Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 6-8-2018

Thee is maar een beetje gezond

De gezondheidseffecten van thee bij kanker en hart- en vaatziekten vallen tegen. Toch geven onderzoekers van Unilever de moed niet op: thee werkt wel, maar anders.

Stoffen in thee verminderen de kans op een beroerte en een hartaanval, ze houden de aderen schoon en ze beschermen tegen kanker. Voor voedingsconcern Unilever komen berichten van wetenschappers die beweren dat je product gezond is natuurlijk als een geschenk uit de hemel. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Unilever-dochter Lipton nieuwsberichten over die onderzoeken op haar website heeft gezet.

Het onderzoek van ir. Ilja Arts, verbonden aan het RIVM in Bilthoven, zal daar waarschijnlijk niet bij komen te staan. Uit dat onderzoek, waarop zij vrijdag bij Wageningen Universiteit is gepromoveerd, blijkt dat thee maar weinig voor de gezondheid doet.

Eigenlijk onderzocht Arts zogeheten catechines: een groep stoffen in thee, maar ook in groenten en fruit, waarvan wetenschappers vermoeden dat ze het lichaam beschermen tegen agressieve moleculen, de vrije radicalen. In reageerbuizen en proefdieren verkleinden catechines de kans op alle vormen van kanker, doordat ze vrije radicalen neutraliseerden voordat ze het DNA in de cellen beschadigden. Omdat vrije radicalen de bloedvaten aantasten, helpen catechines misschien ook de hart- en bloedvaten gezond te houden.

Toen Arts aan haar promotieonderzoek begon, was nog niet bekend hoeveel catechines we gemiddeld binnenkrijgen of in welke voedingsmiddelen ze zitten. De eerste twee jaar van haar onderzoek was Arts bezig om die lacune op te vullen. Daarna wist ze dat we dagelijks gemiddeld 50 milligram catechines binnenkrijgen en dat de belangrijkste leverancier van de beschermende voedingsstoffen thee is. Zo'n 70 tot 80 procent van de catechines in ons dieet komt uit thee.

Gewapend met die basale kennis analyseerde Arts gegevens van twee grote studies, waarin onderzoekers het voedingspatroon en de gezondheid van groepen mensen gedurende tientallen jaren hadden bijgehouden. Het ging daarbij om achthonderd oudere Nederlandse mannen en een groep van 35 duizend Amerikaanse vrouwen. De uitkomst van die analyse was, vertelt Arts, teleurstellend. 'Je hoopt natuurlijk dat je iets vindt. Een sterk verband tussen gezondheid en voeding. Maar dat zat er niet in.'

Van een algemeen beschermend effect van de stoffen die Arts onderzocht, de catechines, was geen sprake. En de effecten die ze vond, waren vooral het werk van catechines die niet in thee zaten, maar in fruit, chocolade en wijn. Bij de Nederlandse mannen bleken catechines in fruit de kans op een dood door een hartaanval of een andere ziekte van hart- en bloedvaten te verminderen. De beschermende werking van de catechines uit thee was een factor veertig kleiner.

Bescherming tegen kanker vond Arts bij de Nederlandse mannen niet, maar bij de Amerikaanse vrouwen wel. Bij hen verminderden catechines uit fruit de kans op sommige vormen van kanker aan het begin van het spijsverteringssysteem, zoals de maag. Daarnaast verminderden catechines uit thee de kans op rectaalkanker; het enige gezondheidseffect van thee dat Arts ontdekte.

Dr. ir. Peter Hollman van het onderzoeksinstituut Rikilt in Wageningen begeleidde het onderzoek van Arts. Hij geldt als een expert op het gebied van flavonoiden: de grote groep stoffen waartoe ook de catechines behoren, en waarvan wetenschappers enkele jaren geleden nog krachtige gezondheidseffecten verwachtten. Het onderzoek van Arts, en enkele andere teleurstellende studies, hebben dat enthousiasme inmiddels getemperd, meent Hollman. 'Maar we geloven nog steeds dat flavonoiden belangrijk zijn voor de gezondheid. En dat geldt natuurlijk ook voor de voedingsmiddelen waar ze in zitten.'

Ook Douglas Balentine, PhD, projectleider binnen Unilever Research, dat al jaren intensief onderzoek doet naar thee, blijft geloven in de potenties van de drank. Balentine vindt Arts' studie interessant, maar geen overtuigend bewijs dat thee 'dus' niets doet. Andere epidemiologische onderzoeken weerspreken Arts' conclusies, vindt Balentine. Hij haalt een recente analyse aan, waarin zestien epidemiologische studies op een rijtje zijn gezet. 'Daaruit blijkt dat je met drie koppen thee per dag de kans op een hartaanval met 10 procent kunt verlagen.'

Volgens een populaire theorie zouden de catechines en hun 'familieleden' de flavonolen in thee, het cholesterol beschermen tegen vrije radicalen. Daardoor voorkomen ze dat het 'slechte' LDL-cholesterol crasht in de bloedbaan, en de wrakstukken zich ophopen in de bloedvaten. Bloedvaten kunnen zo verstopt raken, en daardoor ontstaan infarcten en beroertes. Een hoopgevende theorie, maar ook uit onderzoek van Unilever blijkt dat de bescherming van cholesterol door thee niets voorstelt.

'Er is inmiddels een andere theorie', vertelt Balentine, 'en die kan het epidemiologisch verband misschien wel verklaren'. Volgens die theorie verhogen flavonoiden in thee de hoeveelheid van de stof stikstofmonoxide in de bloedvaten. Misschien verhogen de flavonoiden de aanmaak van die stof, misschien beschermen ze hem tegen afbraak. Het resultaat is in ieder geval dat door het drinken van thee de vaten zich verwijden, en de ophoping van de ontplofte stukjes cholesterol in de bloedvaten teniet wordt gedaan. Het effect is inmiddels door verschillende onderzoekers waargenomen.

'Het onderzoek loopt nog', zegt Balentine. 'Het laatste woord over thee is nog niet gezegd.'

Volkskrant, 28 april 2001.

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.