|
Opgepoetst | 20-7-2019 Gentechgelatine voor gegarandeerd BSE-vrije medicijnen
In zijn promotieonderzoek vond de Wageningse moleculaire wetenschapper Eric de Bruin een technologie waardoor gemodificeerde gistcellen gegarandeerd BSE-vrije gelatine kunnen maken. De farmaceutische industrie maakt zijn capsules nu nog van gelatine uit slachtafval. In theorie, vrezen sommige wetenschappers, zou die gelatine de ziekte van Creutzfeldt-Jakob kunnen overdragen.
"We gaan er vanuit dat de ziekteverwekkers het productieproces van gelatine niet overleven. Maar zeker weten doen we het niet", zo legt De Bruin het belang van BSE-vrije gelatine uit.
De biotechnoloog verrichtte zijn onderzoek op het Wageningse onderzoeksinstituut ATO bij de onlangs tot excellent onderzoeker uitgeroepen dr Frits de Wolf. "ATO werkte met gisten die kunnen groeien op methanol", zegt De Bruin. "Die zijn erg productief." Door een nieuw stukje genetisch materiaal in het DNA van de gist Pichia pastoris te plakken, lukte het De Bruin om de gistcel puur gelatine aan te laten maken.
Die toepassing was goed voor een patent. "Omdat de productie zo hoog is, zou het de moeite lonen om eens te kijken of je deze gist ook bijzondere soorten gelatines kunt laten maken", zegt de onderzoeker.
Desondanks zal de gentechgelatine ongeveer tien keer zo duur worden als de klassieke gelatine. "Voor dure producten zoals medicijnen is dat misschien geen probleem", zegt De Bruin. "Maar voor de grootste verbruiker van gelatine, de levensmiddelenindustrie, waarschijnlijk wel."
De Bruin heeft ook geprobeerd gistcellen collageen te laten aanmaken. Collageen lijkt sprekend op gelatine, maar is sterker. Omdat collageen in het lichaam veel voorkomt, gebruiken bouwers van implantaten de stof als bekleding. Zo voorkomen ze dat het lichaam de implantaten afstoot.
Op de keper beschouwd was het een toevalstreffer, maar De Bruin slaagde erin de gist Hansenula polymorpha collageen te laten maken. Voor zover wetenschappers wisten, was dat onmogelijk. Ze dachten dat gisten het enzym misten dat onmisbaar is voor de productie van de stof. Hansenula polymorpha bleek het enzym toch te hebben. De Bruin vermoedt dat de gistsoort van zichzelf collageen aanmaakt. "Er zijn ook schimmels die dat doen."
Toch werkte de gemodificeerde Hansenula-gist niet goed. "Goed collageen smelt pas bij 37 graden", zegt De Bruin. "Collageen van de Hansenula smelt al bij 27 graden." Waarschijnlijk gaat er iets fout als de gistcel het collageen uitscheidt. Wat precies, dat weet De Bruin niet.
Eric de Bruin promoveert op 15 maart aan Wageningen Universiteit bij prof. Colja Laane, hoogleraar in de moleculaire enzymologie.
Weekblad voor Wageningen UR, 7 maart 2002.
|