Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 25-9-2019

Bietenpulp maakt varkens lui, vezels uit soja en kokos niet

Varkens halen meer energie uit de vezels van kokos en soja dan wetenschappers denken. Dat blijkt uit het proefschrift van de Wageningse aio ir Martin Rijnen. Wat de vezels precies in het lichaam doen, blijft echter een raadsel. "Dit onderzoek heeft een paar vragen beantwoord, maar er net zoveel opgeroepen", verzucht begeleider dr Johan Schrama.

De laatste twintig jaar zijn voederfabrikanten steeds meer restproducten van de voedingsindustrie gaan gebruiken, die veel onverteerbare vezels bevatten. Dieren als varkens kunnen daar toch van groeien, omdat micro-organismen in hun darmen de vezels afbreken.

Het grote nadeel van vezelrijke voeding is echter dat het dertig procent minder energie oplevert dan verteerbare koolhydraten als zetmeel. Daarom levert honderdveertig gram vezels ongeveer evenveel energie als honderd gram zetmeel.

Tenminste, dat was de theorie. Uit onderzoek in de jaren negentig bleek echter dat de vezels in bietenpulp net zo'n efficiente voedingsbron waren als zetmeel. Dat kwam vooral omdat varkens minder bewegen als ze bietenpulp krijgen, en de calorieen die ze zo besparen gebruiken voor hun groei.

In zijn promotieonderzoek probeerde Martin Rijnen te achterhalen of dat ook bij andere vezelproducten, zoals vezels uit kokos en soja, het geval was.

En, tegen de verwachtingen in, bleken de andere vezelbronnen beduidend minder goede energiebronnen dan bietenpulpvezels. Die leverden twintig procent minder energie dan zetmeel. Dat kwam onder meer omdat varkens op een dieet met veel kokos- en sojavezels niet zoveel energie uitspaarden door minder te bewegen.

Waarom verschillende vezelsoorten zo'n uiteenlopend effect op dieren hebben is vooralsnog onduidelijk, zegt Schrama. "Soja- en kokosvezels bestaan vooral uit cellulose en hemi-cellulose", zegt hij. "Bietenpulp bevat vooral pectines en die worden in de darm sneller omgezet. Misschien heeft dat er iets mee te maken."

Martin Rijnen promoveerde op 23 juni aan Wageningen Universiteit bij prof. Martin Verstegen, hoogleraar diervoeding.

Weekblad voor Wageningen UR, 26 juni 2003.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.