Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 4-8-2018

Blozende appel beschermt beter

Een appel die meer licht heeft gehad, bevat meer stoffen die tegen kanker en hart- en vaatziekten beschermen. Kwekers moeten hun bomen dus anders snoeien.

Verleden jaar ontdekten Amerikaanse biochemici van de universiteit van Cornell dat appelextracten de groei van kankercellen uit de darm konden afremmen. Extracten van de schil werkten het best, en verminderden de groei van de kankercellen met 43 procent. Over enkele jaren liggen er misschien appels in de winkel die nog meer bescherming bieden. Dat is het werk van dr. Mohamed Awad, die dinsdag in Wageningen promoveerde.

'Het beste stukje van de appel is de schil', zegt de Egyptenaar. 'Het is eigenlijk zonde dat de meeste mensen die weggooien.' In die schil zit de grootste concentratie van quercetine, catechines en anthocyaan, stoffen die het beschermende effect veroorzaakten dat de Amerikanen ontdekten. Ze behoren allemaal tot de flavonoïden, een grote groep natuurlijke geur-, kleur- en smaakstoffen in groenten en fruit. In het lichaam maken ze agressieve moleculen onschadelijk, en voorkomen zo dat die hart- en vaatziekten of kanker veroorzaken.

Awad, universitair docent bij de universiteit van Mansoura, achterhaalde hoe kwekers de gehalten van die stoffen in hun appels kunnen verhogen: door ze harder te laten blozen. Dat kan door ze meer licht te geven. Awad ontdekte dat appels die bovenin de boom groeien, twee keer zoveel flavonoiden bevatten als appels in de schaduw. Kwekers kunnen dat gegeven op twee manieren gebruiken, zegt dr. ir. Anton de Jager, de begeleider van Awad. De Jager werkt bij het Wageningse Plantaardig Praktijkonderzoek. 'Je kunt helemaal niets doen, en na het plukken de appels sorteren op de hoeveelheid licht die ze hebben gekregen. Gewoon op uiterlijk.'

Een andere manier is appels meer licht laten krijgen. 'Je kunt de grond van boomgaarden met aluminiumfolie bedekken', zegt Awad. 'Ik denk alleen dat de landschapswaarde erop achteruit zou gaan.' Maar kwekers kunnen ook gewoon hun boompjes wat verder uit elkaar zetten of ze wat platter snoeien.

Kwekers die nieuwe rassen teelden, hebben nooit op het gehalte flavonoiden gelet. Toch bestaan er tussen de huidige appelrassen al grote verschillen. Zo zitten er in Jonagold ongeveer 40 procent meer flavonoiden dan in Elstar-appels. Nieuwe rassen, die nog meer flavonoiden bevatten, gaan er zeker komen. De werkgever van Awad, het Plantaardig Praktijkonderzoek, krijgt waarschijnlijk van de EU een fikse subsidie om ze te gaan maken, samen met onderzoekers van Wageningen Universiteit.

Awad, die binnenkort terugkeert naar Egypte, gaat daar soortgelijk onderzoek opzetten. Niet naar appels, maar naar vruchten als guaves, mango's en druiven. 'Als we meer flavonoïden in fruit kunnen krijgen, verbeteren we de volksgezondheid', zegt hij. Bovendien zullen deze verrijkte vruchten beter verkopen, denkt zijn begeleider De Jager. 'De consument koopt geen fruit meer omdat het zo lekker is. Tegenwoordig kopen mensen fruit omdat het gezond is. Als je als kweker een appel wilt maken die beter in de markt ligt, moet je daarop inspelen.'

Volkskrant, 30 juni 2001.

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.