Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 7-8-2018

Nutrigenomics | Eten voor je genen

Voedsel heeft invloed op het DNA van de eter. In Wageningen willen onderzoekers die in kaart brengen, zodat ze kunnen achterhalen hoe we gezonder kunnen eten.

'Farmaceutische ondernemingen gebruiken biomedische kennis om nieuwe medicijnen te ontwikkelen', zegt dr. Ben Van Ommen van TNO Voeding. 'En waarschijnlijk doen de voedingsconcerns van morgen het ook, als ze nieuwe gezonde voedingsmiddelen gaan ontwerpen. Als het zover is dan willen wij van TNO Voeding daar bij zijn.'

TNO Voeding neemt deel aan het Centrum voor Humane NutriGenomics, dat afgelopen woensdag een startsymposium organiseerde. In het centrum, een samenwerkingsverband tussen de universiteiten van Wageningen en Maastricht, TNO Voeding en enkele Wageningse onderzoeksinstituten, kruipen farmacie en voeding naar elkaar toe.

'We weten van darmkanker bijvoorbeeld dat ongeveer tien procent genetisch van oorsprong is', zegt Van Ommen. TNO Voeding doet samen met Wageningen al enkele jaren onderzoek naar darmkanker. 'Maar bij negentig procent is er sprake van goed DNA, dat bijvoorbeeld door stoffen in onze voeding wordt beschadigd. Als je weet welke stoffen dat zijn, kun je ze weghalen uit de voeding. Andere stoffen, zoals de vetten uit vis, beschermen misschien. Die zou je juist kunnen toevoegen.'

Soortgelijk onderzoek doet de Wageningse hoogleraar prof. dr. Michael Muller. Hij onderzoekt de wisselwerking tussen het DNA en voeding. De groep van Muller houdt zich vooral met vetten bezig, bijvoorbeeld met het verband tussen een dieet met veel vet en het soort suikerziekte dat mensen op latere leeftijd krijgen. 'Vetten leveren het lichaam niet alleen energie', vertelt Muller. 'Ze geven het lichaam ook boodschappen. Zo weten we dat vetten in het bloed zich kunnen vastkoppelen aan een eiwit in levercellen. Die krijgen daardoor een prikkel om meer glucose aan te maken.'

Het mechanisme kan misschien verklaren waarom mensen met een overgewicht soms suikerziekte krijgen. 'Als je veel vet eet, maakt je lever dus voortdurend suiker aan. Op termijn zou het lichaam door die chronisch verhoogde suikerspiegels ongevoelig kunnen worden. Als de cellen het vermogen om suiker op te nemen hebben verloren, dan is er sprake van diabetes.'

Misschien dat Mullers onderzoek uiteindelijk leert hoe voeding dit soort suikerziekte kan voorkomen. Een van de dingen die hij onderzoekt is het effect van verschillende soorten vet. Onderzoekers denken dat onverzadigde vetten, vooral die uit vis, de lever wel eens een andere prikkel zouden kunnen geven dan de ongezonde verzadigde vetten.

Het onderzoek van Muller en Van Ommen bestaat bij de gratie van de DNA-chip. Wat de microscoop was voor de biologische wetenschappen in de negentiende eeuw, dat is die chip voor de biologie van de eenentwintigste. Het DNA geeft zijn bevelen in de vorm van eiwitten. Bij de mens zijn er minstens honderdduizend van die bevelseiwitten. DNA-chips kunnen enkele duizenden daarvan herkennen.

Wat gebeurt er als je een bepaalde vitamine binnenkrijgt? Als je veel calorieen gebruikt? Of juist erg weinig? DNA-chips geven op die vraag in een keer een paar duizend antwoorden tegelijk. Daardoor hebben ze het onderzoek naar de effecten op celniveau van bijvoorbeeld voeding, supplementen en medicijnen in een stroomversnelling gebracht. De ontwikkelingen zijn zo veelbelovend dat wetenschappers en bedrijven verwachten dat het onderzoek zal uitmonden in nieuwe en gezondere voedingsmiddelen. De overheid verwacht dat die nieuwe producten de economie zullen versterken en stelt 416 miljoen gulden beschikbaar voor onderzoek. Een deel van dat geld komt naar verwacht terecht bij het Centrum voor Humane NutriGenomics.

Prof. dr. Edwin Mariman, hoogleraar Functionele Genetica binnen het voedingscentrum Nutrim van de Universiteit Maastricht, plaatst enkele kanttekeningen bij de genomics-hype in wetenschapsland. Hij is bang dat het onderzoek naar erfelijke afwijkingen ondergesneeuwd raakt. 'Bij dit soort onderzoek ga je er gemakshalve van uit dat we allemaal hetzelfde DNA hebben. Maar dat is niet zo. Er zijn talloze kleine genetische verschillen tussen mensen', zegt hij.

Onderzoekers noemen die verschillen 'polymorfismen'. Ze verklaren waarom sommige mensen rood haar hebben, en anderen donker of blond. En ze verklaren waarom sommige mensen kanker krijgen als ze roken, terwijl anderen er geen hinder van ondervinden.

'Mensen met verschillende polymorfismen reageren anders op dezelfde prikkel', zegt Mariman. 'Polymorfismen zorgen ervoor dat onze cellen veel of weinig ontgiftende stoffen aanmaken. Daarom blijft de ene gezond bij een dieet met veel vet, en krijgt de ander hart- en vaatziekten. Door de nadruk op het genomicsonderzoek raken die genetische verschillen tussen mensen op de achtergrond.'

De groep van Mariman blijft daarom de genetische verschillen tussen mensen bestuderen en laat het snelle genomicsonderzoek nog even voor wat het is. 'Het is theoretisch wel mogelijk om DNA-chips te maken die rekening houden met erfelijke variatie. Maar we weten nog te weinig over de variatie binnen onze genen om het ook daadwerkelijk te doen.'

TNO-man Ben van Ommen is vooralsnog niet in de menselijke genetische uitschieters geinteresseerd. Zijn instituut houdt het juist op de gemiddelde Homo sapiens. 'Wij willen straks voedingsmiddelen ontwerpen die bij iedereen de gezondheid bevorderen.'

Van Ommen denkt dat door initiatieven als het Centrum voor Humane NutriGenomics de sectoren voeding en medicijnen naar elkaar toe zullen groeien. Zij het tot op zekere hoogte. 'Van medicijnen accepteren we dat ze bijwerkingen hebben. Maar bij levensmiddelen zal dat nooit gebeuren. Alleen al dat verschil maakt dat er altijd een grens tussen voeding en farmacie zal blijven.'

Volkskrant, 8 september 2001.

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.