Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 21-4-2019

Gamma Linoleic Acid | Perspectieven voor kleine marktspelers

Gamma Linoleic Acid (GLA) is één van de populairste supplementen op de markt. Dat is niet zo raar, want de de positieve gezondheidseffecten van GLA zijn goed onderbouwd. Het vetzuur is prijzig, maar nieuwe technologie gaat dat veranderen. En dat betekent kansen voor kleine en vernieuwende voedingsbedrijven.

Zoveel aandacht de media hebben voor de vetzuren uit vis, black cohosh, CLA en peptiden uit zuivel, zo weinig aandacht besteden ze aan Gamma Linolenic Acid (GLA). GLA is 'uit', lijkt het wel. Schijn bedriegt. Surveys vertellen dat GLA één van de meest populaire supplementen is.

Volgens een Britse studie onder twintigduizend volwassenen is het GLA-bevattende evening primrose oil zelfs het meest gebruikte herbal supplement. Bijna acht procent van de ondervraagden gebruikte het. De meeste gebruikers waren vrouwen, die GLA gebruikten om hormonale klachten of overgangsklachten te verzachten.

Het lichaam maakt GLA zelf aan. GLA ontstaat als het enzym delta-6-desaturase linoleic acid omzet. Het product, GLA, is weer een grondstof voor prostaglandines en leukotrienes, vetachtige stoffen die een nog niet helemaal begrepen signaalfunctie hebben.

Een populaire theorie zegt dat grote groepen in de Westerse samenleving te weinig GLA kunnen aanmaken omdat ze overmatig veel transvetten en verzadigde vetten consumeren. Die vetten houden de enzymen die in het lichaam eigenlijk GLA moeten aanmaken, of GLA zouden moeten omzetten in andere stoffen, van hun werk. Factoren als psychologische stress, cholesterol, alcohol en tekort aan B-vitamines, zink en magnesium, aldus dezelfde theorie, versterken dat effect.

Atopic dermatitis
Te weinig GLA zou leiden tot een breed spectrum aan aandoeningen, maar wetenschappers hebben zich geconcentreerd op atopic dermatitis. Op die steeds vaker voorkomende aandoening, wezen studies in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw uit, zou GLA een positief effect kunnen hebben.

Mensen met atopic dermatitis hebben bijvoorbeeld verhoudingsgewijs veel linoleic acid in hun vetlagen. Een teken, aldus de onderzoekers, dat bij deze groep de omzetting naar GLA hapert. Een andere aanwijzing is dat kinderen met atopic dermatitis minder GLA in hun bloed hebben dan gezonde kinderen. Bovendien vermindert in al wat oudere trials uit de jaren tachtig GLA de ernst van atopic dermatitis.

Jammer genoeg zijn recentere studies minder positief. Volgens een strenge en recente metastudie, heef GLA weliswaar een gunstig aantoonbaar effect op de huidaandoening, maar is dat effect klein. Op een schaal van honderd punten kan GLA de ernst van de symptomen met een kleine twee punten verlagen. Te weinig om klinisch significant te zijn, concluderen de auteurs.

De onderzoekers moeten echter toegeven dat zo streng zijn geweest dat ze 'a true small effect of GLA supplementation' niet kunnen uitsluiten. De metastudie heeft dan ook niet iedereen kunnen overtuigen.

Supplementen met GLA tegen huidaandoeningen zijn trouwens ook populair bij hondenliefhebbers. Honden met een gevoelige huid, die veel krabben, hebben baat bij het vetzuur. De paar studies naar het effect van GLA op honden komen tot de conclusie dat GLA mogelijk werkt, maar dat het effect net niet significant is. Een mogelijke oorzaak is de beperkte omvang van de studies. Er is een studie waarin zeventig procent van de honden positief op GLA reageert, maar het aantal honden is zo klein dat de auteurs het resultaat als 'niet-significant' moeten aanmerken.

Anabool voor botten
Een minder platgetreden pad is het effect van GLA op osteoporose. In spectaculaire dierstudies bleek het vetzuur de botafbrekende effecten van een kunstmatige menopause volledig teniet te doen. Vrouwelijke ratten, waarvan de onderzoekers de aanmaak van het geslachtshormoon estradiol door een operatie hadden gestopt, hadden geen last van botontkalking als hun voer was gesuppleerd met GLA.

Bovendien versterkte GLA het anabole effect van een behandeling met synthetisch hormoon op de botmassa. In een experiment waarbij vrouwen van tachtig jaar achttien maanden GLA kregen, nam de botmassa in het dijbeen met 1.3 procent toe. In de placebogroep nam die botmassa juist af.

Het opbouwen en vasthouden van botmassa is een functie van estradiol. Kennelijk verstrekt GLA de werking van het hormoon in die context. Een ongewenst effect van estradiol is dat het de kans op borstkanker verhoogt. In dat opzicht lijkt GLA de werking van estradiol juist af te remmen. In dierproeven en humane studies naar borstkanker vermindert het vetzuur de gevoeligheid van de estadiolreceptor, en verstrekt het de werking van een kankermedicijn als het anti-oestrogeen tamoxifen.

Er zijn overigens nog niet zoveel studies naar de hormonale en anti-hormonale werking van GLA. Voor wetenschappers is op dit gebied nog genoeg te doen.

Groeiverwachting
Onverzadigde vetzuren zoals GLA - dat met zijn onverzadigde bindingen op de plaatsen 6, 9 en 12 een omega-6 vetzuur is - zijn volgens Frost & Sullivan het belangrijkste onderdeel van het marktsegment van de functionele ingrediënten.

In 2004 publiceerde Frost & Sullivan het rapport The European Omega-3 and Omega-6 PUFA Market. Daarin becijfert Frost & Sullivan dat het segment voor de eerstkomende periode per jaar acht procent zal groeien. Belangrijke driver is het wetenschappelijk onderzoek, zegt analist Kathy Brownlie in een interview met een medium voor de functionele ingrediënten-industrie. 'This also allows some of the minor players on the market to get involved without big investment in R & D.'

Wat de 'minor players' daarbij goed zal uitkomen is de beschikbaarheid van industriële GLA-concentraten. Loders Croklaan levert Gammanol, Croda Crossential GLA TG40. Nieuwkomer op de Europese markt is het Chinese Sanmark Limited.

Shake up
Op korte termijn zal de markt voor GLA waarschijnlijk een flinke shake up moeten verduren door een nieuwe productietechnologie waar life science bedrijven meer experimenteren. GLA is nog steeds een verhoudingsgewijs kostbaar ingrediënt, omdat het wordt gewonnen uit delicate bronnen: de zaden van planten als Borago officinalis (Borage), Ribes nigrum (Black currant) en Oenothera biennis (Evening primrose).

De gentechnologie van het Canadese SemBioSys Genetics zou die situatie wel eens kunnen veranderen. De bio tech firm slaagde erin om een transgene safflower oil te maken die maar liefst voor 65 procent uit GLA bestaat. 'A more economical, convenient and cheaper source', aldus een woordvoerder van het project, die overigens nog geen concrete prijzen wilde noemen. Op dit moment staan de nieuwe safflowers al op velden.

Naar verwachting zal de nieuwe olie in 2008 op de markt komen.

Referenties
Int J Vitam Nutr Res. 2004 May;74(3):183-6; Eur J Clin Nutr. 1991 Oct;45(10):501-5; Wien Klin Wochenschr. 2005 Jul;117(13-14):485-91; Drugs Exp Clin Res. 1988;14(4):291-7; Br J Dermatol. 2004 Apr;150(4):728-40; Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids. 1999 Dec;61(6):381-90; Vet J. 2006 Feb 20; [Epub ahead of print]; Aging (Milano). 1998 Oct;10(5):385-94; Int J Cancer 2000 Mar 1;85(5):643-8; Int J Cancer 2001 May 1;92(3):342-7.

Voedingsmiddelen Industrie, 24 augustus 2006.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.