|
Opgepoetst | 16-2-2019 Aspergillusschimmel heeft seks met niet-soortgenoten
De schimmel Aspergillis niger, een geliefd werkpaard van de ingredientenindustrie, heeft frequent seks met schimmels van een andere soort. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Anne van Diepeningen. Van Diepeningen promoveert op 21 mei op een onderzoek, waaruit blijkt dat Aspergillus niger makkelijker genetisch materiaal uitwisselt met schimmels zoals Aspergillus nidulans en Fusarium poaea, dan met schimmels van de eigen soort.
Aspergillus niger is een algemeen voorkomende bodemschimmel die zich voortplant via klonen. Normaal komt bij aseksuele schimmels regelmatig nieuw genetisch materiaal binnen via paraseksualiteit: twee schimmelcellen fuseren tijdelijk en wisselen onderling genetisch materiaal uit. Bij Aspergillus niger kan dat echter moeilijk. De immuunsystemen van de cellen herkennen elkaars materiaal als vreemd, waardoor slechts in 1 procent van de pogingen de samensmelting slaagt. Alle andere keren duurt de vereniging te kort om genetisch materiaal uit te wisselen.
Van Diepeningen ontdekte echter dat Aspergillus niger toch meer nieuw genetisch materiaal toegediend moet krijgen dan met deze seksuele handicap is te verwachten. Hier kwam ze achter door Aspergilli-stammen te screenen op de aanwezigheid van zogeheten dsRNA-schimmelvirussen. Tien procent bleek geinfecteerd. Dat was opmerkelijk, want besmette aspergilli groeien minder snel, produceren minder sporen en moeten het in de strijd om overleving tegen hun onbesmette soortgenoten afleggen. Te verwachten is dan dat het virus snel verdwijnt in een populatie schimmels met zo weinig genetische uitwisseling als Aspergillus niger.
Van Diepeningen berekende dat het evolutionair onmogelijk was dat toch nog tien procent van de schimmels geinfecteerd is. Alleen als Aspergillus niger regelmatig op een andere manier genetisch materiaal uitwisselt, kan deze situatie worden verklaard. "En dat klopte dus", vertelt de promovendus. "Aspergillus niger wisselt genetisch materiaal uit met andere schimmelsoorten."
Pas sinds 1996 onderzoeken wetenchappers in hoeverre schimmels genetisch materiaal uitwisselen met niet-soortgenoten. "Voor die tijd richtte alle aandacht zich op horizontale DNA-uitwisseling bij bacterien", vertelt Van Diepeningen. "Dat nu ook de horizontale uitwisseling tussen schimmels wordt onderzocht, heeft te maken met de toegenomen belangstelling van de industrie voor schimmels."
Aspergillus niger wordt van oudsher gebruikt in de levensmiddelenindustrie. De bodemschimmel produceert citroenzuur, een bestanddeel van frisdranken en een grondstof voor de bereiding van sojasaus. Het is niet ondenkbaar dat de industrie deze veelgebruikte schimmel in de nabije toekomst genetisch zal modificeren. Dan is het ongewenst als de nieuwe genen zich verspreiden over de in de natuur levende Aspergillusschimmels.
Het onderzoek van Van Diepeningen is erop gericht gefundeerde uitspraken te doen over de kans op verspreiding van de gentechgenen. De promovendus zelf waagt zich echter liever niet aan uitspraken over eventuele gevaren die aan modificatie van Aspergilli zouden kleven. "Ik kan daar alleen over zeggen wat al in mijn proefschrift staat", besluit de promovenda.
Weekblad voor Wageningen UR, 20 mei 1999.
|