|
Opgepoetst | 21-9-2019 De Wageningse universitaire pers | Van BeLHamel en LH-Berichten via WHB naar WUB
In de vallei brult de muis al 25 jaar
Wb-verslaggevers Martin Woestenburg en Willem Koert vertoefden wekenlang in de archieven van het Weekblad voor Wageningen UR. Nog stoffig van de oude jaargangen en de drukinkt nog op hun vingers geven ze hun indruk van 25 jaar WHB, WUB en Wb. De aanleiding? Het weekblad van Wageningen UR is een kwart eeuw oud.
Door Martin Woestenburg & Willem Koert
Wb-journalisten horen het vaak, zelfs van hun beste vrienden: de krant is lang niet meer zo kritisch als vroeger. De journalisten van uitgeverij Cereales zitten te dicht aangeschurkt tegen de machthebbers in Wageningen, en van de onafhankelijke houding die het Wagenings Universiteitsblad hooghield is weinig meer over sinds WUB Wb is geworden en de journalisten ook voor DLO schrijven.
Als journalist is het moeilijk te controleren of die gedachte nu werkelijkheid is, of dat de criticaster een nostalgische oude zeur is met een slecht oog voor de veranderende werkelijkheid. Met het 25-jarig jubileum van de uitgever van Wb, Cereales, kunnen we ongegeneerd terugkijken op de verslaggeving in de Wageningse wetenschappelijke wereld tussen 1977 en 2003. In die periode verscheen – gedurende het academische jaar - bijna wekelijks een krant, onder de namen BeLHamel, LH-Berichten, Wagenings Hogeschoolblad (WHB), Wagenings Universiteitsblad (WUB) en Wb.
BeLHamel en LH-Berichten zijn in de jaren zeventig eigenlijk twee tegenpolen. BeLHamel werd door medewerkers en studenten van de Landbouwhogeschool volgeschreven met lange ideologisch getinte opstellen over de boycot van Granny Smith appels uit Chili, een oproep tot actie voor in gevangenschap verkerende Peruaanse vakbondsmensen van de Peru Werkgroep, of tekstanalyses van studieprogramma's, maar het toppunt is de boekbespreking van de bijbel.
LH-Berichten was het door communicatiemedewerkers geschreven blad met nieuws van het universiteitsbestuur, saai en droog zoals alleen bestuurlijke informatie kan zijn.
Rammenassen
De schrijfstijl wordt, zowel ten opzichte van BeLHamel als van LH-Berichten, journalistieker. De opinie is minder persoonlijk en ideologisch ingestoken geschreven en meer afstandelijk en onderzoekend. Het nieuws is ineens niet meer ambtelijk en droog opgeschreven, maar wordt meer naar de mensen toegeschreven.
De journalisten van het WHB zitten dicht op de bestuurlijke en politieke perikelen die spelen in Wageningen. Ook in het WHB staan grote, doorwrochte artikelen over onderwijsbeleid, maar er is in 1978 ook twee pagina's ruimte om de nieuwe telefooncentrale, met de 'druktoontoestellen' waar de redactie medio 2003 nog mee zal bellen, te beschrijven.
Journalist Simon Vink gaat na zijn reportage bij de nieuw gebouwde barakken aan de Droevendaalsesteeg met rammenassen in zijn fietstas naar huis, terwijl columnist Kees de Hoog de opmerking van de nieuwe voorzitter van bestuur van de LH 'Papa' Van der Schans over het hoge IQ van Wageningen vakkundig onderuit haalt. "De hogeschool is tot op heden terecht de naam universiteit ontzegd, haar object De Boer is mede door onintelligent gemanoeuvreer bijna geheel uitgestorven", schrijft De Hoog, niet gespeend van gevoel voor de toekomst.
Het vreemde bij de veelal kritische artikelen die de WHB-journalisten schrijven, is dat de hoofdrolspelers vaak niet de afzonderlijke studenten, wetenschappers of medewerkers zijn - zeg maar: het volk - maar vooral de goed op het hoofdgebouw ingevoerde, politiek en bestuurlijk geengageerde mensen - zeg maar de bestuurders.
Is er een probleem met het onderwijsbeleid of met de studentenhuisvesting, dan interviewen de WHB-journalisten het college van bestuur, de studentenhuisvesters of de WSO. Nergens komt een eerstejaars aan het woord die hopeloos op zoek is naar een hospita, in een caravan woont of een kamer kraakt. Pijnlijk wordt dat in 1980, tijdens de laatste studentenacties in Nederland, de Lente van Wageningen, met als hoogtepunt de bezetting en ontruiming van het hoofdgebouw van de LH.
Het WHB geeft netje de tussenstand door in de onderhandelingen, maar nergens in het blad staat een interview met actievoerders of een reportage over de bezetting. Wel foto's van studenten in slaapzakken, en een eerlijk gezegd onbegrijpelijke column van journalist en medebezetter Arie de Groot.
Propaganda
De krant volgt nauwgezet de perikelen rond de oprichting van Vrouwenstudies, verslaat discussies over de stopzetting van de ontwikkeling van de DNA-technologie en bericht kritisch over de experimenten op onderzoeksinstituut Ital, waar onderzoekers malaria bestrijden door het genoom van de muskieten met radioactieve straling te veranderen.
In het begin van de jaren tachtig leidt dat idealisme tot stukken die nu de tenen doen krommen. Ronduit pijnlijk zijn bijvoorbeeld de vijf reportages die het 'nieuwe Suriname' van legerleider Desi Bouterse omhoog steken. Zonder enige kritische kanttekening laat de krant voorstanders aan het woord, die de nare berichten over moordpartijen en de handel in drugs afdoen als propaganda van de Nederlandse overheid.
Wie de Surinaamse situatie wel goed kent, zoals de journalisten van het WHB of Wageningers in Suriname, zijn enthousiast. Aldus het WHB. "Hier in Suriname zijn de dingen zo direct van belang dat je je daarvoor wilt inzetten", zegt ir Jaap de Vletter in een interview. "Voor het positieve. De militairen hebben die mogelijkheid gecreeerd."
Als in 1986 de Landbouw Hogeschool verandert in de Landbouw Universiteit, wordt het hogeschoolblad een universiteitsblad. Het Wahobla wordt WUB. Sinds 1980 heeft het WHB wel kleine veranderingen ondergaan qua opmaak, maar het journalistieke mengsel van nieuws en opinie is niet wezenlijk veranderd.
Het blad blijft net als in de begintijd het middelpunt van het politieke en bestuurlijke debat in Wageningen. Het lijkt alsof de aandacht van de journalisten van de studentenacties is verplaatst naar acties rond kraakpanden als Tien Zilverlingen en Delpad, maar dat is eerder omdat er door de krakers meer actie wordt gevoerd dan door de studenten. Het onderwijsbeleid krijgt in het WUB ook voldoende aandacht, niet in de laatste plaats door de grote hoeveelheid brievenschrijvers die hun ei kwijt willen.
De journalistieke horzel heet in de jaren tachtig Poke Lel. Onder die naam schrijft journalist Leo Klep wekelijks een column die zowel bij bestuurders, wetenschappers als studenten de haren rechtop doen staan.
Studentenvereniging Unitas is beledigd als Lel bij zijn 'respectloze' stuk over de miljoenste bezoeker van de mensa schrijft over 'vier zwembaden soep' en 'een half kinderbadje balletjes'. Voedingswetenschappers zijn woedend als Lel prof. Jo Hautvast 'plurk' noemt; Hautvast praat vervolgens jarenlang niet met journalisten van het WUB. Brievenschrijver Heinz Greijn noemt Lel een 'masochist met een Jezuscomplex', en krakers vinden Lels stukjes 'misselijke stemmingmakende berichten'.
Censuur
In dat jaar lanceert het olieconcern een advertentiecampagne in de Nederlandse universitaire pers. Hierin prijst Shell zichzelf aan als werkgever en biedt studenten, die in het buitenland hun paper willen presenteren, aan een beurs te betalen.
De redactie heeft het moeilijk met de campagne. Shell doet nog steeds zaken met het apartheidsregime, en sommige redacteuren willen dat de krant het concern boycot. Andere redacteuren en het bestuur zien dat anders en vinden dat het weigeren van de advertentie neerkomt op censuur.
Uiteindelijk beslist het WUB de advertentie toch te plaatsen. Hoofdredacteur Daan van Brakel licht de beslissing toe. "De vrijheid van meningsuiting, zo geformuleerd in de Rechten van de Mens, is ook van toepassing op advertenties, zelfs als die afkomstig zijn van Shell."
Niet alle advertenties komen terecht bij de lezers. Tot twee keer toe kaapt een groep van veertig actievoerders de oplage om de gewraakte pagina's uit de krant te scheuren. Namens de actievoerders schrijven Maurice Wessling en Jan de Jong een brief in het WUB om de actie toe te lichten.
Die was niet bedoeld om afbreuk te doen aan de journalistieke onafhankelijkheid van het WUB, maar juist om de redactie te leren wat journalistieke onafhankelijkheid was. "Echte journalistieke onafhankelijkheid onderscheidt zich door onafhankelijk te zijn van adverteerders, en daarmee dus ook de vrijheid te nemen advertenties te weigeren."
En weigeren moet, schrijft de ANC-steungroep Wageningen in het WUB. "Ieder mens heeft de verantwoordelijkheid inhoud te geven aan de solidariteit met het verzet in Zuid-Afrika."
Hoewel de meeste redacteuren het oneens waren met de advertenties - een groep freelancers schrijft zelfs een open brief aan de lezers in de krant om hun onvrede met de advertenties te uiten - is de affaire een breekpunt. Het huwelijk tussen de krant en de progressieve beweging heeft zijn langste tijd gehad.
Lange arm
En inderdaad. De universiteitskrant gaat steeds meer aandacht besteden aan het toenaderingsproces van de DLO-instituten en de universiteit, aan de contacten met het bedrijfsleven terwijl de invloed van de linkse beweging taant. Wat voor consequenties dat gaat hebben voor de onafhankelijke pers, wordt pijnlijk duidelijk tijdens de ATO-affaire van 1997. In dat jaar stapt directeur dr Albert Eenink op als directeur van het ATO.
Eenink geeft een afscheidsinterview aan het WUB, dat ook nog rondbelt binnen het ATO en de universiteit. Over Eenink en het ATO niks dan lof in het stuk. De geinterviewden maken slechts een kanttekening: ATO investeert te weinig in fundamenteel strategisch onderzoek.
Die constatering zorgt ervoor dat Eenink een woedende brief schrijft naar het WUB. "Zonder ons medeweten en zonder onze toestemming hebt u aan het beoogde artikel een aantal passages toegevoegd die afkomstig zijn van LUW-medewerkers."
Ook medewerkers van ATO hadden zich in dezelfde trant uitgelaten. Hun quotes waren verwijderd, nadat ze daar om hadden gevraagd. Ze vreesden hun baan te verliezen als het stuk verschijnt.
De gemoederen lopen zo hoog op dat Eenink het College van Bestuur inlicht en dreigt de samenwerking met Wageningse vakgroepen stop te zetten. Het WUB plaatst uiteindelijk een gecensureerd stuk dat de naar Numico vertrekkende manager omhoogsteekt.
Hoofdredacteur Simon Vink schrijft in een hoekje rechtsonder hoe het stuk tot stand is gekomen. "De lange arm van ATO-directeur Eenink blijkt te reiken tot over de muren van zijn instituut. Het lukt de directeur een openlijke discussie te onderdrukken. Duidelijk is dat de cultuurverschillen tussen universiteit en DLO groot zijn."
Weekblad voor Wageningen UR, 22 mei 2003.
|