Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 13-10-2019

ENOD40 is een sleutelgen in ontwikkeling van planten

Het gen ENOD40 doet meer dan de erwt en zijn familieleden helpen aan wortelknolletjes. Een Wageningse oio ontdekte dat ENOD40 een sleutelrol vervult in de manier waarop hormonen inwerken op de groei en ontwikkeling van planten.

"Dat ENOD40 meer doet dan planten stikstofbindende knolletjes laten aanmaken, kon je eigenlijk al op je vingers natellen", zegt ir Tom Ruttink. "Ook planten die geen wortelknolletjes hebben, bezitten het gen. En dan hebben we het nu al over zo'n dertig soorten, maar dat worden er steeds meer."

Eentje daarvan is de plant die Ruttink in zijn onderzoek gebruikte: de tabaksplant. "Het voordeel van de tabaksplant is dat je er in het lab goed mee kunt werken", legt de onderzoeker uit. "Als je tabaksplantcellen kweekt in een vloeistof, dan vormen ze lange ketens van precies een cel dik. Zo kun je eenvoudig zien hoe snel de cellen groeien, en of er nieuwe cellen in de keten bijkomen."

In de celcultures had Ruttink het gen voorzien van een genetische schakelaar die altijd aanstond. Toen hij de celdraden van de gemodificeerde cellen vergeleek met die van een niet-gemodificeerde cellen, viel op dat planthormonen anders waren gaan werken.

"Bij de niet-gemodificeerde cellen waren de toename van het aantal cellen in de keten en de groei van die cellen twee op zich zelf staande processen. Bij de gemodificeerde celcultuur, waarbij het ENOD40-gen altijd werkt, vinden die twee processen gelijkertijd plaats. Meer celdeling betekent automatisch meer celgroei."

Omdat die twee processen door verschillende plantenhormonen worden aangestuurd, houdt dat in dat het gen de activiteit van de betrokken hormonen op elkaar afstemt. "Als planten groeien, gebeurt er van alles", zegt Ruttink. "Er ontstaan nieuwe scheutjes, zijwortels, bloemetjes, weefsels groeien en verouderen. En toch zijn er maar vijf of zes hormonen die die complexiteit van processen aansturen. Vaak is het de combinatie van hormonen die het effect bepaalt. Er moeten dus regelmechanismen zijn die bepalen hoe die hormonen precies samenwerken. Een stukje daarvan heb ik boven water gekregen."

Tom Ruttink promoveert op 5 december aan Wageningen Universiteit bij prof. Ton Bisseling, hoogleraar Moleculaire biologie.

Weekblad voor Wageningen UR, 20 november 2003.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.