Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 2-8-2018

Wieleramateurs in veel gevallen ernstig overtraind

Een groot deel van de bijna negenduizend wieleramateurs in Nederland is ernstig overtraind. Dat blijkt uit 'Gezondheid, eer en prestige', een verkennend onderzoek van de sportkoepel NOCNSF naar de gezondheid, het gebruik van supplementen en doping onder amateurrenners. Het is verricht door de antropoloog Guus Huizing.

Huizing kwam zelfs een geval op het spoor van een overbelaste amateur bij wie na hartritmestoornissen een pacemaker moest worden aangebracht. Een derde van de renners waar Huizing mee sprak, had te maken met fysieke en mentale uitputting. 'Wielrennen is een fysiek zware sport', zegt Huizing, 'in de voorbereiding trainen renners soms vijfentwintig uur per week. Daarnaast maken ze gemiddeld zeventig, en soms zelfs honderd, koersdagen per jaar.'

Renners bezwijken onder de trainingen als hun begeleiders langs elkaar heen werken. Om dat te voorkomen heeft de wielerbond aan het begin van het seizoen een platform in het leven geroepen waar alle partijen het jaarprogramma (trainingskampen en wedstrijden) vaststellen. In de praktijk werkt dat systeem niet altijd.

Door meningsverschillen en ruzies trekken de bondcoach en de persoonlijke trainers zich niets van elkaar aan. Renners die door overtraining slechter gaan presteren, worden vervolgens door hun coach onder druk gezet. 'Een coach zegt dan: als je niet rijdt, lig je eruit', aldus Huizing. Met alle gevolgen van dien. Er zijn coaches, die de reputatie hebben rucksichtslos met de gezondheid van hun renners om te gaan. Omdat de druk om te presteren hoog is, zoeken renners naar middelen die de gezondheid en het herstelvermogen moeten verbeteren.

Alle renners in het rapport gebruiken voedingssupplementen. Daar geven ze jaarlijks enkele honderden guldens aan uit tot maximaal vierduizend. Dopinggebruik komt onder de amateurs niet zo vaak voor, als je het rapport mag geloven. Slechts een van de renners met wie Huizing sprak, gaf toe verboden middelen te gebruiken. Het ging om het hormoon ACTH.

De helft van de ondervraagde amateurs zei nooit verboden middelen te zullen gebruiken. Ze zijn bang voor hun gezondheid of ze vinden doping oneerlijk. De rest twijfelt. Zij denken dat ze wel doping zullen moeten gebruiken, zodra ze de felbegeerde profstatus in de wacht hebben gesleept. De respondenten schatten het percentage dopinggebruikers in hun eigen omgeving op vijf a tien procent. Zij baseren zich daarbij op eigen waarnemingen.

Naast de begeleiding van coach en trainer maken veel renners gebruik van de diensten van huisartsen, masseurs, iriscopisten, magnetiseurs, aurahealers, fysiotherapeuten, sportartsen, clubartsen en soigneurs.

Het is niet ongewoon dat een renner vijf verschillende begeleiders heeft. Huizing concludeert daaruit dat de wielerbond voor mentale begeleiding van de renners zou moeten zorgen.

'Renners willen ook de laatste vijf procent van hun potentieel aanspreken voordat ze doping gaan gebruiken. Dat kan door mentale begeleiding.'

Een andere aanbeveling van Huizings rapport is het geven van medische voorlichting aan jonge renners en hun ouders. 'Er kleven meer gevaren aan wielrennen dan alleen doping. Artsen zouden ook moeten vertellen over de gevaren van overtraining, en renners moeten leren hoe ze de tekenen ervan kunnen herkennen.'

Volkskrant, 29 mei 2001.

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.