Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 19-10-2019

Evert Schouten, de nieuwe voorzitter Veiligheidsbeoordeling Nieuwe Voedingsmiddelen

De supermarkten liggen vol nieuwe voedingsmiddelen. De verscheidenheid is zo groot dat marktverkenners rapporteren dat een groeiende groep consumenten het spoor bijster is in het woud van functional foods, gemaksvoeding en nieuwe exotische voedingsmiddelen. Vooral ouderen verliezen het overzicht. Maar ondanks de constante vernieuwingsstroom is het aantal werkelijk nieuwe voedingsmiddelen klein.

Dat zegt de Wageningse hoogleraar prof. Evert Schouten. Hij is de nieuwe voorzitter van de Veiligheidsbeoordeling Nieuwe Voedingsmiddelen.

"De meeste nieuwe voedingsmiddelen in de supermarkt zijn 'wezenlijk gelijkwaardig' aan de producten die in Europa al op de markt zijn", zegt Schouten, die is verbonden aan de sectie Humane voeding en epidemiologie van Wageningen Universiteit.

"Dat is de term die Brussel daarvoor bezigt. Met die categorie producten houden we ons niet bezig. De commissie kijkt alleen naar producten die volkomen nieuw zijn, en adviseert de overheid of ze toegelaten kunnen worden. Producenten zijn verplicht deze producten bij het ministerie van Volksgezondheid aan te melden, en via de Gezondheidsraad komen de dossiers dan bij ons. Op dit moment krijgen we een half tot een heel dozijn aanvragen per jaar binnen. Niet meer."

Schouten zit al enkele jaren in de commissie, waarover tot 1 januari 2004 de Wageningse entomoloog prof. Louis Schoonhoven de scepter zwaait. De commissie, die al sinds 1997 bestaat, heeft het nu minder druk dan in de beginjaren. "In dat jaar stelde de EU dat elk land zo'n beoordelingscommissie moest hebben, waar producenten die de Europese markt op willen hun aanvraag indienen. Nederland had als een van de eerste landen zijn zaakjes voor elkaar. Veel producenten kozen Nederland daarom uit om hier de procedure te doorlopen."

Spreads
Een product dat wat de commissie betreft niet zonder meer op de markt komt, is het voedingsingredient betaine. Het advies, dat de Gezondheidsraad een paar weken geleden openbaar maakte, hield in dat de mogelijke risico's te groot werden.

"Betaine is een aminozuur, en zit van nature in onze voeding", zegt Schouten. "De fabrikant haalt het uit suikerbieten, en wilde het in zulke hoeveelheden in voedingsmiddelen stoppen dat consumenten een veelvoud zouden binnenkrijgen van wat er nu in hun voeding zit. Daardoor zou de concentratie van het homocysteine in het lichaam moeten afnemen, en daarmee ook de kans op hart- en vaatziekten."

Dat betaine het homocysteine verlaagt staat inmiddels wel vast, maar onderzoekers hebben nog geen veilige bovengrens voor betaine vastgesteld. Bovendien hebben studies laten zien dat de stof het slechte LDL-cholesterol verhoogt, en daarmee de kans op hart- en vaatziekten juist zou kunnen verhogen.

"Wat novel foods met betaine met de ene hand zouden geven, zouden ze met de andere weer wegnemen" zegt Schouten. "Dat was de reden om voorlopig negatief te adviseren."

In het nabij verleden heeft de commissie wel positief geadviseerd over margarines en spreads met cholesterolverlagende sterolen. Schouten en zijn collega's waren kritisch over voorzetten van de industrie om die sterolen ook in andere voedingsmiddelen te stoppen. "Zeker met bioactieve stoffen moet je ervoor waken dat de inname niet te hoog wordt. We kijken daarom ook naar consumptiepatronen, zodat we kunnen uitsluiten dat er ergens groepen zijn waarbij de consumptie onverantwoord hoog oploopt."

Nonisap
Andere categorieen nieuwe voedingsmiddelen zijn die van de exotische producten - zoals het nonisap uit het Stille Zuidzeegebied, waarover de commissie nog nadenkt - en de genetisch gemodificeerde gewassen. In alle gevallen geldt dat de producent zelf met onderzoek over de brug moet komen waaruit blijkt dat het product veilig is.

De beoordeling van dat materiaal, vertelt Schouten, verloopt zo objectief mogelijk. "Alles gaat schriftelijk. De commissieleden hebben geen contact met de aanvragers. De briefwisseling wordt verzorgd door het secretariaat van de gezondheidsraad en de voorzitter. We willen objectief ons werk doen en alle schijn van belangenverstrengeling en pressie vermijden."

Geregeld vindt de commissie het ingebrachte dossier voldoende. Schouten mag geen concrete voorbeelden noemen, maar wil wel kwijt dat er geregeld 'verschil van mening' is tussen de producenten en de wetenschappers, al is slaande ruzie nooit voorgekomen.

"Alles gaat met vriendelijke brieven, hoor. Wat regelmatig speelt is dat we anders denken over het gewicht van het bewijsmateriaal dat de producenten aandragen. De aanvrager heeft bijvoorbeeld de veiligheid van een product onderzocht met een proef met muizen van een maand, terwijl wij vinden dat je dat eigenlijk met een proef van negentig dagen zou moeten doen. Of we vinden dat de aanvrager niet kan volstaan met dierproeven maar ook humane studies moet laten verrichten."

In het geval van een genetisch gemodificeerd gewas besloot de commissie datde producent zijn product chemisch moest analyseren.

"De kans bestond dat er buiten het inbrengen van nieuwe genen onbedoeld nog meer veranderd was in de plant", zegt de hoogleraar. "De stofwisseling van de plant kan zijn veranderd, waardoor die giftige stoffen is gaan aanmaken. De kans daarop was theoretisch aanwezig. Tegenwoordig vragen we de aanvragers ook of ze aan beide kanten van het ingebrachte gen duizend basenparen van het DNA in kaart willen brengen, zodat we beter kunnen zien wat er gebeurd is."

Garanderen
Het komt meer dan eens voor dat producenten zich halverwege uit de procedure terugtrekken, vertelt Schouten. "Het proces neemt nu eenmaal veel tijd in beslag, en onderzoek kost geld. Vooral voor kleinere bedrijven is dat een probleem."

Daarbij komt nog dat de EU het oordeel van de commissie opstuurt naar alle lidstaten, die daarop hun eigen veiligheidscommissies om advies kunnen vragen. Dat is de tweede beoordeling. Komen de commissies met tegenstrijdige adviezen, dan kan Brussel nog een Europees scientific committee om raad vragen. Er zijn dus maximaal drie verschillende beoordelingsrondes.

Het is een grondig systeem, vindt Schouten. "Maar honderd procent veiligheid kunnen we natuurlijk niet garanderen. Honderd procent veiligheid bestaat niet."

Weekblad voor Wageningen UR, 18 december 2003.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.