Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 24-2-2020

De terugkeer van Daan Kromhout

Daan Kromhout is terug in Wageningen. Na zeventien jaar afwezigheid verruilt hij RIVM voor het pluche van een leerstoel aan de afdeling Humane Voeding van Wageningen Universiteit. Kromhout begint zijn hoogleraarschap met een groot onderzoeksproject, dat voor eens en altijd moet vertellen of visvetzuren ons werkelijk kunnen behoeden voor hartaanvallen en beroertes.

Hij kost wat meer, maar hee - goedkoop is duurkoop. Zeven miljoen euro gaat de Alpha Omega Trial kosten. Welbesteed geld, vindt prof. Daan Kromhout. 'Nog nooit eerder zijn de gezondheidseffecten van voedingsstoffen onderzocht op een manier die voldoet aan alle criteria die gelden in de farmacie.'

Vijfduizend patienten, die allemaal een infarct hebben overleefd, zullen drie jaar lang een margarine gebruiken die is gemaakt door levensmiddelentechnologen van Unilever.

Wageningse onderzoekers zullen nagaan of de margarine hen beschermt tegen een tweede hartaanval of beroerte. Wie dagelijks vier boterhammen met de margarine besmeert, krijgt vierhonderd milligram van de omega-3-vetzuren EPA en DHA binnen. Dat is ongeveer de hoeveelheid waarvan wetenschappers bijna zeker weten dat die de kans op hart- en vaatziekten vermindert.

Dubbelblind
'De margarine is een hoogstandje', zegt Kromhout. 'Je proeft niet dat er visvetzuren inzitten. Qua smaak onderscheidt de margarine zich niet van andere margarines.'

Een andere onderzoeksgroep krijgt margarine met een omega-3-vetzuur van plantaardige origine: alpha-linoleenzuur, een bestanddeel van sojaolie, canolaolie en lijnzaadolie. 'Alpha-linoleenzuur beschermt misschien tegen hart- en vaatziekten', zegt Kromhout. 'Maar het lichaam zet het ook in geringe mate om in het visvetzuur EPA.'

Een derde groep patienten krijgt zowel omega-3-vetzuren uit vis als uit planten.

Een vierde groep, de controlegroep, krijgt tenslotte een margarine waarin geen spoor van welk omega-3-vetzuur dan ook is te bekennen. Omdat al die margarines hetzelfde smaken, weten de proefpersonen niet wat ze eten. De controlegroep is een volwaardige placebogroep.

Het onderzoek is wat methodologen een dubbelblind onderzoek noemen. Zowel de patienten als de onderzoekers weten niet wie welke margarine gebruikt. Dat is in voedingsonderzoek nog nooit eerder voorgekomen, en dat maakt de trial zo bijzonder.

Dat is misschien de reden waarom het Kromhout is gelukt om tot in de VS sponsors voor het onderzoek te vinden. De Amerikaanse National Institutes of Health betalen twee miljoen dollar. Het onderzoek is overigens een initiatief van de Nederlandse Hartstichting, die voor de studie 2,3 miljoen euro ter beschikking heeft gesteld. Aanvullende financiering komt van Unilever en onderzoeksschool VLAG.

De Alpha Omega Trial is voor Kromhout een logisch vervolg op zijn publicatie in de New England Journal of Medicine in 1985. Dat artikel is ondertussen zo'n duizend keer geciteerd. Kromhout toonde in die studie aan dat het een of twee keer per week eten van vette vis al voldoende is om de kans op een hartinfarct te halveren. Nu is dat common knowledge, maar toen veroorzaakte het onderzoek commotie. De studie zette de bestaande opvattingen over het verband tussen meervoudig onverzadigde vetzuren en hart- en vaatziekten op losse schroeven.

Inuit
Sinds de jaren zeventig dachten onderzoekers dat grote hoeveelheden visvetzuren goed waren voor het hart. Deense onderzoekers hadden aangetoond dat de Inuit - voorheen bekend als Eskimo's - minder vaak hartinfarcten kregen dan Denen, hoewel de Inuit evenveel vet aten als de Denen.

De Denen consumeerden vooral vetten uit zuivel, zoals volle melk en boter en vlees, terwijl de vetten van de Inuit overwegend uit vis en walvisblubber kwamen.

Meervoudig onverzadigde plantaardige vetzuren, zoals je die vindt in zonnebloemolie of maisolie, aten de Inuit nauwelijks. Onderzoekers noemen die vetzuren 'omega-6-vetzuren', waarvan linolzuur de belangrijkste is. Als gevolg van de extreme inname van omega-3-vetzuren stolde het bloed van de Inuit bijna niet.

'Daarom leefden Inuit niet langer dan Denen, ook al kregen ze minder vaak hartinfarcten', zegt Kromhout. 'Een klein wondje betekende vaak letterlijk hun dood. Een voor ons onschuldige snijwond zorgde ervoor dat ze doodbloedden.'

Het lichaam maakt van linolzuur onder meer thromboxaan, een hormoonachtige stof die bloedplaatjes laat klonteren. Bloedstolling is de eerste fase van de genezing van wonden. Een hoge inname van visvetzuren blokkeert echter de vorming van thromboxaan.

Daardoor zijn Inuit zo kwetsbaar voor bloedingen, en daardoor krijgen Inuit weinig hartinfarcten. Het ene is de prijs die je voor het andere moet betalen, dachten onderzoekers.

Dat laatste klopte niet, bleek uit Kromhouts publicatie uit 1985. Ook als je slechts een of twee keer per week vis eet, treden de beschermende effecten op. Analyse van bloedmonsters leerde bovendien dat daarbij de aanmaak van thromboxaan niet verminderde.

Nu, twintig jaar later, weet iedereen hoe belangrijk visvetzuren zijn. Maar hoe ze precies werken, dat is nog steeds een raadsel.

'We vermoeden dat visvetzuren worden opgenomen door celmembranen van hartcellen', zegt Kromhout. 'Dat zou de geleiding van elektrische prikkels kunnen verbeteren. Een andere mogelijkheid is dat visvetzuren in het bloed de concentratie van ongezonde Intermediate Density Lipoproteinen (IDL) verminderen. Die vervoeren verhoudingsgewijs veel triglyceriden. Maar misschien is er ook een mechanisme in het spel dat we nog niet kennen.'

Gezondheidsraad
Drie dagen per week is de voormalige directeur van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Wageningen. De overige twee dagen zal Kromhout doorbrengen in Den Haag, waar hij vice-voorzitter van de Gezondheidsraad is.

'Dat is een prestigieuze functie', zegt Kromhout. 'Maar niet verenigbaar met een directeursfunctie bij het RIVM. Dat is een van de redenen waarom ik ben teruggekeerd naar Wageningen.' Kromhout is in de jaren zeventig in Wageningen opgeleid en gepromoveerd.

Op zijn Haagse agenda prijken interessante zaken, vertelt hij. Er komt een herziening van de uit 1986 daterende richtlijnen voor gezonde voeding. In het voorjaar van 2006 verschijnen er rapporten over allergieen en astma, en op dit moment onderzoeken TNO en RIVM op advies van de Gezondheidsraad de voeding van kinderen.

En dan is er nog zoiets als overgewicht en ongezonde voeding, dat als een rode draad door allerlei nota's, rapporten, initiatieven en programma's loopt. 'We hebben de neiging om dat probleem te versimpelen', zegt Kromhout. 'We zijn te dik en maken onszelf wijs dat als we ervoor zorgen dat alles goed komt, we minder gaan eten en weer slank worden. En dat is onzin.'

Uit recente studies blijkt bijvoorbeeld dat er niet alleen veel mensen zijn die teveel eten, maar misschien nog meer mensen die slecht eten. De kwaliteit van de voeding is een groter probleem dan de kwantiteit.

Verder blijkt uit onderzoeken dat lichaamsbeweging mogelijk belangrijker voor de gezondheid is dan het lichaamsgewicht. Het eenzijdig werken aan een vermindering van de inname van calorieen en het vergeten van het nijpender probleem van de bewegingsarmoede, vreest Kromhout, zal er alleen maar voor zorgen dat we straks niet meer zitten met duizenden dikke ongezonde mensen, maar met duizenden slanke ongezonde mensen.

'Historisch gezien is dit een volkomen nieuwe problematiek', zegt de hoogleraar. 'Tot na de Tweede Wereldoorlog was gezondheid gekoppeld aan welvaart, en ongezond zijn aan armoede. Sociale achterstand ging gepaard met een gebrekkige voeding en ongezonde leefomstandigheden.'

Toevoeging van vitamines en mineralen aan voedingsmiddelen, bouwvoorschriften of het aanleggen van rioleringen zorgden voor een aanzienlijke verbetering van de gezondheid.

De nieuwe gezondheidsproblemen laten zich echter niet meer op die manier bestrijden. Hoe dan wel, dat zal de komende jaren duidelijk worden. Kromhout zal zich binnen de Gezondheidsraad geen moment vervelen, dat weet hij zeker. 'Dit zijn interessante tijden.'

Weekblad voor Wageningen UR, 1 december 2005.





Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.