|
Opgepoetst | 26-7-2019 Geoliede WUR-machinerie dendert naar Brusselse subsidiepotten
Van de EU moet het groter, alsmaar groter. Om de Europese kenniseconomie op peil te houden is het niet meer voldoende om nietige onderzoekers, groepen, programma's of zelfs instituten te ondersteunen.
In het Zesde Kaderprogramma, de belangrijkste Europese subsidiepot voor wetenschappelijk onderzoek, die over een paar maanden opengaat, draait alles om samenwerkingsverbanden. Brussel wil zeventig procent van de achttien miljard euro aan deze wetenschappelijke megamachines wil geven.
"Wageningers zijn driftig consortia aan het vormen", zegt Willem Wolters van de afdeling Onderzoeksstrategie op het bestuurscentrum van Wageningen UR. "In ongeveer tien gevallen is Wageningen trekker van een consortium, maar meestal sluiten we ons aan bij anderen." Tot de consortia van de eerste categorie behoort bijvoorbeeld het Partners for European Environmental Research dat onderzoeksinstituut Alterra samen met vijf Europese onderzoeksinstituten heeft opgericht. Of het Europese samenwerkingsverband rond het Wageningse Centrum voor Humane Nutrigenomics, dat het verband tussen voeding, genetische aanleg en welvaartsziekten gaat onderzoeken.
De Wageningse animo om te participeren in de Eurocarrousel is groot. Een inventarisatie van Wageningen UR resulteerde in een lijst van 33 ideeen. Koren op de molen van de beleidsmakers van het bestuurscentrum en de kenniseenheden, die zich het vuur uit de sloffen lopen om de Wageningse belangen in Brussel te behartigen. Volgens Wolters loopt de machinerie soepel. "We waren er vroeger bij dan andere kenniscentra. De voorlichting startte hier eerder, en bij NWO zijn al voorstellen ingediend om het maken van voorstellen te ondersteunen."
Landbouw is uit
Het Centrum voor Humane Nutrigenomics [Link] van prof. Frans Kok is daardoor een van de weinige Wageningse partijen die nog uit de biotechnologievijver kunnen vissen. In dat centrum werken Wageningen Universiteit, de Wageningse onderzoeksinstituten RIKILT en ATO, de universiteit van Maastricht en RIVM al samen. Voor het Zesde Kaderprogramma is het centrum contacten aangegaan met verschillende Europese groepen.
Dr Ruben Kok van de kenniseenheid Plant blijft hopen. "Wat in het voordeel van Wageningen werkt, is dat we hebben leren denken in ketens", zegt hij. "Wageningen liep daarmee voorop. Nu zie je dat in het kaderprogramma weer terug." Kok doelt vooral op het veld Voedselkwaliteit en -veiligheid, waarin thema's als tracking & tracing en de impact van voedsel op de gezondheid domineren.
De grootste troef van Plant is het project van prof. Willem Stiekema en prof. Pierre de Wit, het centrum voor Biosystems Genomics, [Link] waarin Wageningen UR, Utrecht, Nijmegen, de UvA en bedrijven gaan samenwerken aan de ontwikkeling van nieuwe landbouwgewassen die zijn opgewassen tegen ziekten en een hogere voedingswaarde hebben.
De Wit blijft net als Ruben Kok optimistisch en ziet ook in het nieuwe programma kansen. "Maar we moeten wel veel lobbyen", zegt hij. "Tot aan Europarlementariers toe."
Ook prof. Wim Jongen, kersvers bestuurder van de kenniseenheid Dier, ziet openingen maar is voorzichtig. "Je kunt niet ontkennen dat de landbouw er qua belangstelling flink op achteruit is gegaan, maar toch biedt ook de biomedische insteek mogelijkheden. We zijn met Willem Wolters al in 2001 naar Brussel gegaan en hebben toen bijvoorbeeld gepleit voor meer aandacht voor ziekten die van dieren kunnen overgaan op mensen. Nu staan er in het programma een paar zinnetjes over prionziekten. Eigenlijk horen daar ook besmettingen als Campylobacter bij."
Behalve het themaveld van Voedselkwaliteit en -veiligheid lonkt ook dat van de Duurzame Groei naar Wageningen. Daar richt Alterra zijn meeste pijlen op, zegt Bert Harms. "Het programma besteedt aandacht aan thema's als biodiversiteit en klimaatverandering. We zijn trouwens minder gelukkig met de geringe belangstelling voor het landschap, en nog minder met de afgenomen belangstelling voor ontwikkelingssamenwerking. Dat ervaren we echt als een gemis." Brussel heeft Alterra gevraagd om trekker op dit gebied te worden.
Nanotechnologie
Biont is samengesteld uit onderzoekers van ATO, diverse leerstoelgroepen, RIKILT en het Wageningse onderzoeksinstituut IMAG. Het initiatief participeert samen met zeven andere onderzoeksinstellingen in het nationale Nanoned.
Wageningers zullen hun kansen moeten maximaliseren door een 'driesporenbeleid', zegt Willem Wolters: niet alleen inzetten op het aanvoerderschap van een paar consortia, maar ook deelnemen aan bestaande consortia, of daar desnoods zoeken naar specialistische niches. Die zouden bijvoorbeeld kunnen liggen in de vijftien procent van het budget die Brussel wil besteden aan het midden- en kleinbedrijf. Brancheverenigingen hebben zich al als vertegenwoordigers van de bedrijven opgeworpen, en zijn begonnen met de vorming van consortia.
[Commentaar van Wageningse wetenschappers]
Weekblad voor Wageningen UR, 11 april 2002.
|