Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 3-8-2018

Vooruitgang in de strijd tegen de hormoonmafia

Nieuwe methoden om illegale groeibevorderaars in slachtvee te ontdekken, worden steeds succesvoller. In Wageningen hebben wetenschappers een onbekende variant van clenbuterol gevonden.

Op het bord tekent dr. Michel Nielen een chemische structuurformule. Hij ziet eruit als een schroef, waaraan links en rechts een staart vastzit. Het is de verboden groeibevorderaar clenbuterol, die de hormoonmafia gebruikt om slachtdieren meer spiervlees te laten aanzetten en tegelijkertijd hun vetlagen af te breken.

'We hebben allerlei varianten van clenbuterol gevonden', zegt Nielen. 'Meestal zijn er wijzigingen in de linker- of rechter staart van de formule aangebracht. Maar de stof die we nu hebben gevonden, is totaal anders. Hij stond in geen enkel handboek of databank. Hij heeft geen naam, en officieel bestond hij niet.'

Nielen is als onderzoeker verbonden aan het Wageningse onderzoeksinstituut Rikilt, dat waakt over de voedselveiligheid. Zijn vakgebied: het opsporen van illegale hormonen en andere middelen waarmee de hormoonmafia koeien en varkens opfokt. Die middelen zijn voor de consument gevaarlijk. Hormoonvlees lijkt de kans op kanker te verhogen, en clenbuterol kan bij overdoses hartaanvallen veroorzaken.

Clenbuterol is geen hormoon. Het is een stof die inwerkt op het zenuwstelsel, maar wetenschappers weten nog niet precies hoe dat precies gaat. Veeartsen gebruiken clenbuterol weleens voor verkouden of astmatische dieren, omdat de stof de luchtwegen verwijdt. De hormoonmafia gebruikt het middel graag omdat het niet alleen de verhouding spiervlees-vet verbetert, maar ook binnen enkele dagen uit het systeem van dieren verdwijnt, en dus moeilijk is op te sporen.

De vondst van de nieuwe clenbuterolvariant was een toevalstreffer, bekent Nielen. 'We vonden de stof in een partij veevoer, die de AID bij een boer in beslag had genomen. Toen we het monster analyseerden, vonden we een stof die we niet konden thuisbrengen. Hij leek op clenbuterol, maar was het niet.' Het was geen incident. Ook in Belgie stuitten hormoonjagers op onbekende clenbuterolachtige stoffen in veevoer.

Hoe de stof er precies uitzag, was nooit duidelijk geworden als Rikilt niet nieuwe apparatuur had aangeschaft, die van chemische stoffen bepaalt uit hoeveel en welke atomen ze bestaan. Met die QTOF-massaspectrometer konden Nielen en zijn onderzoekers achterhalen dat het ging om een onbekende clenbuterolvariant, in een laboratorium gemaakt voor illegale doelen.

'Niet alleen de variant was onbekend, maar ook de manier waarop ze de stof hadden versleuteld was nieuw', zegt Nielen. 'De wijzigingen waren aangebracht op een plaats in het originele clenbuterolmolecuul waar nog nooit eerder iets was versleuteld. Dit is gedaan door mensen die er verstand van hebben, met toegang tot geavanceerde apparatuur.'

Over het waarom van de wijziging kan Rikilt alleen maar speculeren. Misschien om het middel effectiever te maken, maar waarschijnlijk ook om detectie te voorkomen. De kans dat dat lukt, wordt kleiner, zegt Nielens collega dr. Ron Hoogenboom. 'We zijn een nieuwe richting ingeslagen in de opsporing van verboden stoffen. Vroeger zochten we domweg naar stoffen die op de lijst van verboden middelen staan. Tegenwoordig zoeken we naar groepen stoffen die op een bepaalde manier werken.'

Alle chemische familieleden van clenbuterol hechten aan hetzelfde eiwit in spier- en vetweefsel. Pas als die koppeling tot stand komt, doet de stof zijn werk. Ierse hormoonjagers ontwikkelden een test, die aangeeft of er een stof met het eiwit bindt. Hoe die stof eruitziet, maakt niet uit. Een assay heet zo'n test die monsters screent op de aanwezigheid van een hele klasse stoffen tegelijkertijd. Onderzoek met assays maakt detectie onvermijdelijk, hoe slim de hormoonmafia het clenbuterolmolecuul ook versleutelt.

Ook voor andere verboden groeibevorderaars zijn er assays in de maak. 'Er zijn maar een paar groepen groeibevorderaars', zegt Hoogenboom. 'Behalve clenbuterol heb je androgenen, oestrogenen en gestagenen. Hebben we daar assays voor, dan kunnen we in principe alle groeibevorderaars opsporen.'

Dat kan, omdat al die stoffen net als clenbuterol koppelen aan een specifiek eiwit. Rikilt-onderzoeker ir. Toine Bovee maakte onlangs een nieuw assay dat oestrogenen opspoort. Het assay werkt op basis van genetisch gemodificeerde gistcellen. Bovee gaf de cellen het eiwit waaraan oestrogene stoffen zich moeten vastmaken om effect te hebben. Komt die verbinding tot stand, dan lichten de cellen onder een microscoop groen op.

Assays zijn een belangrijke stap in de strijd tegen de hormoonmafia, zegt Nielen. 'In dit werk heb je per definitie een achterstand. De mensen of organisaties die deze stoffen toedienen ontdekken iets nieuws, en voordat wij er achter komen, zijn er misschien een paar jaar verstreken. Helemaal op gelijke hoogte zullen we wel nooit komen. Maar we lopen in.'

Volkskrant, 14 juni 2003.

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.