Deze website gebruikt geen cookies. We verzamelen geen gegevens over onze bezoekers.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 11-8-2018

De atleet als Homo farmaceuticus

Al jarenlang is topsport fraude. De superatletische lichamen van sprinters, kogelstoters, discuswerpers, gewichtheffers en zwemmers zijn niet alleen het eindproduct van jaren toegewijde training, maar ook van de impact van dopingmiddelen op het menselijk organisme. Aan de vooravond van de Olympische Spelen een terugblik op vijfenzestig jaar dopinggebruik.

<<< Eerste deel van dit artikel <<<

Eind jaren tachtig hadden medici zich wereldwijd inmiddels grotendeels uit de doping teruggetrokken. De belangrijkste reden daarvoor was dat het gebruik van hormonen, zeker in doseringen die sportieve prestaties verbeteren, grote medische risico's met zich bleek mee te brengen. Omdat er ook in de medische wetenschap steeds minder toepassingen voor anabolen waren, stopte de ene na de andere farmaceutische onderneming met de productie. Maar het was al te laat. Rondom de anabole steroiden had zich een internationale underground-cultuur ontwikkeld waarin alles draaide om het opvoeren van menselijke prestaties. Bodybuilders die zich tot deze wereld hadden bekeerd, grepen naar alle mogelijke middelen om zo groot en gespierd mogelijk te worden. Traditionele sporters probeerden records te breken. De middelen die ze daarvoor gebruikten, kwamen niet langer van artsen en steeds minder vaak van gerespecteerde farmaceutische ondernemingen. Centraal in de anabolencultuur stonden de dopinggoeroes en de handelaren, die vanaf de jaren tachtig hun middelen steeds vaker van duistere organisaties moesten kopen.

Met het vertrek van de medische stand uit de dopingwereld veranderden bepaalde sintelbanen en sportscholen in 'wilde laboratoria', waar dopinggoeroes en atleten steeds extremere experimenten uitvoerden, op zoek naar nieuwe combinaties van middelen en technieken die de grenzen konden verleggen. Omdat er al zoveel sporters anabolen gebruikten, was er groeiende behoefte aan iets nieuws, dat nog meer voordeel gaf dan anabolen. In de wilde laboratoria van de dopingunderground vonden dopinggoeroes al snel een oplossing: de combinatie van menselijk groeihormoon en anabole steroiden.

Bij gezonde mensen maakt de hypofyse groeihormoon of STH aan, tijdens de slaap of na zware lichamelijke inspanning. Bij dwerggroei gebeurt dat niet, en bij reuzengroei juist extreem veel. In het dopingcircuit werd ontdekt dat groeihormoon ervoor zorgt dat spiercellen meer voedingsstoffen binnenkrijgen. Ook verbranden spiercellen door groeihormoon meer vet, en blijven er meer suikers en eiwitten over om weefsels op te bouwen. De combinatie is volgens ondergrondse handleidingen voor anabolengebruikers zo krachtig, dat bodybuilders in een periode van enkele maanden tien kilo spierweefsel konden opbouwen.

De eerste experimenten met groeihormoon in de sport begonnen al in de late jaren zeventig. Aanvankelijk bleef het gebruik beperkt tot een handjevol Olympische sporters en bodybuilders. Dat kwam omdat het middel verschrikkelijk duur was. Niet vreemd, want de aanvoer van het middel was zeer beperkt. Het hormoon werd gewonnen uit de hersenen van recent overledenen.

Groeihormoon werd hot. 'De champagne van de verboden middelen', noemden journalisten het wel eens. Als je de verhalen mocht geloven, was dit 'het' middel dat kampioenen maakte. Atleten wrongen zich dan ook in alle bochten om het magische hormoon in handen te krijgen. Langs de sintelbanen en in de sportscholen werden verhalen verteld over 'apenkuren', waarin atleten zichzelf injecteerden met groeihormonen van apen.

Toen hij het geheim van de Russische sportieve overmacht had achterhaald, wendde Ziegler zich tot chemici binnen het farmaceutisch concern Ciba. Konden zij niet iets maken wat het spierweefsel net zo hard liet groeien als testosteron, maar wat minder bijwerkingen had? Dat konden ze. Eind jaren vijftig lanceerde het bedrijf 'Dianabol' - actieve stof: methandrostenolone, de eerste effectieve anabole steroide. Door het testosteronmolecuul te modificeren hadden de onderzoekers een testosteronvariant gemaakt die je in pilvorm kon innemen. Beduidend comfortabeler dan het klassieke testosteron, dat je in principe dagelijks moest injecteren.

Halverwege de jaren tachtig ontwikkelden moleculaire wetenschappers een methode om micro-organismen groeihormoon te laten maken. Die ontdekking betekende dat de prijs kon gaan zakken en het middel binnen bereik kwam van een brede groep sporters.

Ondertussen is het taboe op doping volkomen. Artsen en bekende ondernemingen, atleten en sportorganisaties hebben zich er officieel van afgekeerd. Maar in het laboratorium in het wild, in de dopingunderground, gaat de zoektocht ongehinderd verder. In de vroege jaren negentig vond bijvoorbeeld het gebruik van insuline ingang in de sport. Insuline, van levensbelang voor suikerpatienten, versterkt de spieropbouwende werking van groeihormoon. Recent circuleerden er verhalen over het gebruik van PGF2alfa, een veterinaire prostaglandine met een nog onbegrepen spierversterkende werking.

Als de Olympische Spelen straks weer beginnen, zullen honderden miljoenen wereldburgers zich vergapen aan formidabele sportieve prestaties, neergezet door atleten met lichamen waarvoor de Olympische goden zich niet hoeven te schamen. Ongetwijfeld vallen enkele onvoorzichtige gebruikers ten prooi aan de dopingjagers. Natuurlijk zal de internationale sportorganisatie schermen met het grote aantal dopingcontroles, en de indruk willen wekken dat het gebruik van verboden middelen nauwelijks voorkwam. Dat er nog geen tests bestaan voor groeihormoon en insuline, zal zorgvuldig worden verzwegen. Dat sporters die anabolen gebruiken, ongeschonden door de tests komen als ze bijtijds stoppen of niet teveel gebruiken, eveneens. Toch zullen ook de cynische ingewijden met plezier hun tv aanzetten. Om te genieten van de Farmaceutische Spelen van 2000.

Natuur & Techniek, 30 september 2000.

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.