Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 11-8-2018

De atleet als Homo farmaceuticus

Al jarenlang is topsport fraude. De superatletische lichamen van sprinters, kogelstoters, discuswerpers, gewichtheffers en zwemmers zijn niet alleen het eindproduct van jaren toegewijde training, maar ook van de impact van dopingmiddelen op het menselijk organisme. Aan de vooravond van de Olympische Spelen een terugblik op vijfenzestig jaar dopinggebruik.

De Britse sportarts Turner schatte tijdens de vorige Olympische Spelen dat ongeveer zestig procent van alle atletiekdeelnemers verboden middelen gebruikte. De Nederlandse ex-topsporter en ex-trainer Raymond de Vries schatte het zelfs op negentig.

De geschiedenis van het moderne dopinggebruik begint in 1935. In dat jaar ontdekten drie onderzoeksteams, gesponsord door met elkaar wedijverende farmaceutische firma's, een manier om het mannelijk geslachtshormoon testosteron te synthetiseren uit cholesterol. Het synthetische geslachtshormoon werd binnen korte tijd een rage. Tienduizenden mannen gebruikten het in de daaropvolgende jaren, soms om het effect van het ouder worden te compenseren, soms om sneller te herstellen van zware ziekten of ingrijpende operaties. En steeds vaker als 'tonicum', als een algemeen middel dat meer vitaliteit, meer gezondheid en een gespierder fysiek moet geven. Advertenties prezen het nieuwe wondermiddel aan als 'de fontein der jeugd', en veel huisartsen schreven met hetzelfde gemak testosteroninjecties voor als ze nu doen met multivitaminen.

Het duurde tientallen jaren voordat wetenschappers precies achterhaalden wat testosteron doet: het koppelt aan bepaalde receptoren in spiercellen waardoor die sneller groeien; het werkt direct in op het centraal zenuwstelsel waardoor gebruikers een gevoel van welbevinden krijgen, en het stimuleert het beenmerg om meer rode bloedcellen aan te maken, waardoor het uithoudingsvermogen toeneemt. Anderzijds zijn bepaalde kwetsbare organen, zoals de prostaat, gevoeliger voor testosteron dan spierweefsel, waardoor bij gebruikers van testosteron de kans op prostaatkanker explosief toeneemt. Onder inwerking van het enzym aromatase verandert het testosteronmolecuul in het lichaam uiteindelijk in het vrouwelijke geslachtshormoon beta-estradiol, zodat er bij gebruikers borsten kunnen ontstaan.

Na de Tweede Wereldoorlog begonnen de aanwijzingen voor de schadelijke kanten van testosteron zich op te stapelen en werden artsen terughoudender in het voorschrijven van het hormoon. Maar atleten hadden de mogelijkheden van het hormoonpreparaat al ontdekt. In de jaren vijftig kwam John Ziegler, de coach van het Amerikaanse team gewichtheffers, daar op pijnlijke wijze achter. Zijn pupillen raakten steeds verder achter bij de Russen en beten bij elk internationaal treffen in het stof. Tijdens een wedstrijdevenement merkte Ziegler dat een aantal Russische atleten niet meer gewoon kon urineren, maar eerst een katheter moest inbrengen. Een beschonken Rus legde hem uit waarom: bij de Russische atleten blokkeerde een opgezwollen prostaat de urinewegen. Het was het gevolg van dagelijkse injecties met testosteron.

Toen hij het geheim van de Russische sportieve overmacht had achterhaald, wendde Ziegler zich tot chemici binnen het farmaceutisch concern Ciba. Konden zij niet iets maken wat het spierweefsel net zo hard liet groeien als testosteron, maar wat minder bijwerkingen had? Dat konden ze. Eind jaren vijftig lanceerde het bedrijf 'Dianabol' (actieve stof: methandrostenolone), de eerste effectieve anabole steroide. Door het testosteronmolecuul te modificeren hadden de onderzoekers een testosteronvariant gemaakt die je in pilvorm kon innemen. Beduidend comfortabeler dan het klassieke testosteron, dat je frequent - en bij sommige preparaten zelfs dagelijks - moest injecteren.

Toen hij het geheim van de Russische sportieve overmacht had achterhaald, wendde Ziegler zich tot chemici binnen het farmaceutisch concern Ciba. Konden zij niet iets maken wat het spierweefsel net zo hard liet groeien als testosteron, maar wat minder bijwerkingen had? Dat konden ze. Eind jaren vijftig lanceerde het bedrijf 'Dianabol' - actieve stof: methandrostenolone, de eerste effectieve anabole steroide. Door het testosteronmolecuul te modificeren hadden de onderzoekers een testosteronvariant gemaakt die je in pilvorm kon innemen. Beduidend comfortabeler dan het klassieke testosteron, dat je in principe dagelijks moest injecteren.

Tot de eerste gebruikers behoorden Zieglers gewichtheffers. Die waren verrukt over de glimmende blauwe pilletjes die Ziegler ze gaf. Ze konden in enkele weken net zoveel vooruitgang boeken als cleane atleten in een jaar. En net zo enthousiast waren de bodybuilders, die hetzelfde krachthonk gebruikten als Zieglers gewichtheffers. Via hen waaierde het gebruik van anabolica uit over de gehele Westelijke wereld.

Farmaceutische ondernemingen die dachten dat ze nu hormoonpreparaten konden maken die wel de gewenste eigenschappen hadden van testosteron maar niet de slechte, ontwikkelden in de jaren zestig en zeventig tientallen varianten van testosteron. Soms kon je ze slikken, soms moest je ze injecteren. Eerst waren het vooral bodybuilders, gewichtheffers en acteurs die ze gebruikten. Binnen enkele jaren was het gebruik gemeengoed in alle takken van sport waar fysieke kracht van belang was: zwemmen, sprinten en andere atletiekonderdelen. Zonder dat ze het idee hadden dat ze iets verkeerds deden, schreven artsen de nieuwe medicijnen voor. De anabole steroiden waren aan hun opmars begonnen.

Pas in de jaren zestig verschenen er, naar aanleiding van ongelukken in de wielersport, artikelen over doping in de media. Hoewel wielrenners vaker stimulerende middelen zoals amfetaminen gebruikten dan geslachtshormonen, kwam er in het kielzog van die berichten ook meer aandacht voor steroiden. Toch duurde het tot midden jaren tachtig voordat op Olympische sportevenementen dopingjagers voor de eerste keer gingen controlen op het gebruik van anabolen.

Waarschijnlijk hebben wetenschappers nergens zo intensief gespeurd naar de mogelijkheden van anabole steroiden als in Oost-Duitsland. In de jaren zeventig en de vroege jaren tachtig waren studenten in bepaalde studierichtingen min of meer verplicht om de effecten van hormonen op sporters te onderzoeken. Soortgelijke programma's draaiden in andere Oostbloklanden, maar die waren niet zo grondig en grootschalig opgezet als het Oost-Duitse project. Die programma's waren succesvol. Onderzoekers ontdekten hoe diverse soorten anabolen elkaars werking versterkten of hoe ze de bijwerkingen met weer andere middelen konden onderdrukken. Zo ontwikkelden de Oost-Duitsers bijvoorbeeld een spray met een stof die door het lichaam werd omgezet in testosteron. Vooral zwemmers gebruikten het, vlak voor de wedstrijd. De verhoogde hormoonspiegels verbeterden de prestaties, niet in de laatste plaats doordat de sporters agressiever werden.

In de jaren negentig hebben Amerikaanse ondernemers de stof herontdekt, en als supplement op de markt gebracht. De stof heet Androstenedione en is in veel Europese landen verboden. Het was in 1998 het best verkochte voedingssupplement in de VS.

Door de inbreng van scheikundigen en farmacologen domineerden Oostbloksporters de atletiek van de jaren zeventig en tachtig. Achteraf bleek dat sommige van die sporters daar een hoge prijs voor moesten betalen. Vrouwelijke sporters ontwikkelden mannelijke beharingspatronen of werden onvruchtbaar. Atleten van beide geslachten kregen ernstige blessures, kapotte gewrichten, leverstoornissen en soms zelfs kanker. Nadat de communistische machthebbers hadden plaatsgemaakt voor democratisch gekozen bestuurders, sleepten sommige voormalige elite-atleten hun oude trainers voor de rechter.

>>> Tweede deel van dit artikel >>>

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.