Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 28-9-2019

Ecosysteem Tanameer te kwetsbaar voor Urker visnetten

Een goedbedoeld economisch experiment in het Afrikaanse Tanameer, waarin de EU en de Urker gemeenschap de vissersvloot op het meer moderniseerden, is uitgelopen op een ecologische ramp. Twee Wageningse onderzoekers ontdekten waarom. De ecologie van het meer is er nog niet aan toe. In het meer voltrekt zich een evolutionair proces dat nog niet is afgelopen.

"Vijftienduizend jaren geleden raakte het Tanameer van de buitenwereld afgesloten", vertelt ir Martin de Graaf van de leerstoelgroep Experimentele Dierkunde van Wageningen Universiteit. "Daarna begon in het meer te ontstaan wat biologen een 'soortenzwerm' noemen. Een karperachtige vis in het meer evolueerde in de loop van de duizenden jaren tot tientallen nieuwe soorten."

Er waren kennelijk weinig andere vissoorten waarmee de karpers moesten concurreren, want inmiddels hebben de nakomelingen van die ene karpersoort tientallen verschillende niches in het ecosysteem opgevuld.

Bijna al de tweeduizend karpersoorten die wereldwijd bekend zijn, eten planten. Ze scharrelen op de bodem van meren en rivieren hun kostje bij elkaar. In het Tanameer hebben een kleine tien karpers zich echter ontwikkeld tot roofvissen, die jagen op kleinere karpersoorten, terwijl andere karpers hebben geleerd om te leven van micro-organismen. Dat ze met elkaar verwant zijn heeft De Graaf met DNA-technologie kunnen aantonen.

"Je kunt zien dat de evolutie in het meer nog maar net een nieuwe weg is ingeslagen", zegt De Graaf. "Als je de roofkarpers bijvoorbeeld vergelijkt met andere roofvissen, zoals de snoek, presteren ze niet goed."

Biologen gebruiken de relatieve grootte van de prooidieren als maat voor de jagerskwaliteiten van roofvissen. Een geduchte rover als de snoek pakt vissen die half zo groot is als de snoek zelf. De roofkarpers in het Tanameer komen niet verder dan prooidieren met een kwart van hun eigen lichaamslengte.

"De vissen in het meer zijn evolutionair gezien dus nieuwkomers", zegt De Graaf. "Ze zijn nog maar net begonnen om zich aan te passen. Dat maakt ze extreem kwetsbaar."

Dat bleek toen in de jaren negentig de visstand van het meer dramatisch terugliep, enkele jaren nadat de EU en de Urker vissergemeenschap lokale vissers een dozijn motorboten met kielnetten had geschonken om de visserij op het meer te stimuleren.

De Ethiopische promovendus Eshete Dejen Dresilign werkte samen met De Graaf. Hij ontdekte dat de vissers met hun motorboten en kielnetten het vooral voorzien hadden op een karpersoort die zich in het voorjaar verzamelde bij de monding van rivieren.

"De vissen verzamelen zich om in de rivieren kuit te schieten", zegt Dresilign. "Net zoals ze de zalm doet. Door ze op dat moment weg te vangen stortte de visstand in."

Hoe teer het ecosysteem in Tana is, blijkt ook uit de cijfers. In andere Afrikaanse meren vangen vissers jaarlijks per hectare vijftig tot honderd kilo vis weg. In het Tanameer ligt de opbrengst per hectare op ongeveer drie kilo vis per hectare.

"We zeggen niet dat de moderne visserij in het Tanameer moet stoppen", zegt Dresilign, die na zijn promotie begint aan zijn nieuwe baan als visserijcoordinator van het meer. "We gaan wel proberen om de visserij intelligenter te maken."

In het meer, ontdekten hij en De Graaf, zitten nog meer karpersoorten die zich in principe uitstekend lenen voor visserij, maar die de vissers nu nog links laten liggen. "We hebben een karpersoort ontdekt, die in zulke grote hoeveelheden voorkomt dat hij interessant is voor vissers", zegt Dresilign. "Ik weet alleen nog niet hoe ze die het beste zouden kunnen vangen. Ik heb het 's nachts geprobeerd met lichten, zoals vissers dat ook op andere Afrikaanse meren doen. Maar dat was geen succes."

Na hun gezamenlijke promotie gaan De Graaf en Dresilign hun bevindingen onder de aandacht brengen van de lokale bevolking brengen. Zo proberen ze de visserij te verbeteren.

"We hebben daarvoor van de NWO [Link] geld gekregen", zegt De Graaf, die erop vertrouwt dat het project zal slagen. "Dresilign is door de Ethiopische regering benoemd tot co"rdinator en kent alle vissers, transporteurs en verwerkers persoonlijk. Tot nu toe is de combinatie van zijn kennis en status en mijn blanke arrogantie erg succesvol gebleken."

Martin de Graaf en Eshete Dejen Dresilign promoveerden op 2 september aan Wageningen Universiteit bij prof. Jan Osse, hoogleraar in de Algemene dierkunde.

Weekblad voor Wageningen UR, 11 september 2003.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.