|
Opgepoetst | 22-1-2025 Afslanken geeft dikke man meer testosteron
De gemiddelde man maakt steeds minder testosteron aan. Dat zou wel eens kunnen komen omdat diezelfde gemiddelde man een stuk dikker is dan pakweg dertig jaar geleden. Dikke mannen produceren nu eenmaal minder testosteron dan slanke mannen. Wat je aan die dalende testosteronspiegel kunt doen? Dat ligt voor de hand...
Mannen van nu zijn minder mans dan hun vaders, schreef het zakentijdschrift Forbes een paar jaar geleden. In het bloed van de mannen die nu rondlopen circuleert fors minder testosteron dan in het bloed van de vorige generatie, vertelde het tijdschrift. Geen wonder dat steeds meer mannen testosteronproducten zijn gaan gebruiken.
Het web staat vol met dit soort berichten. Ze verschijnen met zekere regelmaat. En bij elk onderzoek dat aantoont dat de concentratie testosteron in het bloed van mannen weer een beetje is afgenomen, komen er weer een bende bij.
Die aandacht voor testosteron is niet verwonderlijk. Endocrinologen hebben ondertussen een stuk of honderd hormonen ontdekt, maar geen daarvan spreekt zo tot de verbeelding als testosteron. In onze cultuur is testosteron het 'het hormoon dat van mannen mannen maakt'. Testosteron is het hormoon waardoor de gemiddelde man meer en grotere spieren heeft dan de gemiddelde vrouw. Als je mannenbladen, gezondheidssites en allerhande influencers mag geloven, hebben high-T-mannen, met relatief veel testosteron in hun bloed, meer spieren en kracht dan low-T-mannen. En als je beseft dat testosteron als klap op de vuurpijl ook nog eens het hormoon is van agressie, libido en daadkracht, dan weet je hoe sterk de symboliek van testosteron is.
In hoeverre de mythische reputatie van testosteron spoort met de feiten, laten we maar even in het midden. Maar het zal duidelijk zijn dat de ontdekking dat er steeds minder testosteron aanwezig is in het bloed van mannen veel indruk heeft gemaakt. Zeker als die afname niet voor de poes is.
Steeds minder testosteron
Dat ligt voor de hand. Als mannen de dertig zijn gepasseerd, begint hun testosteronspiegel te dalen.
Maar Travison zag nog meer. In zijn onderzoek had een gemiddelde Amerikaanse man van 60 jaar in de jaren tachtig bijvoorbeeld een testosteronspiegel van 17,5 nanomol/L. In 2004 had een doorsnee-man van 60 nog maar een testosteronspiegel van 15,1 nanomol.
Om je een indruk te geven wat die cijfers betekenen, volgens de ene endocrinoloog is een testosteronspiegel van 12 nanomol nog normaal terwijl een andere zich pas bij een testosteronspiegel van 10 zorgen gaat maken. Meestal komen mannen pas in aanmerking voor testosterontherapie als hun testosteronspiegel beneden de 8 is gezakt.
Ook de gemiddelde man van 60 in 2004 had in de Travisonstudie dus nog steeds een normale testosteronspiegel. Maar dat maakte de door Travison gevonden trend niet minder zorgwekkend. Zeker als hij zich zou doorzetten.
En de daling van de testosteronspiegel zette zich door, bleek uit een onderzoek van de Amerikaanse uroloog Soum Lokeshwar. Lokeshwar vergeleek de hoeveelheid testosteron in bloed van een groep betrekkelijk jonge mannen die tussen 1999 en 2016 telkens 19-35 jaar waren. Lokeshwar vond dezelfde dalende trend als Travison. In 1999 was de gemiddelde testosteronspiegel bij de jonge mannen nog 21 nanomol/L, maar in 2016 was die gedaald tot 14 nanomol/L. Dat is dus minder dan Travison in 2004 bij mannen van 60 vond.
Een gewichtige zaak
In de jaren zeventig was nog ongeveer tien procent van de Amerikaanse volwassen mannen obees, maar in 2021 was dat opgelopen tot een slordige veertig procent. In Nederland is de situatie gelukkig minder dramatisch dan in de Verenigde Staten, maar in grote lijnen bewegen we ons dezelfde kant op.
Hoewel niemand nog twijfelt aan het verband tussen een lage testosteronspiegel en obesitas, verschillen de wetenschappers nog wel van mening over hoe dat verband nu precies in elkaar steekt.
Volgens de meest populaire theorie moet je de oorzaak zoeken in de omzetting van testosteron in estradiol door vetweefsel. In vetweefsel zitten enzymen die testosteron omzetten in estradiol. Bij een gezonde lichaamssamenstelling levert die omzetting geen problemen op, maar als de vetmassa te groot wordt, zuigen de vetlagen zoveel testosteron uit het bloed dat de hoeveelheid mannelijk hormoon keldert.
In de meeste studies, uitgevoerd bij mannen die niet met gewichten trainen en niet over ongewoon veel spiermassa beschikken, begint de testosteronspiegel al voorzichtig te dalen als de BMI boven de 25 komt. Als de BMI de 30 nadert of overschrijdt, is die daling behoorlijk.
Slanker maakt mannelijker
Dat betekent dat ze in aanmerking zouden kunnen komen voor testosterontherapie. Toen de mannen 10 kilo waren verloren, was hun gemiddelde testosteronspiegel echter toegenomen tot ruim 10 nanomol. Dat was nog steeds niet optimaal, maar niet meer in de rode zone.
Het positieve effect van afslanken op de testosteronspiegel is inmiddels bevestigd in een Australische meta-analyse, waarin de onderzoekers de uitkomsten van meerdere trials samenvoegden en nogmaals analyseerden. Niet alle trials die de Australiers onder ogen kregen, hadden trouwens betrekking op dikke mannen. Ze vonden ook studies waarin mannen met een gezond en normaal vetpercentage hadden moeten afslanken. Zoals je zou verwachten, verhoogde afslanken in die groep de testosteronspiegel niet.
Te streng?
Dat kun je bijvoorbeeld opmaken uit een al wat ouder Amerikaans onderzoek waarin dikke mannen bijna twintig kilo afvielen met een gruwelijk zwaar dieet. De proefpersonen consumeerden dagelijks slechts 320 calorieen per dag. (Don't try this at home, waarschuwen we met klem. Zo'n aanpak kost je onnodig veel spiermassa.)
In dat onderzoek steeg de testosteronspiegel van de mannen weliswaar tot een respectabele hoogte, maar het extreme dieet reduceerde ook de hoeveelheid vrij testosteron. Dat betekent dat de mannen helemaal niets aan al dat extra testosteron hadden.
Dat moeten we misschien uitleggen. Slechts een klein deel van het testosteron in het bloed is actief. Het overgrote deel zit vast aan transporteiwitten waardoor het hormoon weinig tot niets meer kan doen. Een streng dieet verhoogt bij dikke mannen weliswaar de totale hoeveelheid testosteron, maar verhoogt ook de aanmaak van de transporteiwitten die testosteron uitschakelen. Vaak neemt de aanmaak van transporteiwitten minder toe dan die van testosteron, waardoor de hoeveelheid actief testosteron uiteindelijk toeneemt. Als het dieet te streng is, gaat die vlieger echter niet meer op.
Gelukkig is dat effect op actief testosteron tijdelijk. Als mannen na een streng maar geslaagd afslankdieet hun calorie-inname normaliseren, stijgt ook het actieve en ongebonden testosteron in hun bloed. Als ze kunnen voorkomen dat hun vetreserves terugkeren, zullen ze daar tot in lengte van jaren profiteren.
Gewoon gezond Al met al is afslanken geen hormonaal wondermiddel. Inderdaad, als je te dik bent, zal je testosteronniveau stijgen als je overtollig vet verliest. Het effect is echter niet groter dan enkele nanomollen per liter. Als je een lage testosteronspiegel hebt, zal die stijging van enkele tientallen procenten je niet veranderen in een high-T-man.
Maar aan de andere kant kunnen dikke mannen met een lage testosteronspiegel door af te slanken hun hormoonhuishouding vaak wel weer gewoon gezond maken. En in deze tijden is 'gewoon gezond' best wel bijzonder.
Eigen Kracht, 26 januari 2024.
|