Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 20-9-2020

Hormesis | Een beetje gif is verschrikkelijk gezond

Als je weet waarom groenten en fruit gezond zijn, dan weet je ook waarom we ons niet al te sappel hoeven maken over kleine hoeveelheden landbouwgif, zware metalen of radioactiviteit in ons eten. Dat is tenminste de strekking van een nieuwe theorie in toxicologenland: de hormesistheorie.

In de zomer van 2009 kreeg de Amerikaanse milieutoxicoloog prof. Edward Calabrese de Marie Curie-prijs. Voor zijn 'uitmuntende onderzoek naar het effect van lage doses radioactieve straling op de menselijke gezondheid en de natuur', om precies te zijn, aldus een woordvoerder van de World Council of Nuclear Workers (WONUC).

De WONUC is een organisatie die de belangen behartigt van de kernindustrie en geeft elk jaar de prijs weg aan iemand die het imago van radioactieve straling verbetert. Sinds de atoombommen, die in de tweede wereldoorlog vielen op Hiroshima en Nagasaki, leggen wetenschappers teveel de nadruk op de negatieve aspecten van straling, vindt de WONUC. Waarom niet eens de positieve kanten van radioactieve straling belichten?

En dat is precies wat Calabrese deed. De aan de University of Massachusetts Amherst verbonden hoogleraar toonde aan dat arbeiders die aan kernonderzeeers werken lagere sterftecijfers hebben dan werknemers die op een gewone scheepswerf. Hij toonde ook aan dat in Zweedse huizen in de lucht meer van het radioactieve gas radon voorkomt dan in Deense huizen, terwijl toch in Zweden minder longkanker voorkomt dan in Denemarken. Piepkleine beetjes radioactiviteit maakt kennelijk gezonder.

Raar? Volgens Calabrese niet. Hij verzamelde letterlijk honderden van zulke voorbeelden, waarin iets wat helemaal niet gezond is in kleine hoeveelheden toch gezond blijkt te zijn.

Hijzelf kwam het effect op het spoor toen hij als student proeven deed met pepermuntplanten. Calabrese besproeide ze met het Phosphon, een middel dat de groei van planten afremt. Maar als hij de peperplanten heel weinig Phosphon gaf, groeiden ze juist sneller en werden ze bovendien veertig procent groter dan normaal.

'Volgens de leerboeken kan dat niet', zegt Calabrese. 'Die vertellen dat de effecten van giftige stoffen ernstiger worden naarmate de dosis toeneemt. Hoe meer gif, hoe meer negatieve effecten. In concentraties die lager zijn dan het niveau waarbij die schadelijke effecten beginnen op te treden doet een stof dus niks. Volgens de leerboeken dan. Dat is een enorme fout, begrijpen we nu.'

De onnatuurlijke grote pepermuntplanten prikkelden Calabreses nieuwsgierigheid. Hij dook samen met zijn collega Linda Baldwin de bibliotheek in, en ging op zoek naar soortgelijke bevindingen. De onderzoekers vonden er legio.

Ratten die zijn blootgesteld aan piepkleine hoeveelheden van het extreem giftige bestrijdingsmiddel DDT krijgen minder levertumoren dan ratten die geen DDT binnenkrijgen. Muizen, die een paar keer worden blootgesteld aan kleine doses straling, leven langer dan onbestraalde muizen. Planten groeien sneller door minuscule hoeveelheden van het giftige metaal cadmium.

Hormesis
Een eeuw eerder, in 1888, had de Duitse farmacoloog Hugo Schulz het merkwaardige verschijnsel voor de eerste keer opgemerkt. Schulz ontdekte toen dat gist beter groeit als het word blootgesteld aan kleine beetjes agressieve stoffen.

Schulz verzon ook een naam voor het verschijnsel: hormesis. In het Latijn betekent dat 'prikkeling'.

Wetenschappers namen het onderzoek van de Duitser echter niet serieus. Schulz was een voorstander van homeopathie, en behandelde ziekten met zo sterk verdunde preparaten dat ze eigenlijk geen actieve stoffen meer bevatten. De farmacoloog gebruikte zijn onderzoek als onderbouwing voor de werkzaamheid van homeopathie. En hoewel hij in zijn proeven nog steeds veel hogere concentraties gebruikte dan dat je vindt in homeopathische middelen, stond hij in de wetenschap buiten spel. In de serieuze wetenschap is homeopathie een no-go.

Duizenden onderzoekers zijn desondanks gestuit op de tegenstrijdige effecten van lage doses schadelijke stoffen en straling. Calabrese, die in de jaren zeventig besloot dat de studie van het hormesis-effect zijn levenswerk zou worden, vond er duizenden.

In 2003 publiceerde hij er een indrukwekkend deel van in Critical Reviews In Toxicology, en beperkte zich tot anorganische giftige stoffen als arsenicum, cadmium, lood, kwik, selenium en zink. In het 90-pagina's tellende artikel beschreef Calabrese positieve effecten in planten, cellen en proefdieren.

Supplementen
In veel multivitaminepreparaten zitten selenium en zink. Volgens de makers gebruikt het lichaam die metalen voor de aanmaak van beschermende enzymen. Op basis van zijn studie poneert Calabrese echter een andere theorie.

'De varianten van chroom, zink en selenium die je in vitaminepillen vindt zijn giftig', zegt Calabrese. 'In geringe doses zouden ze wel eens een stimulerend en gezondheidsbevorderend effect op ons kunnen hebben. Daarom werken vitaminepillen misschien. Omdat ze een beetje gif bevatten.'

Wat Calabrese hierboven zegt, geldt voor veel stoffen die we als gezond beschouwen, zegt de Nederlandse toxicoloog prof. Ivonne Rietjens, verbonden aan de Europese voedselautoriteit EFSA en de universiteit van Wageningen.

'Veel stoffen die in hoge doses schadelijk zijn, beschermen ons juist in lage concentraties', vertelt de hoogleraar. 'De vetzuren in vis zijn een goed voorbeeld. Visvetzuren of omega-3-vetzuren kunnen makkelijk veranderen in agressieve verbindingen die cellen beschadigen. In kleine hoeveelheden zijn die agressieve verbindingen juist gezond. Ze prikkelen de cellen om enzymen aan te maken die het ontstaan van kankercellen afremmen. Het schadelijke omzettingsproduct is dus gezond. Dat betekent dat je niet meer kunt zeggen dat een stof alleen maar gezond of ongezond is.'

Gezonde voeding
Hetzelfde geldt voor een andere groep stoffen waarover voedingswetenschappers al sinds de jaren negentig enthousiast zijn: de fytochemicalien in rode wijn, thee, fruit en groenten. Ze dragen namen die alleen chemici iets zeggen, zoals catechines, resveratrol, curcumine of sulforaphanen.

Volgens studies beschermen die ons tegen ziekten als kanker en hart- en vaatziekten, en volgens de meest recente inzichten veranderen ook die stoffen in het lichaam in schadelijke moleculen. En ook bij flavonoiden zorgt die transformatie ervoor dat de moleculen in lage concentraties in cellen beschermende mechanismen activeren. In hoge doses zijn veel van die plantaardige verbindingen giftig.

Onderzoekers denken dat planten die gezonde verbindingen zijn gaan aanmaken omdat planten en dieren al eeuwenlang met elkaar zijn verwikkeld in een chemische oorlog. Dieren eten planten, en planten maken giftige stoffen aan om zich daartegen te beschermen. Dieren passen zich vervolgens aan. Ze ontwikkelen manieren om de giftige plantenstoffen onschadelijk te maken. Bij een lage dosis van een giftige stof kunnen cellen daardoor meer positieve ontgiftingsreacties opstarten dan ze nodig hebben. Cellen worden daardoor gestimuleerd.

Een beetje gif is dus gezond. In het geval van de fyto-chemicalien in thee, groenten en fruit is een beetje gif zelfs zo gezond dat we er eigenlijk niet genoeg van kunnen eten. Waarschijnlijk worden we alleen maar gezonder als we meer groenten, fruit en thee gebruiken. Of die vlieger ook nog opgaat als we de stoffen uit deze voedingsmiddelen isoleren en in pillen stoppen, dat vragen de onderzoekers zich af.

Een stof als quercetine bijvoorbeeld, die we in tientallen milligrammen binnenkrijgen via groene thee, rode wijn, appels en uien blijkt in proeven op mensen in een dosering van een gram per dag niet schadelijk te zijn voor de gezondheid. Een verwante stof uit groene thee, EGCG, veroorzaakt daarentegen bij sommige mensen leverafwijkingen. Sommige wetenschappers zijn daarom ongerust over het opduiken van steeds grotere hoeveelheden EGCG in afslanksupplementen. Een van de dingen die EGCG in het lichaam doet is het opvoeren van de hoeveelheid calorieen die we verbranden.

Industrie
Edward Calabrese, de geestelijk vader van het hormesis-effect, houdt zich niet met de gezonde stoffen in natuurlijke producten bezig. Hij is vooral geinteresseerd in stoffen die we in onze industrie en onze laboratoria hebben gemaakt, en waarvan we vinden dat we die niet meer zomaar mogen dumpen in ons leefmilieu.

We willen zware metalen, bestrijdingsmiddelen, vlamvertragers en dioxines niet in onze wateren, niet in onze bodem en niet in onze voeding. We ontwikkelen steeds nauwkeuriger meetmethoden voor die stoffen, we ontwikkelen technologie die de uitstoot van die stoffen reduceert en we maken steeds strengere wetten die ons voor deze gevaarlijke man-made verbindingen moeten beschermen.

En dat, zegt Calabrese, is helemaal niet nodig.

Dat standpunt heeft van Calabrese een omstreden wetenschapper gemaakt, en een graag geziene gast in media die weinig ophebben met de 'milieumaffia'. Een voorbeeld is het Nederlandse weekblad Elsevier Magazine. Dat publiceerde een paar jaar geleden een artikel over Calabreses hormesistheorie, en drukte daarbij een foto af van een vrouw die haar baby de borst geeft. 'Deskundigen zijn bezorgd over de mogelijkheid dat er een beetje dioxine in de moedermelk zit', luidde het onderschrift. 'Klopt de nieuwe theorie, dan zouden ze blij moeten zijn.'

De Wageningse toxicoloog prof. Tinka Murk is bang dat de radicale aanhangers van de hormesistheorie doorslaan. Giftige stoffen uit de natuur verschillen op een cruciaal punt van de giftige stoffen die de mensheid in de natuur heeft gebracht, vindt ze.

'Dioxines kunnen in het lichaam plaatsen bereiken waar plantaardige stoffen niet kunnen komen', zegt de hoogleraar. 'Dioxines kunnen bijvoorbeeld de foetus bereiken. Dat is een belangrijk verschil met gifstoffen uit planten. Daarop is ons lichaam ingesteld. We hebben geleerd hoe we plantaardige gifstoffen moeten afbreken. Daarom kunnen ze niet bij de foetus komen. Ook niet als we ze opeten.'

Murk staat niet alleen in haar kritiek. In de vakbladen voeren toxicologen een verbeten strijd tegen de dwarse Calabrese. Een van hun kritiekpunten is dat de effecten van kleine beetjes door mensenhanden gemaakt gif nooit altijd positief zijn.

Geef je mannelijke ratten bijvoorbeeld een heel klein beetje cadmium, dan vermindert hun kans op zaadbalkanker. Goed, dat is gunstig. Een gemeente zou dat als argument kunnen aanvoeren om met cadmium verontreinigde grond in een woonwijk niet te saneren. Maar diezelfde hoeveelheid cadmium verhoogt bij ratten op latere leeftijd de kans op prostaatkanker. En dat is juist helemaal niet gunstig.

Het risico van onnatuurlijke giftige stoffen is te hoog om de regelgeving te versoepelen, vinden de critici. Als stoffen in kleine hoeveelheden toch effecten hebben, dan pleit dat eerder voor een zorgvuldiger regelgeving. En niet voor een versoepeling.

Leger
Bewonderaars van Calabrese, zoals de kernenergie-organisatie WONUC, denken daar anders over. Of het Amerikaanse ministerie van Defensie, dat Calabreses onderzoek met enkele honderdduizenden dollars heeft ondersteund.

Het ministerie is verwikkeld in langdurige rechtszaken over bases van de Amerikaanse luchtmacht, waarvan de grond is verontreinigd met giftige stoffen. Eigenlijk moet Defensie de grond schoonmaken, maar dat gaat een lieve duit kosten. Voor het Amerikaanse leger kan het niet goed genoeg met Edward Calabreses wetenschappelijke carriere gaan.

Reflector, maart 2010.









Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.