|
Opgepoetst | 26-9-2018 Eén Europese databank met genen
Binnen het Wageningse onderzoeksinstituut RIKILT werkt Theo Prins met enkele collega's aan een Europese databank die uiteindelijk alle gemodificeerde gewassen moet bevatten die op de markt zijn. De databank, die Euginius heet, wordt een hulpmiddel voor laboratoria die controleren of er in voedingsmiddelen of veevoeding in Europa illegale gentechgewassen voorkomen.
'Brussel heeft nu in totaal 31 genetisch gemodificeerde planten goedgekeurd voor consumptie door mensen en dieren', zegt Prins. 'Maar bedrijven hebben wereldwijd al beduidend meer gentechgewassen op de markt gezet dan Brussel toelaat. Europese onderzoekers die monsters bestuderen zijn nu nog voornamelijk aangewezen op databanken uit Canada en China om na te gaan met wat voor soorten gentechgewassen ze te maken hebben. Dat is natuurlijk een ongewenste situatie.'
Onderzoekers kunnen in theorie honderden planten tegenkomen die niet door Brussel zijn goedgekeurd. 'Het aantal nieuwe genen dat onderzoekers wereldwijd in gemodificeerde planten hebben gebruikt is beperkt', zegt Prins. 'Het zijn er enkele tientallen, al worden het er wel steeds meer. Maar daarnaast zijn er nog genetische schakelaars die genen aan- en uitzetten, de promotoren en terminatoren. Het aantal combinaties dat je in planten kunt tegenkomen is een veelvoud daarvan.'
In de databank staat welke genconstructen onderzoekers gebruiken, en welke planten onderzoekers met de bestaande constructen hebben gemaakt. De databank kan onderzoekers helpen bepalen wat ze hebben gevonden, maar vertelt ze ook met welke analysemethode ze de aanwezigheid van een construct kunnen bevestigen.
Prins en zijn collega's werken aan Euginius samen met onderzoekers van het Duitse Bundesamt fuer Verbraucherschutz und Lebensmittelsicherheit (BVL). 'We zouden graag zien dat alle Europese laboratoria samen de databank gaan vullen', zegt Prins. 'Als ze hun eigen documenten kunnen opladen, wordt het niet alleen de meest complete databank voor gemodificeerde planten, maar ook een medium waarmee onderzoekers elkaar op de hoogte kunnen houden.'
Kennis On Line, juli 2010.
|