik heb zes bosjes peterselie gegeten en de volgende dag gemerkt dat ik veel schildklierhormoon in mijn urine had."

In peterselie zitten hoge concentraties apigenin, dat van alle flavonoiden in gierst het meeste effect op het schildklierhormoon heeft.

In de dierproeven die de hoofdmoot van zijn publicatie vormden, bevruchtten de onderzoekers vrouwtjesratten die veel apigenin in het voer kregen. Vervolgens keken de onderzoekers naar de effecten van de stof op de ongeboren rattenpups. Die waren zoals verwacht: de flavonoiden verlaagden de hoeveelheid schildklierhormoon voor de foetus.

Een tekort aan schildklierhormoon is zonder meer gevaarlijk, zegt Van der Heide. "Schildklierhormoon is nodig voor de ontwikkeling van jonge cellen. Vooral de ontwikkeling van hersenweefsel is kwetsbaar voor te weinig schildklierhormoon. Mensen die als foetus en kind te weinig schildklierhormoon aanmaken hebben een IQ dat vijftien punten lager ligt dan eigenlijk zou moeten."

Van der Heide deed ook proeven met een synthetische flavonoide, die farmaceut Merck samen met hem in de vroege jaren negentig nog heeft onderzocht als een mogelijk medicijn tegen een te hoge afgifte van schildklierhormoon. Die bleek nog risicovoller dan de natuurlijke flavonoiden. De stof bereek niet alleen moeiteloos door de placenta de ongeboren rattenpups, maar hoopte zich bovendien in hun hersenweefsel op.

De conclusie van het onderzoek is duidelijk, zegt Van der Heide. "Teveel flavonoiden zijn niet gezond. Zeker als je weinig jodium binnenkrijgt kun je beter uitwijken naar voedingsmiddelen die minder flavonoiden bevatten. En als je inname van jodium laag is, kun je beter geen hoog gedoseerde supplementen met flavonoiden gebruiken."

Van der Heides onderzoek krijgt geen vervolg. Er is geen geld.

Weekblad voor Wageningen UR, 19 februari 2004.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.