Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 4-9-2019

Geduchte resistentiegenen niet meer nodig voor genetische modificatie van aardappel

Onderzoekers van zetmeelconcern Avebe en Wageningen UR hebben een methode ontwikkeld om aardappels genetisch te modificeren waarbij ze niet langer resistentiegenen hoeven in te brengen. Dat schrijven ze in Nature Biotechnologie van 10 maart. De nieuwe technologie neemt een belangrijk bezwaar tegen genetisch gemodificeerde gewassen weg.

"Als je nieuwe genen inbrengt in aardappelcellen, heb je maar in ongeveer 1 op de 1000 gevallen succes", zegt coauteur van de publicatie dr Ingrid van der Meer van het Wageningse onderzoeksinstituut Plant Research International. "Bij andere planten zijn de kansen nog ongunstiger. Daar groeit soms maar 1 op de miljoen veranderde cellen uit tot een transgene plant."

Dit betekent dat de onderzoekers bij grote hoeveelheden planten na de modificatie moeten bepalen of ze het nieuwe gen wel bezitten. Daarom brengen onderzoekers behalve de genen waarin ze geinteresseerd zijn, ook resistentiegenen in. Die maken de plant opgewassen tegen een antibioticum of een bestrijdingsmiddel. Daardoor hoeven de onderzoekers hun gemodificeerde plantencellen alleen maar bloot te stellen aan het bewuste antibioticum of bestrijdingsmiddel om te achterhalen bij welke exemplaren de ingreep is geslaagd. Dat zijn de cellen die blijven leven.

Wetenschappers en maatschappelijke organisaties vrezen dat deze resistentiegenen 'weglekken' en terechtkomen in andere planten of ziektekiemen. Die zouden dan moeilijker te bestrijden zijn.

Voor de aardappel is die techniek in ieder geval niet meer nodig, zegt Van der Meer. "We hebben het slagingspercentage verbeterd. Nu lukt 1 op de honderd tot 1 op de twintig genetische ingrepen. Bij zulke percentages is het doenlijk om gewoon met een techniek als PCR te kijken of het gen in de planten zit. De resistentiegenen hebben we dan niet meer nodig."

Het opvoeren van het slagingspercentage was een proces van trial and error. De onderzoekers verbeterden hun proces bijvoorbeeld door een andere stam van de bacterie Agrobacterium [Link] te gebruiken.

De onderzoeksgroep met onderzoekers van Avebe, [Link] Wageningen Universiteit en Plant Research is er ook al in geslaagd cassave zonder resistentiegenen te modificeren.

Het werken zonder resistentiegenen is wel arbeidsintensiever en duurt langer. "Je moet er wel wat voor over hebben", aldus Van der Meer.

Weekblad voor Wageningen UR, 13 maart 2003.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.