|
Opgepoetst | 21-11-2020 Hoe gevoelig ben jij voor 'roid rage?
De wereld heeft gehuiverd bij de berichten over de worstelaar Chris Benoit, of de kannibalistische bodybuilder Virpi Butt. De oorzaak van hun gruweldaden was het gebruik van anabole steroïden, zeggen experts. Een kleine groep mensen kan door het gebruik van anabolen psychisch bezwijken en ongekend agressief worden. Hoor jij daarbij? Die vraag kunnen we niet beantwoorden. Wel kunnen we samenvatten wat onderzoekers ondertussen het ontdekt over het verband tussen anabolen en agressie.
In 2003 was de ex-bodybuildster Virpi Butt niet echt beroemd. Alleen liefhebbers van de Finse variant van de spelshow American Gladiators kenden haar. Zij keken vreemd op toen kranten vertelden hoe Butt was gearresteerd omdat ze samen met haar vriend, de 27-jarige Janne Hyvönen, een man had omgebracht.
De atlete had de man in haar flat uitgenodigd en liet hem daarna door haar vriend met messteken om het leven brengen. Daarna hakte het stel zijn hoofd af en ging stappen. In kroegen lieten ze het hoofd zien aan iedereen die dat wilde, maar iedereen geloofde dat het ging om een realistisch namaakhoofd. Enkele delen van de dode man aten Butt en haar vriend op. De overige lichaamsdelen dumpten de twee in containers.
Enkele maanden na de moordpartij vermoordde het stel een andere man. Butt stak hem zonder duidelijke reden in haar flat neer, en de man smeekte om een dokter. In plaats daarvan belde de gladiatrix haar vriend, die de stervende man in stukjes sneed en de stukken dumpte.
Kranten wisten al snel te vertellen hoe Virpi Butt tot haar gruweldaden was gekomen. De gladiatrix had in haar bodybuildingverleden anabole steroïden gebruikt. Of ze tijdens haar misdrijven ook spierversterkers nam is niet duidelijk. Wel kwam tijdens de rechtszaak aan het licht dat Butt een drank- en drugprobleem had, een persoonlijkheidsstoornis en in de ban was van een man die mogelijk nog krankzinniger was dan zijzelf.
Wat Butt had gedaan viel volgens kranten onder de noemer van 'roid rage, een extreme woedeaanval bij een anabolengebruiker, waarbij die gebruiker excessief gewelddadig wordt en het contact met de realiteit verliest. Hij wordt psychotisch of manisch.
Anabolen zouden op eenzelfde manier hebben geleid tot het familiedrama rond de worstelaar Chris Benoit, die in de zomer van 2007 zijn zoon en vrouw ombracht, bijbels bij hun lichaam plaatste en daarna zelfmoord pleegde in zijn privégym. In zijn lichaam vonden lijkschouwers onnatuurlijke hoge concentraties testosteron.
Vooral Amerikaanse kranten schrijven vaak over hoe moordenaars onder invloed van anabolen hebben gehandeld. Dat komt niet omdat Amerikaanse journalisten sensatie zoeken. Het komt vooral doordat Amerikaanse advocaten in ernstige zaken als het even kan het anabolengebruik van hun cliënten aanvoeren als verzachtende omstandigheid.
Volgens studies is er inderdaad een verband tussen geweld en anabolengebruik, al is dat beduidend minder eenduidig sterk als je op basis van de nieuwsberichten zou denken. In 2000 publiceerde de Amerikaanse psychiater Harrison Pope bijvoorbeeld een onderzoek waaruit je kunt afleiden dat van elke 25 anabolengebruikers er eentje in theorie gevoelig is voor 'roid rage.
Pope, die trouwens de bedenker is van de term Adoniscomplex' selecteerde vijftig chemische bodybuilders in sportscholen, en injecteerde ze zes weken achtereen met 600 mg testosteroncypionaat per week. Tijdens de kuur onderzocht Pope of zijn proefpersonen agressiever werden of het contact met de realiteit kwijtraakten.
Meer dan tachtig procent van de bodybuilders reageerde in psychologisch opzicht niet op de kuur. Zo'n vijftien procent werd energieker, kreeg minder zelfkritiek en meer zelfvertrouwen, maar de veranderingen bleven binnen de perken.
Vier procent van Popes proefkonijnen draaide echter door. Dat ware er dus twee. De bodybuilders werden manisch: ze sliepen niet meer, zochten ruzie en dachten dat ze onkwetsbaar waren. Pope moest hun kuur voortijdig afbreken omdat er anders vervelende dingen zouden kunnen gebeuren.
Dus of de daden van Virpi Butt en Chris Benoit nu door anabolen zijn veroorzaakt of niet, er is een kleine groep anabolengebruikers die psychisch fout op anabolen reageert. Op basis van de studies die we voor dit stuk hebben uitgevlooid kunnen we ook al iets zeggen over wie die kwetsbare anabolengebruikers nou precies zijn, en welke kenmerken ze wel of niet hebben.
Misschien heb je er iets aan. Misschien herken je er zoveel van jezelf in, dat je besluit om het rustig aan te doen als je gaat kuren. Of je besluit de anabolen te laten voor wat ze zijn. Dat kan natuurlijk ook.
1. Psychische problemen in familie geen factor
Ongeveer twintig procent van Popes bodybuilders antwoordde op die vraag bevestigend. De twee bodybuilders die in de proef bijna doordraaiden hadden echter geen familieleden met een psychiatrisch verleden. Dat gold ook voor de bodybuilders die psychisch op de testosteron reageerden, maar niet in de gevarenzone kwamen.
Pope concludeerde daaruit dat je niet aan de hand van iemands familiegeschiedenis kunt voorspellen of iemand 'roid rage kan krijgen.
2. Behoefte aan aandacht
De bodybuilders die graag zichzelf op de voorgrond plaatsten, een grillig karakter hadden en emotioneel reageerden, waren agressiever als ze testosteron hadden geïnjecteerd, ontdekten de onderzoekers. Naarmate die karaktertrekken sterker zijn, is de kans groter dat testosterongebruik agressief maakt.
Een factor daarbij is de dosis. Ook de bodybuilders die gevoelig zijn voor de psychische bijwerkingen van anabolica kunnen in principe probleemloos anabolen gebruiken, maar dan wel in een betrekkelijk lage dosis. Uit proeven van de University of Oklahoma blijkt dat gebruikers het contact met de realiteit pas beginnen te verliezen bij doses van 500 milligram testosteron per week - of hoger.
3. Dominantie
De psychologen lieten eerstejaarsstudenten een computerspelletje spelen dat hun testosteronspiegel verhoogde. Vervolgens keken de onderzoekers of de studenten daardoor ook agressiever werden. Dat hing helemaal af van hun karakter, ontdekten de psychologen.
Studenten die graag hun omgeving domineerden werden agressiever door hun stijgende testosteronspiegel. Studenten zonder behoefte om de baas te spelen werden, raar maar waar, juist minder agressief naarmate hun testosteronspiegel steeg.
4. Somberte
De onderzoekers spoten ratten in met testosteronpropionaat, en dienden sommige ratten daarna ook nog een middel toe dat de werking van serotonine in de hersenen onderdrukt. Serotonine is een neurotransmitter die een blij en opgeruimd gevoel veroorzaakt. Hoe minder serotonine er in je hersenen circuleert, hoe somberder ben je.
De onderzoekers plaatsten een vreemde mannetjesrat in de kooi van de behandelde ratten, en keken daarna hoe agressief de ratten met het nieuwe dier vochten. De injecties met testosteronpropionaat maakten de ratten agressiever dan normaal, maar de ratten die door een serotonineremmer ook nog rothumeur hadden gekregen gingen volledig door het lint.
5. Jonge leeftijd
Daarna bepaalden de onderzoekers de agressie van de dieren door een vreemd mannetje in de kooi van de anabolenhamsters plaatsten. Het bijzondere van de proef was dat de onderzoekers werkten met jonge en oudere hamsters. De jonge dieren waren, uitgedrukt in mensenjaren, tieners en vroege twintigers. De oudere dieren waren late twintigers en dertigers.
Normaliter bijten hamsters een indringer twee tot vijf keer. De oudere anabolenhamsters beten het mannetje drie keer. Ze waren nauwelijks agressiever geworden door de anabolen. De jongere dieren beter de indringer gemiddeld twintig keer.
In Zweden hebben criminologen uitgebreid onderzoek gedaan naar de rol die anabole steroïden in geweldsmisdrijven spelen, en dat onderzoek bevestigt dat vooral jonge mensen gevoelig zijn voor de psychische bijwerkingen van anabole steroïden. Volgens de Zweedse cijfers is de gemiddelde leeftijd van de gemiddelde anabolendelinquent niet ouder dan twintig.
6. Natuurlijke agressie op zichzelf geen factor
De Spanjaarden verdeelden muizen aan de hand van hun gedrag in drie groepen: een nauwelijks agressieve groep, een gematigd agressieve groep en een hoog-agressieve groep. Daarna injecteerden ze de dieren met testosteroncypionaat. Merkwaardig genoeg werden de niet-agressieve muizen minder agressief door de testosteronkuur. Hetzelfde gebeurde met de hoog-agressieve muizen.
De muizen met een normale agressie veranderden echter in opgefokte huftertjes die alles beten wat ze voor de voeten kwam. De Spanjaarden concludeerden dat iemands aangeboren agressie weinig zegt over hoe anabole steroïden zijn gedrag zullen veranderen.
7. Status
Wilde konijnen vormen, net als mensen, groepen met een duidelijke hiërarchie. De onderzoekers zetten de konijnen in hokken bij elkaar, en wachtten tot de dieren een onderlinge pikorde hadden uitgevochten. Daarna injecteerden ze alle dieren met testosteronpropionaat.
De Italianen zagen tot hun verbazing dat alleen de dieren bovenaan de pikorde agressiever werden door testosteron. Onderaan de pikorde hadden de injecties geen effect.
8. Hoofdverdachte is testosteron
9. Drugs en alcohol
Studies onder menselijke anabolengebruikers bevestigen dat. In de jaren negentig onderzocht de bodybuildingpsychiater Harrison Pope bijvoorbeeld gevangenen, omdat hij wilde nagaan hoeveel van hen door anabole steroïden achter tralies waren gekomen. Dat bleken er slechts een paar te zijn.
Op basis van zijn kleine studie concludeerde Pope dat slechts twee procent van de Amerikaanse gevangenissen wordt bevolkt door mensen die hun misdrijf onder invloed van anabolen hadden gepleegd. Meestal hadden die delinquenten vlak voor hun misdrijf ook drugs of alcohol gebruikt. Arch Gen Psychiatry. 2000 Feb;57(2):133-40; J Forensic Sci. 2003 May;48(3):646-51; Biol Psychiatry. 1999 Feb 1;45(3):254-60; Psychoneuroendocrinology. 2009 May;34(4):561-70; Brain Res. 2008 Sep 26;1232:21-9; Horm Behav. 2008 Feb;53(2):378-85; Arch Gen Psychiatry. 2006;63:1274-9; Aggr Behav 2003 29:173–89; Aggr Behav 2003 29:269–78; Horm Behav 2001 Nov;40(3):409-18; Pharmacol Biochem Behav. 2006 Mar;83(3):410-9; Steroids. 2005;70:199–204; Compr Psychiatry. 1996 Sep-Oct;37(5):322-7.
Sport & Fitness, december 2009.
|