|
Opgepoetst | 6-9-2020 Genetische test herkent pathogenen in oogwenk
Onderzoek naar snelle en betrouwbare testmethoden is zwaar, tijdrovend en absoluut niet 'hip'. Onderzoekers als dr. Aart van Amerongen van Food & Biobased Research (FBR) krijgen het subsidiegevers soms maar met moeite aan het verstand gepeuterd hoe belangrijk hun onderzoek is. Maar artsen in Afrikaanse plattelandsziekenhuizen en inspecteurs die waken over de volksgezondheid zullen blij zijn met de vorderingen die hij en zijn medewerkers hebben geboekt.
Het Britse Forsite Diagnostics experimenteert op dit moment in Burkina Faso en Nigeria met nieuwe tests voor malaria. Ze ontwikkeld zijn binnen het Europese MALACTRES-project door de Wageningers, in nauwe samenwerking met het Koninklijk Instituut voor de Tropen.
De testprocedure start met de vermenigvuldiging van typerende stukjes erfelijk materiaal van de Plasmodiumparasieten die zich in het menselijk bloed bevinden. Plasmodium is een eencellig organisme dat malaria veroorzaakt. De bewerking van het bloed duurt drie uur. Daarna druppelt de gebruikers een paar druppels van het materiaal op een gaatje in een stick. Na een kwartier verschijnen in een uitleesscherm gekleurde lijnen. Die vertellen welke Plasmodium-soort in de bloeddruppel heeft gezeten.
'Er zijn meerdere soorten soorten Plasmodium', zegt Van Amerongen. 'Artsen bestrijden de twee belangrijkste soorten met andere medicijnen. Maar omdat elke soort weer een andere aanpak vraagt, moeten ze weten met welke Plasmodium ze van doen hebben.'
Terwijl het veldonderzoek in Afrika nog niet is afgelopen werken Van Amerongen en zijn medewerkers met Kennisbasisgelden aan een nieuwe technologie voor snelle tests. 'We gebruiken daarbij spotjes in plaats van lijnen, waarbij elk spotje een aparte test is', vertelt hij. 'Die spotjes zijn minder dan een halve millimeter groot, zodat we er op een klein oppervlak al snel twintig kunnen plaatsen.'
Dat betekent dat de nieuwe test tien tot twintig kenmerken van een organisme in een monster kan opsporen.
Onlangs publiceerde de groep van Van Amerongen, samen met collega's van het Central Veterinary Institute, een studie in Analytical and Bioanalytical Chemistry. Daarin gebruikten ze de snelle detectietechnologie met succes op veebedrijven, en toonden de aanwezigheid van de potentieel gevaarlijke Shiga toxin-producing E. coli (STEC) aan. De test bepaalt de aanwezigheid van virulentiefactoren die een STEC gevaarlijk maken.
'Een regulier laboratorium zou twee tot vijf dagen voor zo'n analyse nodig hebben', zegt Van Amerongen. 'Onze test speelt dat klaar in twee uur.'
Van Amerongen ontwikkelde met CVI nog meer snelle tests voor ziekteverwekkers die vanuit dierlijke producten in ons voedsel terecht kunnen komen, zoals Listeria monocytogenes, Salmonella en Bacillus cereus.
Kennis On Line, datum onbekend.
|