Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 7-9-2019

Bedrijfscafe maakt ondernemers 'minder eenzaam tussen de wetenschappers'

"Er hadden 75 mensen zullen komen", zegt mr Margriet Kleter terwijl ze kijkt naar de tafel waar de badges op liggen. "Daarvan zijn er nog negen niet komen opdagen." De drijvende kracht achter het eerste Wageningse business cafe is tevreden. Op de namiddag van 20 maart ziet het kleine dranklokaal naast de Junushoff zwart van de mensen. Honderddertig potentiele ondernemers, Wageningse kopstukken en vergadertijgers hebben hun opwachting gemaakt.

Sponsor van het cafe was hijzelf, meldt directeur van Kenniseenheid Dier van Wageningen UR prof Wim Jongen nonchalant. Zijn motivatie: "Ik vind het belangrijk dat Wageningen zich ontwikkelt tot een marktgerichte organisatie. Dit cafe is bedoeld als trefpunt voor ondernemers. Ik hoop dat dit ertoe bijdraagt dat ondernemers inspiratie kunnen opdoen en zich minder eenzaam zullen voelen tussen al die wetenschappers."

De komende maanden zijn er vijf bijeenkomsten gepland, elk op de derde donderdag van de maand en in het Junuscafe. Afgaande op het groeiende aantal ondernemers in de bestanden van Margriet Kleter, zal ook dan waarschijnlijk de opkomst aanzienlijk zijn.

"Acht ondernemers werken nu aan concrete bedrijfsplannen", zegt Kleter. "We hebben daarnaast, in twee afzonderlijke sessies met onderzoekers van Groene Ruime en Plant, in totaal achttien cases besproken. Daarbij zijn goede ideeen naar voren gekomen. Tenslotte zijn we bezig met een groep van dertig studenten, waarvan er in ieder geval eentje gevorderde plannen heeft."

Ir Kees van Ast is in zijn nopjes met de Wageningse interesse in het ondernemerschap. "We hebben in het verleden te weinig aan kennisexploitatie gedaan", zegt de vice voorzitter van Wageningen UR. "Maar nu zijn we ervan overtuigd dat Wageningen UR niet alleen voor goed onderwijs en onderzoek moet zorgen, maar dat we de kennis die we genereren ook tot waarde moeten brengen in bedrijven. Nee, niet alleen om de resultaten daarvan weer in onze eigen organisatie te stoppen, maar ook omdat dat onze maatschappelijke taak is. Het gaat niet alleen om de centen."

Startende ondernemers krijgen niets cadeau, vindt Pol van den Bergen, de belangrijkste spreker van de middag. Van den Bergen is directeur van Dreamstart, een initiatief van Economische Zaken dat 'technostarters' op weg moet helpen. "Er is oorlog, de beurzen liggen plat, de consumenten hebben er geen zin in en de bereidheid van geldschieters om te investeren in nieuwe bedrijven is gering", somt hij op. "Ik ben blij dat er toch nog zoveel ondernemende mensen zijn komen opdagen."

De cijfers geven aan waar Van den Bergen zijn opgewekte pessimisme op baseert. In een doorsnee jaar, waarin geen sprake is van economische neergang, gaan er zo'n vijftigduizend bedrijven van start. Daar zitten dan minder dan 1500 kennisintensieve bedrijven bij. Een jaar later zijn er van die 1500 bedrijven nog ongeveer 175 over. Weer twee jaar later zijn dat er nog 75.

"Voor een kennisland al Nederland is dat natuurlijk niet goed", zegt Van den Bergen. "We zeggen graag dat we een kennisland zijn en dat onze economie is gebaseerd op Research & Development. Maar dat blijkt niet uit de cijfers."

Dat moet veranderen, vindt Van den Bergen. "Veertig procent van de nieuwe kennisbedrijven komt voort uit de universiteiten en instituten. De rest komt voort uit bestaande bedrijven. Ik vind dat universiteiten de maatschappelijke plicht hebben meer bedrijven te laten ontstaan. Die veertig procent moet eigenlijk uitgroeien tot zestig procent."

Hulp uit de instellingen en van de overheid is daarvoor onontbeerlijk, vindt Van den Bergen, en dat geldt dubbel en dwars voor de life sciences en de pharma. "Investeerders hebben moeite om in te schatten welke initiatieven perspectief hebben en welke niet, en zijn daarom terughoudend. Zeker als het slecht gaat met de economie."

Het onderwijsministerie OCW en het ministerie van EZ zouden daarbij kunnen helpen door gerichter in de wetenschap te investeren, vindt Van den Bergen. "De gelden van onze overheid gaan een beetje hiernaartoe, een beetje daarnaartoe. Maar daar schiet je natuurlijk niet veel mee op. Je doet geen onderzoek voor de grap. Je wilt er wat mee. Gelukkig begint die gedachte ook op de ministeries door te dringen."

Een andere factor die de offspin en outspin van bedrijven remt is de starre academische cultuur, heeft Van den Bergen gemerkt. "Universiteiten zijn veelkoppige dieren. Ik heb vaak gesproken met Colleges van Bestuur, terwijl ik daarna moest ontdekken dat ik nog niks had bereikt. Binnen de universiteit bevonden zich nog allerlei kleine koninkrijkjes, met wetenschappers aan het hoofd die zich bedreigd voelden door afsplitsende bedrijfjes."

In Wageningen is dat anders, hoopt Van den Bergen. "Ik heb van de website van Wageningen UR het organogram uitgeprint om een beeld te krijgen van jullie organisatie", zegt hij. "Niet meer accuraat, hoorde ik. Het schema was al twee maanden oud. In zo'n dynamische omgeving moeten toch veel ondernemers rondlopen."

Weekblad voor Wageningen UR, 27 maart 2003.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.